Godsdienstwetenschappen

De genadereligie van India en het christendom . Religieuze overeenstemmingen € 15,90
De genadereligie van India en het christendom . Religieuze overeenstemmingen

Rudolf Otto was een Duits luthers theoloog en een vooraanstaande godsdienstwetenschapper die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de comparatieve (vergelijkende) godsdienstwetenschap van zijn tijd. In zijn hoofdwerk benoemt hij het heilige als de essentie van iedere religie. Het heilige is voor Otto iets wat tegelijkertijd vrees en fascinatie opwekt. Hij introduceerde ook het adjectief numineus, om te verwijzen naar het geheimzinnige, wat tegelijk kracht uitstraalt. Otto: 'Wanneer je van omen omineus kunt maken, dan ook van numen numineus'. Deze term is in de Nederlandse literatuur gebruikt door onder meer Hella Haasse, Johan Polak, Gerard Reve en Harry Mulisch. Otto was aan diverse Duitse universiteiten hoogleraar in de systematische theologie. Een bekende uitspraak van hem is: 'Godsdienst is de beleving van het mysterie en het komt tot uiting als het gevoel zich openstelt voor de indrukken van het eeuwige dat verschijnt door de sluier van het tijdelijke.' In 1917 verscheen van de hand van Rudolf Otto een studie over Het Heilige. Daarin werd gebroken met de idee dat heiligheid iets is wat uit de religieuze mens voortkomt, zoals de 19e-eeuwse godsdienstsociologie had gesteld. Heiligheid is, integendeel, iets wat ongrijpbaar buiten de mens is en hem raakt. Het is ontzagwekkend en anders. Het boek werd een bestseller en is thans ook nog in vele talen verkrijgbaar.Rudolf Otto is beroemd geworden door zijn boek getiteld Das Heilige, über das Irrationale in der Idee des Göttlichen und sein Verhältnis zum Rationalen, waarin hij het begrip 'heilig' heeft geanalyseerd op een manier die diepe indruk maakte. Otto is een geleerde met een fijn gevoel voor religieuze kwaliteitsverschillen, maar het is de vraag of de fenomenologie niet meer te danken heeft aan zijn boekje Indiens Gnadenreligion und das Christentum. In de vergelijking van de verschillende typen van mystiek toont Otto zich namelijk een meester. Hier is een waarachtig schouwen van het wezen. Rudolf Otto laat zien, hoe het Voor-Indiase geloof in genade naar de terminologie met het christelijke sterke overeenkomst vertoont, maar naar de godsdienstige houding diep verschilt. Dit is fenomenologisch genuanceerd ontleed. In het voetspoor van Nathan Söderblom en Rudolf Otto beschouwt de moderne godsdienstwetenschap het heilige meer en meer als een van de voornaamste kernwoorden van de religie. Je kan je afvragen of dit het kenmerkende begrip bij uitmuntendheid is. Maar het kan moeilijk worden ontkend, dat zich in dit heilige het onherleidbare karakter van de godsdienst openbaart.Nederlandse Bibliotheek Dienst (Biblion b.v.)Recensie door Drs. J. KleisenDe uitgave van dit boekje is daarom zo belangrijk, omdat wie Otto¿s hoofdwerk 'Das Heilige' wellicht gelezen heeft als godsdienstfilosofische theorie, nu merkt hoezeer hij persoonlijk was geraakt door de werking van dat mysterieuze iets, dat ons deel doet hebben aan een bovenrationele werkelijkheid. Dat hij een groot kenner van de voor-Indische godsdiensten was, blijkt uit dit werk, waarin hij met name van het hindoeïsme een diep reikend en verhelderend beeld geeft door overeenkomsten en verschillen aan te wijzen met het christendom. Voor Otto (1869-1937) is het heilige een autonoom iets. 'Das ganz andere', dat rationeel weliswaar niet te kennen valt, maar wel innerlijk te beleven. De uitgever heeft het boek bewonderenswaardig verzorgd door er met grote kennis van zaken geschreven inleidingen, nawoorden en aantekeningen alsmede citaten van Otto aan toe te voegen. Een subliem boekje dus, waardoor velen zich kunnen laten verrijken. Met verklarende lijst van oosters-religieuze termen.

Vormen van de religieuze ervaring € 29,50
Vormen van de religieuze ervaring

The Varieties of religious experience van William James behoort tot de belangrijkste publicaties van de godsdienstpsychologie. Het is een briljant geschreven werk dat onmiddellijk na het verschijnen in 1902 zeer sterk de aandacht trok van een uitgebreide lezerskring. De wetenschappelijke discussie om dit boek laaide hoog op en bracht het denken van James nog meer dan toen reeds het geval was in het centrum van velerlei beschouwingen. De oorzaak daarvan ligt zowel in de indringende wijze waarop James het wezen van de religieuze verschijnselen trachtte doorlichten als ook in de literaire vormgeving.6e herziene en vermeerderde druk 2010Biblion | NBC-recensieRecensieEen nieuwe vertaling van zeer populaire en veelvuldig heruitgegeven klassieker uit 1902 op het gebied van de godsdienstpsychologie. De auteur (New York 1842-1910) studeerde onder meer in Geneve, Parijs en Bonn, en tenslotte medicijnen aan Harvard. Hij was hoogleraar in de anatomie, fysiologie, psychologie en filosofie. Hij beschrijft en ordent een diversiteit aan religieuze ervaringsverschijnselen en stromingen en reikt een daarin inzichtgevend begripskader aan dat gebaseerd is op psychologische uitgangspunten. Zijn materiaal is ontleend aan (autobiografisch) materiaal van onder meer bronnen uit diverse religies. Een verhelderende biografische levensschets is toegevoegd aan deze complete uitgave in de Nederlandse taal. Een aantal nu opgenomen voetnoten is onvertaald in de tekst geplaatst. In 1995 werd dit boek onder de titel 'Varianten van religieuze ervaring'* uitgegeven.Biblion | NBC-recensieRecensieAcht jaar voor zijn overlijden in 1910 begon de door dit klassieke boek beroemd geworden Amerikaanse arts, psycholoog en filosoof te schrijven aan dit dit werk. Hierdoor kan hij als de grondlegger van de godsdienstpsychologie worden beschouwd. Deze zesde, herziene en vermeerderde Nederlandse druk bevat in vergelijking met de vierde druk uit 2003 een vertaalde tekst die met zorg is verbeterd en een licht gewijzigde lay-out heeft. De verantwoording van de Nederlandse uitgever is met twee pagina's (tot drie) uitgebreid, met daarin verwerkt een visie op de waardebepaling van dit boek voor deze tijd door de Canadese filosoof Charles Taylor. Een uitstekende service aan de lezers is dat de paginering van de vertaalde hoofdtekst zo goed als identiek is aan die van de druk uit 2003. Daartoe zijn de bladzijden helemaal voorin en achterin met Latijnse cijfers genummerd. In strikte zin is vervanging van genoemde eerdere druk niet noodzakelijk.

Het heilige € 27,50
Het heilige

AWEHet Engelse woord is moeilijk te vertalen. Ontzag, eerbied, vrees - maar dat is het toch niet. Huiver, geen goed Nederlands woord, komt het dichtst bij de betekenis van awe. Awe, men moet naar dit woord luisteren. Rudolf Otto maakte in zijn befaamde boek Das Heilige de woorden numineus en het numineuze, als hij 'die eigentümliche Kategorie des Heiligen' wenst te benoemen. Hij heeft het woord afgeleid van numen, dat wenk betekent: gebiedende knik. In het verlengde daarvan: goddelijk bevel, goddelijke macht.Wij kennen het allen. Niet alleen en zelfs niet allereerst in verband met een kerk of een tempel. Een landschap kan numineus zijn. Een bosrand in de lichte nevel van een herfstavond. De woestijn! Wie de Dode Zee ziet met haar loden water, met de uitgemergelde rotsen aan deze en aan de overzijde van het meer, met de enkele, haast onmogelijke oase, kan vermoeden dat het land daar, hoe anders het wellicht vroeger heeft geleken, eremieten herbergde, profeten voortbracht, en tot de vreemdste bespiegelingen aanleiding gaf.Daar, in de aanwezigheid van awe, van numen, begint elk geloof. Geen mens zou ertoe komen een tempel, een kapel, een kerk te bouwen wanneer de aarde niet verschillend bedeeld was met numen. Waar overvloed bestond van dat numen, daar werd het heiligdom gebouwd.Reformatorisch DagbladRecensie door J. C. KarelsDe geheime kamer van het kasteel In 1917, als de oorlog als een fantoom uit de loopgraven bij Ieper en de Marne omhoog kruipt, verschijnt een boek dat spoedig wereldwijd resoneert: "Das Heilige" van de Duitse godsdiensthistoricus Rudolf Otto. Van de klassieker kwam onlangs een Nederlandse vertaling op de markt, vergezeld van een bundel beschouwingen over deze wijze uit het Westen. Otto's tijdgenoot Karl Küssner wist zich te herinneren welke indruk "Das Heilige" overal maakte. "Ik zag het in de boekenkast bij dokters, leraren, fabrikanten, bij journalisten en diplomaten in verschillende landen, hoorde in Engelse arbeidersscholen, in de salons van de Franse intelligentsia, in kringen van Amerikaanse academici, van Indische Sanskrietleraren over Otto spreken. Gandhi stond met hem in contact en schatte zijn werk hoog." In Nederland vond Otto een warm pleitbezorger in prof. dr. G. van der Leeuw, die zijn magnum opus karakteriseerde als "een van die weinige wetenschappelijke daden die de vanzelfsprekende vooronderstelling vormen van elk verder onderzoek." In "Het heilige" neemt Otto niet het uitgangspunt in een bepaalde godsdienst, kerk, beweging of confessie, maar in het religieuze beleven zelf. In plaats van ideeën over God en het goddelijke, onderzocht hij de aard van de godsdienstige ervaring. Otto had Luther gelezen en van hem begrepen wat de "levende God" betekent voor een gelovige: geen filosofische constructie of abstractie, maar een "mysterium tremendum et fascinans", een angstaanjagend en tegelijk fascinerend en aantrekkend geheimenis. Die tweeheid loopt als een rode lijn door het boek. Otto spreekt, in navolging van Calvijn en Von Zinzendorf, van het "numineuze", het heilig-goddelijke dat als ambivalente grootheid ontoegankelijk is voor elke vorm van rationalisme, en alleen door tekentaal en vingerwijzingen benaderd kan worden. "Het heilige" is een liefdevolle en subtiele ontvouwing van dit numineuze. "Wat is nu eigenlijk dat objectief, buiten mij gevoelde numineuze zelf?" vraagt Otto. "Het gevoel van het mysterium tremendum kan met milde stroom het innerlijk vervullen in de vorm van zwevende stille stemming van verzonken eerbied. Zo kan het overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid der ziel, die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijk wegsterft en de ziel weer in het profane achterlaat. (...) Het kan worden tot het stille en deemoedige sidderen en verstommen van de creatuur voor het - ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijk geheimenis boven alle creatuur is." Kremlin Dertien kinderen telde het lutheraanse gezin waarin Rudolf Otto (1869-1937) als twaalfde telg ter wereld kwam. Vader Wilhelm was fabrikant. Moeder overleed toen Rudolf twaalf was. Aan haar droeg hij in 1898 zijn dissertatie over Luthers opvatting van de Heilige Geest op. Otto blikte later terug op zijn nest als "de hechte kring van een eenvoudig en bekrompen milieu." Als schooljongen legt hij belangstelling voor andere godsdiensten aan de dag. Door een rooms-katholieke kameraad laat hij zich over de heiligen voorlichten. In het liberale Göttingen studeert Otto godsdienstwetenschap en filosofie. Studiereizen voeren hem naar het Midden-Oosten, Noord-Afrika, India, Birma, China, Japan en Siberië. In brieven en verslagen vertelt hij over zijn ervaringen, doortrokken van een intense beleving: "Ik heb het Sanctus Sanctus Sanctus van de kardinalen in de Sint-Pieter gehoord, het Swiat Swiat Swiat in de kathedraal van het Kremlin en het Holy Holy Holy van de Patriarch in Jeruzalem. In welke taal dan ook, deze woorden, de hoogstverhevene ooit door menselijke lippen gevormd, raken je in het diepst van je ziel, met een machtige huivering het mysterie van die andere wereld die erin verborgen ligt oproepend en openbarend." In 1914 volgt zijn benoeming als hoogleraar in Breslau, enkele jaren later gevolgd door die in Marburg. Vanuit heel de wereld stromen studenten naar zijn colleges. Als in 1917 "Das Heilige" verschijnt, wordt het in het Frans, Engels, Italiaans, Nederlands, Spaans, Zweeds en Japans vertaald. Otto legt een verzameling objecten en cultische voorwerpen uit allerlei godsdiensten aan, die tegenwoordig nog als "Religionskundliche Sammlung" in Marburg te zien is. Mensen die hem ontmoetten, raakten van hem onder de indruk, "meer dan van zijn persoonlijkheid, van een eigenaardige macht en mysterie achter hem, alsof hij een andere wereld toebehoorde. Men voelde het, als hij zweeg", schrijft vergelijkend godsdiensthistoricus Rudolph Boeke. Ondanks alle ontmoetingen leidde Otto een eenzaam leven, op zijn wandelingen slechts vergezeld van zijn hond Flapp. Een enkele keer zong hij in zijn tegen de berg gebouwde woning een lied. Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Sprookje Er gaat een oud sprookje, dat in allerlei vormen bij veel volken voor komt. Hoofdmotief is het meisje dat of de jongen die alleen achter worden gelaten in een groot kasteel. Van alle kamers krijgt de sprookjesheld de sleutels in handen, op één kamer na. Lezing van "Das Heilige" bepaalt weer eens bij wat we al wisten, maar hier onnavolgbaar geformuleerd vinden: dat er een verborgen kamer is, waaromheen al het menselijk hopen en vrezen zich beweegt. Na lezing van het adembenemende "Das Heilige" blijf je als lezer verbaasd achter over Otto's diepzinnigheid en subtiele inzichten. Deze man brengt het denken voor een moment tot stilstand.NBC/BiblionRecensie door Drs. J. KleisenDit bewonderenswaardige boek is in godsdienstwetenschap en -filosofie nog altijd een topper. Hoewel het heilige ook rationele kanten heeft, zoekt Otto het meest eigene van het religieuze in de niet-rationele ervaring van 'het numineuze': in wat ons diep aangrijpt en ontroert zonder dat wij het nu direct kunnen benoemen. Vandaar het befaamde, door hem geijkte begrip 'mysterium tremendum et fascinosum': het mysterie dat ons doet huiveren en tegelijk ook fascineert, terwijl het zich onttrekt aan onze begrippen. In zijn onderzoek van het heilige, dat hij prachtig weet te verwoorden, betrekt hij behalve de bijbel en niet-christelijke godsdiensten ook poezie en kunsten als muziek. Wie zijn godsbegrip zoekt te verhelderen, kan niet om dit boek heen. Daniël Mok heeft de tweede druk uit 1963 van deze vertaling stilistisch gemoderniseerd en aan de oorspronkelijke vertaling soms bladzijdenlange, overigens op zich zinvolle, passages toegevoegd.

Het heilige en het profane € 22,50
Het heilige en het profane

Mircea Eliade roept in dit inmiddels klassieke werk de antieke wereld op die nog geen scheiding kende tussen het heilige en het alledaagse.Het dagelijkse leven was ingebed in het heilige. Een huis was niet alleen praktisch maar ook heilig omdat het een afspiegeling was van het scheppingswerk van de goden. De opening in de nok was niet alleen een rookafvoer maar symboliseerde vooral de blijvende verbinding met de kosmos.Eliade schetst een wereld van betekenissen achter betekenissen en laat in dit meesterwerkje met veel overtuigende voorbeelden zien hoe inhoud en structuur van ons onbewuste verbazingwekkende overeenkomsten vertonen met de mythologieën van álle volkeren op aarde.Het religieuze met zijn rituelen en symbolen bepaald nog steeds het leven van de mens. Zelfs de seculiere maatschappij berust op religieuze structuren.Biblion/NBCRecensieEen klassieke fenomenologische inleiding in de godsdienstwetenschap die 'beschrijft in welke verschijningsvorm het heilige zich voordoet en de situatie van de mens beschrijft in een wereld die geladen is met religieuze waarden' (pagina 17). De auteur benoemt het heilige als macht en realiteit. De verschijningsvormen ervan in ruimte en tijd, in natuur en kosmos, en in het menselijk bestaan worden in vier hoofdstukken beschreven. Nadruk ligt op de niet-hedendaagse vormen. De geschiedenis van de godsdienstwetenschap krijgt een apart hoofdstuk en het nawoord geeft toelichting op de titel. Voorzien van uitgebreide noten en literatuurverwijzingen, plus verklarende woordenlijst, biografische notitie, bibliografie en register. De prettige en intelligente vertaling is van verschillende gerenommeerde handen. Dit deel 6 in de reeks'Fenomenologische klassieken' is een aanrader voor ieder die de studie van de ervaring van het of de Andere - het numineuze - ter harte gaat. Zie ook de andere delen in de reeks over onder meer Rudolf Otto en William James. De meest recente Nederlandse 'erfgenaam'van Eliade is Tjeu van den Berk, met bijvoorbeeld 'Het numineuze'.

Quakers € 12,90
Quakers

In dit boek van de filosoof, literator en godsdienstwetenschapper Rufus Jones wordt de wezenskern van de Quakers op warmbloedige wijze belicht. De geschiedenis, religie, mentaliteit, pedagogische uitgangspunten en het humanitaire werk van de Quakers worden aangevuld met een artikel van Rudolf Otto over hun zwijgende eredienst. Ook is een compilatie van een lezing die Abraham Joshua Heschel hield voor een quakerbijeenkomst in het Duitsland van vlak voor de oorlog toegevoegd. Een lezing die aan actualiteit nog niets heeft ingeboet. Op verantwoorde godsdienstwetenschappelijke wijze is dit klassieke werk geactualiseerd en aangevuld met gegevens die voor de Nederlandse lezer van belang zijn.Nederlandse Bibliotheek Dienst (Biblion b.v.)Recensie door N. da CostaDit boek verscheen voor het eerst in het Engels in 1927. In korte duidelijke hoofdstukjes krijgt de lezer een goed inzicht in het geloof van de Quakers: in ieder mens is de goddelijke vonk aanwezig die aanspoort tot een volwaardig menselijk, liefdevol leven. Met geestverwanten zijn deze vrienden zo'n driehonderd jaar geleden een beweging begonnen die voortbestaat tot op de dag van vandaag. Quakers zijn ervan overtuigd dat via mystiek een innerlijk zachtmoedig geloofsleven kan worden bereikt en dat God onze wereld alleen geschapen heeft ten goede en dat alle mensen dat goddelijke ideaal kunnen bereiken. Ze zijn vooral in de praktijk gericht op uitvoering van deze gedachten. Nederland telt het voorbeeld van Woodbrook in Barchem, een conferentieoord waar mensen geïnspireerd kunnen worden. Er is geen vaste kerkelijke structuur of leefwijze nodig. In deze tijd vooral is hun geloofsbeleving en levensinstelling bijzonder sympathiek. Dit boekje is aanbevelenswaardig. Want het is leerzaam en inspirerend om te lezen hoe zachtheid en rust kunnen overleven. Met een voorwoord door de befaamde Duitse theoloog Rudolf Otto (1869-1937).

Een wijze uit het westen € 12,50
Een wijze uit het westen - E-book

'Een wijze uit het westen' vormt de opmaat tot de nieuwe druk van de Nederlandse vertaling van Rudolf Otto's meesterwerk 'Het heilige'. Dit boek geeft over tijdloze begrippen gevoelens weer uit een levensbeschouwelijk bontgekleurde samenleving. Rudolf Otto en zijn beeld van het heilige staan centraal in deze rijke schakering. Otto inspireerde velen tot het beschrijven van hun relatie met de grootste geheimenis van ons bestaan en de uitingen daarvan in opvoeding, onderwijs, kunst, geloofsbeleving of levensovertuiging. Hun beschouwingen over het mysterium tremendum & fascinans met zijn vele nuanceringen zijn in dit boek gebundeld. Deze keuze vormt de opmaat tot de derde Nederlandse druk van Rudolf Otto's boek 'Het heilige'. Met wetenschappelijke precisie en een fijnzinnig gevoel voor 'alles wat leeft en beeft' overuigt Rudolf Otto de lezer ervan dat hij de ontsluiering van het fascinerende maar ijzingwekkende mysterie met een gerust hart aan zijn gevoel kan overlaten. Dan wordt de ontmoeting met het heilige concreter en werpt het zijn vruchten af in de ontmoeting met de ander. In 'Een wijze uit het westen' komen godsdienstwetenschappers en theologen, maar ook psychologen, pedagogen, psychiaters en literatoren aan het woord en laten een veelkleurig licht schijnen over het thema van het heilige. Deze veelkleurigheid maakt het denken en de centrale begrippen van Rudolf Otto toegankelijk. Zij plaatst het heilige, numineuze als een overkoepelend begrip boven de verschillende religies en levensovertuigingen.HerademingRecensie door drs. Jaap FaberHerademing 11/1 nr. 39 D. Mok (samenst.), Een wijze uit het Westen. Beschouwingen over Rudolf Otto, Amsterdam 2001 In 1917 publiceerde de Duitse lutherse theoloog en godsdienstwetenschapper Rudolf Otto (1869-1937) een boek, dat grote indruk maakte: Das Heilige. Het heilige is de oorsprong van de onherleidbare religieuze aandrift van alle mensen. Het verschijnt hun niet door waarnemen of denken, maar als een overweldigend geheimenis dat tegelijk fascineert en huiveren doet. In 1928 verscheen de eerste Nederlandse vertaling, van de hand van ds. J.W. Dippel. Van deze vertaling verscheen in 2002 een herziene uitgave. Naar aanleiding hiervan verscheen Een wijze uit het Westen. Wie uit de ondertitel opmaakt, dat het in deze beschouwingen gaat om een recente wetenschappelijke evaluatie van Otto's monumentale werk, vergist zich: het eerste boek is een compilatie van uiteenlopende reacties die het boek vanaf het eerste begin in het Nederlandse taalgebied heeft opgeroepen. Een bonte stoet theologen, godsdienstwetenschappers, psychologen en opvoeders trekt voorbij: H. IJ. Groenewegen, J. H. Bavinck, G. C. Berkhouwer, H. Kraemer, P.J. Roscam Abbing, H. Berkhof, W.J. Aalders, G. Quispel, H. van Dort, D. H. Th. Vollenhoven, G. van der Leeuw, S. Vestdijk, F. Sierksma, Ph. A. Kohnstamm, J. Waardenburg, J. Weima, H. Mulisch. Dichters worden aangehaald: Tersteegen, Boutens, H. Roland Holst, Andreus, Vasalis. Andere mystieken en denkers krijgen stem: Johannes van het Kruis, Asclepios, Hermes Trismegistos, Spinoza, Buber, Heschel, Levinas. Het voorwoord van dit boek, bedoeld voor werkers in pastorale en geestelijke hulpverlening, studenten en met name godzoekers, suggereert dat Otto in deze tijd een 'vernieuwer van het christendom' kan zijn, omdat zijn 'koepelbegrip' van het heilige in een tijd waarin individu en samenleving uit elkaar vallen en de gevestigde kerken leeglopen mensen weer hij elkaar kan brengen. Immers, het geloof wordt losgepeld uit rationele beperkingen en dogmatische denkkaders. Een boeiende bloemlezing. En een merkwaardig boek.