Filosofie

Nei Ye € 16,95
Nei Ye

Het korte gedicht van de Nei Ye (Innerlijke Ontwikkeling) is de eerste tekst die woorden gaf aan het ontluikende individualisme in China, zoals de Griekse filosofie dat omstreeks dezelfde tijd in Europa (350 v. Chr.) deed. De Nei Ye is ouder dan de Dao De Jing. Veel onderwerpen die hierin behandeld worden, zijn in de Nei Ye in een proto-stadium aanwezig. Het landschap dat hiermee geschetst wordt, is even wijds en intens. De nadruk ligt op de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de individuele mens. In de Nei Ye komen ook voor het eerst begrippen naar boven, die zich zouden ontwikkelen tot de basisprincipes van de Chinese geneeskunst. De Nei Ye is hiermee een brontekst voor een beter begrip van het Daoïsme en de kijk op het leven van Chinezen in het algemeen. Guus Swuste is beeldend kunstenaar en restaurator van antieke houten objecten en heeft in zijn werk op een praktische manier kennis gemaakt met, naar later bleek, Daoïstische principes. De integratie van deze geestelijke waarden in het alledaagse leven kan hij dus uit eigen ervaring onderschrijven.

Rudolf Otto, biografie € 19,90
Rudolf Otto, biografie

Vijfenzeventig jaar geleden stierf Rudolf Otto na een leven dat gekenmerkt wordt door triomf en tragiek. Verslaafd aan morfine, depressief en gesloopt door malaria kwam er een tragisch einde aan het veelbewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.Vier jaar lang incasseert de fijngevoelige Rudolf Otto het getreiter van Rudolf Bultmann en de hypocrisie van Martin Heidegger. Met het aanzwellen van het laarzen­gestamp wordt Otto steeds melancholieker. Op een herfstdag in 1936 begint hij aan zijn laatste, eenzame tocht naar de spookachtige ruines van Burg Staufenberg.NBC/Biblion, LeidschendamRecensie'Het boek bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van de briljante geleerde R. Otto (1869-1937). Hij was hoogleraar in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevingsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is Das Heilige (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na dit boek heeft hij vele reizen naar Azië gemaakt om de godsdiensten daar te bestuderen. Hij hield vast aan zijn christelijk geloof, maar erkende de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Het heilige komt volgens Otto niet uit de mens voort en veroorzaakt een numineuze ervaring, schrikwekkend zodanig dat een mens door huivering bevangen wordt, maar dit wel beleeft als een positieve ervaring. De naam ervoor is mysterium tremendum'. Otto beschrijft het als verschijnsel, waarom hij tot de fenomenologen wordt gerekend. Wie Das Heilige nooit heeft gelezen, kan door dit boek toch een goede indruk krijgen van de inhoud en de waarde ervan, alsmede van het leven van Otto zelf.' NBC/Biblion, LeidschendamUitgeverij AbraxasRecensie door Julia Boulanger'Deze biografie werpt een nieuw licht op de relatie tussen Martin Heidegger en Rudolf Otto. Ondersteund door citaten van verschillende filosofen van naam wordt voor het eerst duidelijk hoe door het dominante gedrag van Heidegger (ondersteund door Rudolf Bultmann) de mede door Otto geïnitieerde godsdienstwetenschap de nek om wordt gedraaid. Door een vergelijking van beider ethische grondhouding wordt voor het eerst duidelijk hoe het komt dat Heidegger op grond van zijn filosofische ideeën de kant van het Hitler-regime kiest en hoe rücksichtslos hij zijn ethische houding toepast op zijn filosofische en persoonlijke relaties. Los van het feit dat Heidegger door zijn optreden de oorzaak was van Otto's door teleurstelling ingegeven verzoek tot vervroegd emiraat is het belang van dit relaas vooral gelegen in de feiten van de door filosofie ingegeven levenshouding van Heidegger. Gezien de statuur van deze filosoof is het wetenschappelijk relevant dat deze 'Marburgse feiten' nu onderbouwd gepubliceerd zijn. De ethische grondhouding van Otto laat zien dat zijn houding tot volstrekt andere keuzes leidt. Dat Otto in de periode tussen 1930 en 1937 met zijn filosofie het onderspit moest delven is vanuit politiek oogpunt meteen helder. Dat zijn 'val' werd ondersteund door de regressieve filosofie en handelswijze van een van de grootste denkers ooit, heeft verregaande consequenties voor de beoordeling van Heideggers gedachtegoed.' Met bijdragen van Ger Groot en J.-J. Suurmond. Het mag dan een kleine biografie zijn, het is wel de meest complete die er momenteel mondiaal beschikbaar is. Ondanks het gegeven dat het om een Nederlandse tekst gaat (de onderhandelingen voor een Duitse en Engelse vertaling zijn nog gaande) speelt deze uitgave een rol op het internationale Rudolf Otto-congres in Marburg. (rudolf-otto.com)ReflectieRecensie door Aat-Lambèrt de KwantAat-Lambèrt de Kwant Rudolf Otto Het kwetsbare leven Biografie Abraxas 2012 Vijfenzeventig jaar geleden overleed na een dramatische val van de toren van Stauffenberg Rudolf Otto (1869-1937). Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door malaria, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een einde aan het bewogen leven van deze Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto. In deze rubriek aandacht voor deze boeiende theoloog, die wat eigen ervaring en kwetsbaarheid betreft, zijn tijd vooruit was. 'Het kwetsbare leven' bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van alto, die hoogleraar was in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevinqsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is 'Das Heilige' (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na de verschijning hiervan maakte hij vele reizen naar Azië om daar de godsdiensten te bestuderen. Hoewel zijn christelijke achtergrond een belangrijke rol bleef spelen, erkende hij ook de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Zijn intense zoektocht naar criteria voor religieuze waarachtigheid, en zijn voortschrijdende inzichten over de wisselwerking tussen de rationele en niet-rationele elementen in de religie, is kenmerkend voor zijn oeuvre. Hij introduceerde begrippen die later hun weg gevonden hebben in allerlei domeinen. Naast de theologie en religiewetenschap geldt dit ondermeer voor literatuur, kunst en psychologie, zoals bijvoorbeeld bij Jung. Voor wie Otto een onbekende is, krijgt door dit boek toch een duidelijk beeld van wie Rudolf Otto was, alsook een beeld van zijn grote betekenis.

De onsterfelijkheid van het bewustzijn € 16,90
De onsterfelijkheid van het bewustzijn

Volgens William James heeft onze hedendaagse cultuur een probleem met denken over leven na de dood. Allerlei populair-wetenschappelijke werkjes beweren keer op keer dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van de werking van de hersenen. Hoe is het dan mogelijk dat die functie blijft bestaan, nadat dit orgaan niet meer bestaat? Hij poneert dan de volgende stelling: Het denken is een functie van de hersenen. De vraag is dan, dwingt deze theorie ons werkelijk het geloof in onsterfelijkheid op te geven? Moet ze echt het logische denken volgen en de hoop op een hiernamaals opgeven voor de plicht om alle consequenties van een wetenschappelijke waarheid te aanvaarden? 'Ja', zullen de meeste mensen zeggen. 'Nee', zegt William James, 'stoom is toch ook niet het ultieme doel van de fluitketel?' Met grandeur, humor en milde ironie presenteert de filosoof William James twee bezwaren tegen de stelling dat 'hersenen slechts een productieve functie hebben'. Het is fascinerend hoe James' ideeën aansluiten bij een aantal hedendaagse gedachten over het 'hiernamaals'. Het is deze actualiteit die dit scherpzinnige betoog de lof toekent van een kleine klassieker.Weblog over geloof en wetenschapRecensie door Dr. Taede A. SmedesOnlangs las ik een beroemd essay van William James (1842-1910): "Human Immortality: Two Supposed Objections to the Doctrine". Een werkelijk prachtig stukje werk, waarin hij een zeer originele bijdrage levert aan het hele debat over de mogelijkheid of onmogelijkheid van een onsterfelijke ziel. Het essay is feitelijk een lezing die James hield. De lezing begint dan ook met wat informeel blabla, maar dan komt James los. Hij stelt dat onze moderne cultuur een probleem heeft met het denken over a life hereafter. Het probleem is dat door fysiologen en in veel populaire wetenschappelijke werken en tijdschriften voortdurend wordt gesteld dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van hersenprocessen. Hoe kunnen we nog in een leven na de dood geloven als we naar menselijke gedragingen kijken, dan zien we dat menselijk bewustzijn sterk verbonden lijkt met hersenfenomenen. We weten dat bepaalde gebieden in de hersenen betrokken zijn bij zien, horen, spreken, etc. Dit leidt tot de centrale formule die James opstelt: Thought is a function of the brain. En hij vraagt het publiek (en daarmee de lezer) om deze formule uiterst serieus te nemen. De vraag die vervolgens echter rijst is, of deze formule logically compelling is om het geloof in onsterfelijkheid overboord te gooien. De meeste mensen, zo zegt James (en we kunnen het hem nog steeds nazeggen), zouden hier volmondig 'ja' op antwoorden. Ja, we moeten geloof in onsterfelijkheid overboord gooien als onze geestelijke vermogens te herleiden zouden zijn tot louter hersenprocessen. James echter meent dat het fout is en dat de formule in strict logic no deterrent power heeft. Het eerste punt is dat we veelal geneigd zijn om de relatie tussen onze geestelijke vermogens en het brein strikt te bekijken vanuit het perspectief van slechts één functionele afhankelijkheid, namelijk die van productie: dat denken een functie van het brein is, wordt equivalent gedacht aan uitspraken als "stoom is de functie van een waterkoker" of "licht is een functie van het electrische circuit" of "electriciteit is een functie van de waterval". De functie is in al deze voorbeelden productief: het een brengt het ander voort. En ja, als het orgaan wat de functie produceert ermee ophoudt, zodat de productie niet langer kan doorgaan, then the soul must surely die. Such a conclusion as this is indeed inevitable from that particular conception of the facts. James' these nu is dat when we think of the law that thought is a function of the brain, we are not required to think of productive function only; we are entitled also to consider permissive or transmissive function. Maar op wat voor manier moeten we ons die doorgevende functie van het brein voorstellen? Stel, zegt James, dat er onder de zichtbare werkelijkheid nog een onzichtbare werkelijkheid is, en dat onze zichtbare werkelijkheid slechts een vernislaagje is dat die andere wereld verbergt en terughoudt. En stel verder dat af en toe dat vernislaagje wat dunner wordt en iets van de stralen van die andere werkelijkheid doorlaat. These beams would be so many finite rays, so to speak, of consciousness, and they would vary in quantity and quality as the opacity varied in degree. Onze hersenen functioneren dus als een soort tv-toestel of radio dat signalen opvangt, filtert en omzet, en vervolgens in andere vorm (nl. beeld en/of geluid) doorgeeft. Ons bewustzijn is datgene wat wordt doorgegeven. Je ziet dus, zegt James, dat het materialisme een heel eenzijdige benadering van het woord "functie" heeft. En het zou wel van een zekere irrationaliteit getuigen als we een alternatief voor de materialistische visie moedwillig zouden negeren. Maar is deze visie dan niet strijdig met de wetenschap? Nee, zegt James, want als je goed kijkt naar de wetenschappelijke data, dan zie je dat die slechts kan aantonen dat bewustzijn vergezeld gaat van hersenactiviteiten en vice versa. Er is dus sprake van bare concomitant variation. Als de hersenactiviteit verandert, verandert de bewustzijnstoestand - maar opnieuw, impliceert dit logisch noodzakelijk dat de bewustzijnstoestand voortkomt uit, geproduceerd wordt door de hersenactiviteit? Nee dus. We zien slechts beide samen voorkomen, maar dat impliceert niet met logische noodzakelijkheid dat het een uit het ander voortkomt. Hier zien we dus dat James Hume's ideeën over causaliteit goed bestudeerd heeft. Bovendien, zegt James, kun je altijd een hersenwetenschapper de vraag stellen hoe die productie van bewustzijn door hersenactiviteit in zijn werk gaat. Je zult zien dat een hersenwetenschapper dan met de mond vol tanden staat. Maar hoe zit het nu met onsterfelijkheid? De transmissie-idee veronderstelt dat er altijd een "bewustzijnswerkelijkheid" is die achter of onder onze waarneembare werkelijkheid schuilgaat, en dat menselijke hersenen die werkelijkheid filteren en doorlaten, zodat iets ervan in onze werkelijkheid zichtbaar is namelijk als bewustzijn en levenskracht. Als onze hersenen echter defect raken of zelfs sterven, dan zal die bewustzijnswerkelijkheid zelf natuurlijk niet verdwijnen. De signalen zullen dan vervormd worden en wellicht zal ons bewustzijn verdwijnen (in de zin van niet meer zichtbaar zijn voor anderen). Maar de bewustzijnswerkelijkheid zelf blijft. Maar moeten we ervan uitgaan dat er slechts één bewustzijn is? Zou het niet zo kunnen zijn dat er verschillende "bewustzijnen" zijn, misschien net zoveel als er levende dingen zijn? Hier lijkt James een link te leggen met Aristoteles' idee van de ziel als de vorm van levende wezens. Want inderdaad, zegt James, hoewel wij altijd naar eenvoud streven, is het niet uit te sluiten dat er net zoveel bewustzijnen zijn als dat er levende wezens zijn. En dat, bovendien, al die bewustzijnen overleven na de dood. En dat geldt niet alleen voor mensen en dieren, maar - conform Aristoteles - voor alle levende dingen. Wie weet bestaat het bewustzijn van elk levend wezen wat ooit geleefd heeft nog steeds, hoewel we het niet kunnen waarnemen. Ergo, concludeert James, For my own part, then, so far as logic goes, I am willing that every leaf that ever grew in this world's forests and rustled in the breeze should become immortal. It is purely a question of fact: are the leaves so, or not? Abstract quantity, and the abstract needlessness in our eyes of so much reduplication of things so much alike, have no connection with the subject. For bigness and number and generic similarity are only manners of our finite way of thinking; and, considered in itself and apart from our imagination, one scale of dimensions and of numbers for the Universe is no more miraculous or inconceivable than another, the moment you grant to a universe the liberty to be at all, in place of the Non-entity that might conceivably have reigned. Het denken over de relatie tussen hersenen en de ziel in termen van transmissie, is een mogelijkheid die we niet kunnen uitsluiten, zegt James. Dat wel doen would be letting blindness lay down the law to sight. Ik heb hier slechts een fractie van de boeiende gedachtestrengen van James weergegeven - het loont werkelijk het hele essay zelf te lezen. Het interessante en actuele aan dit essay van James is bovendien, dat het zeer dicht in de buurt komt bij (door wetenschappers omstreden) ideeën die door bijvoorbeeld Pim van Lommel en Dick Mesland worden besproken.

Het boekje over het bewustzijn na de dood € 22,50
Het boekje over het bewustzijn na de dood

De Duitse medicus, natuurkundige en filosoof (1801-1887) vat zijn filosofie van panpsychisme ('alles heeft bewustzijn') samen en legt uit hoe het bewustzijn de dood van het lichaam kan overleven.Het woord psyche, levenskracht of geest, heeft oude bronnen. In de zestiende eeuw werd psyche gekoppeld met logos, woord of studie. Zo ontstond psychologie, de wetenschap die bewustzijnsverschijnselen onderzoekt.De natuurkundige Gustav Fechner ontwikkelde in 1850 een wet over de relatie tussen geest en lichaam. Dit was van belang omdat de filosoof Emmanuel Kant had voorspeld dat de psychologie nooit een wetenschap kon worden omdat het onmogelijk zou zijn de processen experimenteel te meten.De bijdrage van de methode van Fechner was dat psychologie losstond van filosofische veranderingen, wetenschappelijk was en niets meer met ziel of geest te maken had. Alles was empirisch te verklaren.Het was William James die uit Fechners woorden een dubbel Leitmotiv distilleerde. Fechners bevindingen openden de deur voor de mogelijkheid van een wetenschappelijk kwantitatieve psychologie én een lans brak voor een even revolutionaire als visionaire metafysica. Als de relatie tussen de spirituele wereld en de wereld van natuurkundige verschijnselen in wiskundige termen te beschrijven valt, betoogde Fechner, dan betekent dit dat er tussen die twee werelden een rechtstreeks verband bestaat, waarbij het primaat aan de zijde van de spirituele wereld ligt. Dit was iets om over na te denken.De openingszin van het Boekje over het leven na de dood is opvallend voor de man van de empirische benadering: 'De mens leeft niet eenmaal op aarde, maar driemaal. In de eerste fase leeft de mens eenzaam in het duister. In de tweede leeft hij tussen anderen maar zonder relatie met hen. In het derde leven leeft hij waarlijk in gemeenschap.'Een ontwikkeling van lichaam naar ziel, naar geest, de drie fasen van de groei van het bewustzijn. Bij het sterven van het separate zelf, het ego, wordt de mens zich levend bewust van de omvang van de 'universele geest'.placido: De kunst om ijdel in dwaling en onrecht te volharden, noemt men leven. Wie dat eenmaal inziet, ziet het niet meer. Dat is de dood.goethe: Stirb und Werde - Sterf en kom tot leven.rudolf steiner: Wie het eigen wezen doodt, die leeft een eeuwig zijn.oftewel: Wie niet sterft voor hij sterft, gaat te gronde als hij sterft.Benedictijns Tijdschrift 2014/3Recensie door Frans BerkelmansTheo Fechner (1801-1887) was een spiritueel denker die vanuit de natuurkunde een brug wist te slaan naar de filosofie. Dit klassieke werkje, daterend uit 1836 en herdrukt in 1866 en 1887, verdient inderdaad hernieuwde aandacht, waarvoor Herman Groenewegen & Daniël Mok hun lezenswaardige motivatie schreven (blz. 74-119) en de inleiding van William James (1909) lieten vertalen (pp. 13-18).NBC|BiblionRecensie door Taede A. Smedes; philosopher of religion, theologianGustav Theodor Fechner (1801-1887), eerst opgeleid tot medicus, veranderde later naar natuur- en scheikunde en brak daarin door. Nadat hij in 1840 door een oogkwaal tijdelijk bijna blind werd, ging hij zich vanaf 1843 richten op filosofie en psychologie. Met zijn "psychofysica" waarin de samenhang van lichaam en geest bestudeerd werd, had hij invloed op o.a. William James en Gerardus Heymans. In het traktaatje over het leven na de dood uit 1836 (oorspronkelijk gepubliceerd onder het pseudoniem "Dr. Mises"; in 1866 opnieuw uitgegeven onder eigen naam) vat Fechner zijn ideeën over het kosmisch bewustzijn en het bestaan na de dood samen. Bewustzijn blijft ook na de dood bestaan. Vrij van beperkingen stroomt het zich uit in de natuur en beïnvloedt het de kosmos, die ten diepste ook uit bewustzijn bestaat. De doden beïnvloeden de levenden o.a. wanneer er aan hen gedacht wordt. Interessante lectuur, speculatief, esoterisch en dogmatisch. Leesbaar vertaald. Vergezeld van het voorwoord van James bij de Engelse vertaling, en een groot artikel van redacteur Daniël Mok en Herman Groenewegen.

Edmund Husserl € 19,90
Edmund Husserl

Edmund Husserl (1859-1938) is een van de meest invloedrijke filosofen ooit en grondlegger van de fenomenologie. Alles wat wij door middel van ons bewustzijn kunnen kennen - denkend, ervarend, voorstellend of waarderend - heeft Husserl 'fenomenen' genoemd. Fenomenologie is bij hem een wezensleer van het bewustzijn en zijn objecten. Het is een stroming die ook in de pedagogiek, psychologie en sociologie ingang heeft gevonden.De fenomenologie, de leer der verschijnselen, staat tussen de vermelding van een chaotisch aantal feiten en de doorgevoerde abstractie van een alomvattend waardeoordeel in. Zij probeert structuren te zien in de verwarrende berichtenstroom, maar stelt het oordeel nog even uit. Er moet ruimte komen voordat de beslissingen vallen. Fenomenologie kan de wetenschap van het tussenrijk genoemd worden want zij voert een rechtmatig interregnum. Nadat de gegevens zijn samengebracht en voordat de systematische ordening en definitieve beslissingen kunnen inzetten, komt haar de leiding toe in de geestelijke bezinning. Zij leeft tussen de empirische werkelijkheid en de waarheidsvraag.Fenomenologie wil niet oordelen, interpreteren of vertalen, maar begrijpen. Fenomenologie is de wetenschap van het zuivere bewustzijn. Het is een denken zonder vooroordelen dat verschijnselen en mensen in hun eigenwaarde tot hun recht wil laten komen. Het is een zuivere benadering, van mens tot mens, van geest tot geest.Zelden beperken wij ons ertoe om de verschijnselen waar te nemen zonder in te grijpen. Wij hebben de neiging om actief op te treden en te gaan experimenteren. We veranderen de biotische omstandigheden en dan mag de vraag gesteld worden in hoeverre we uit de zo verkregen data conclusies mogen trekken over het verloop dat de verschijnselen gehad zouden hebben, als wij er ons er níet mee hadden bemoeid. Omringd door een kunstmatige wereld is de onbevangen kijk, waarmee de archaïsche mens de natuur aanschouwde, uit het zicht verdwenen.Die WeltRecensie door Johanna Schmeller"Die Auseinandersetzung mit dem peinlich sauber formulierten Quer- und Neudenker, der in Halle, Göttingen und Freiburg lehrte und gemäß dieser Biografie einen altmodischen Lebensstil beibehielt, lohnt. Die Darstellung der Münchner Philosophin Verena Mayer kondensiert Husserls Werk überzeugend." Johanna Schmeller, Die Welt, 25. April 2009

€ 24,95
Kopverkenningen

'Kopverkenningen' is niet alleen een boek dat over de werking van het brein gaat, maar vooral ook een boek dat gaat over de samenhang tussen de mens en de hem omringende natuur. De auteur laat de grote verbanden zien tussen menswetenschappen en gedragsbiologie aan de ene kant en de hersenwetenschappen aan de andere kant. De thema's die daarbij aan de orde komen, bevinden zich op het terrein waarop de filosofie zich door de eeuwen heen heeft bewogen. Misschien is het zelfs mogelijk door het lezen van dit boek de Ethica van Spinoza beter te begrijpen. Men kan ook de in dit boek beschreven theorie zien als een nieuw - of beter 'vernieuwd' - neurofilosofisch systeem. De hoofdmoot ervan berust op kritisch onderzoek van persoonlijke ervaringen van de auteur en van wat hij in zijn leven als medicus geleerd heeft. Het zijn dus verkenningen in zijn eigen brein geweest die de grondslag van deze filosofie vormen. Vandaar de titel 'Kopverkenningen'. Over de auteur: Bas van Egmond is 32 jaar huisarts geweest in een klein plaatsje aan de Maas. Op zijn spreekuur kwamen mensen niet alleen met hun medische kwaaltjes, maar ook met hun relationele, psychische en pedagogische problemen. Hij heeft altijd geprobeerd zijn patiënten als medicus en als mens bij te staan. Daardoor werd hij gedwongen na te denken over de vraag waarom mensen doen en handelen zoals ze doen en handelen. In dit boek heeft hij geprobeerd een antwoord te geven op die vraag.

De wortels van het Indiase denken € 9,90
De wortels van het Indiase denken - E-book

We praten over reïncarnatie en karma en er zijn talloze yoga­lessen te volgen. Het hindoeïsme is inmiddels een gevestigde religie in Nederland. Vandaar dat er behoefte is naar materiaal dat de achtergronden van het Indiase denken beschrijft en verklaart. Alfred Scheepers schreef een boek over die wortels van het Indiase denken met als uitgangspunt is dat menselijke ideeën zich ontwikkelen binnen de maatschappelijke context waarin zij groeien. Dit boek wil aannemelijk maken dat verschillende gedachten binnen het hindoeïsme ontstaan zijn uit de maatschappelijke en sociale veranderingen: de overgang van een primitief leven, waarin de natuur nog niet werd beheerst, naar een akkerbouw en veeteelt die door de menselijke ratio werd gestuurd naar een koopmansbestaan waarbij de band met de natuur losser werd en men levenloze materie ging produceren en verhandelen. Bij elk van deze fase hoort een bepaalde idee over de machten, de goden, verlossing en gedrag. Scheepers geeft knappe beschrijvingen en analyses van de verschillende stromingen van denken en doen in India: brahmanisme, jainisme, boeddhisme, de yoga, de leer van de Bhagavad Gita en de Vedanta. Je moet wel interesse en enige kennis hebben om het betoog met plezier te volgen en bepaalde passages moet je herlezen om de strekking ervan te pakken. De volhouder wordt beloond met een dieper inzicht in de wortels van het Indiase denken. Het eindigt een beetje als een Unvollendete. De laatste zin markeert de overgang naar de Middeleeuwen. Je bent benieuwd hoe dr. Scheepers het vervolg zou beschrijven. Vermoedelijk vindt hij dat het belangrijkste is gezegd. Wat wij nu meemaken en ontmoeten is in feite een vorm van de oude stromingen. Vandaar dat dit boek je helpt bij het begrijpen van de verschijnselen die je nu tegenkomt.

Rudolf Otto € 4,95
Rudolf Otto - E-book

Vijfenzeventig jaar geleden overleed Rudolf Otto na een dramatische val van de toren van Stauffenberg. Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door een tropische ziekte, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een gewelddadig einde aan het bewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto. We maken kennis met hoogbegaafde jonge Rudolf die, kampend met concentratieproblemen en zoekend naar 'de waarheid', de eerste jaren van zijn studie 'verdoet' met bijvakken als muziek- en kunstgeschiedenis, om uiteindelijk, na een 'vriendelijk advies' van zijn notoir anti-semitische professor Oriëntaalse talen in Göttingen De Lagarde, zich te concentreren op de examenvakken filosofie en godgeleerdheid. In een openhartige 'smeekbrief' vraagt hij toestemming om op korte termijn examen te mogen doen. Zeven jaar later promoveert hij en wordt privaatdocent. Een productieve tijd breekt aan. Otto verzorgt een uitgave naar de eerste druk van Friedrich Schleiermachers beroemde 'Redevoeringen over de religie' dat honderd jaar eerder was verschenen als reactie op de rationalistische tendensen van zijn tijd. Otto maakt in die tijd kennis met de historicus en latere Nobelprijswinnaar Nathan Søderblom aan wie hij altijd schatplichtig zal blijven. De kritisch-historische en godsdienstwetenschappelijke houding van Otto brengt hem in conflict met de Kerk en is een obstakel voor zijn academische carrière. Filosofie en natuurkunde staan in het middelpunt van Otto's belangstelling. Het vertaalt, onder pseudoniem, natuurkundige werken. De tegenwerking die Otto ondervond door zijn eigenzinnige houding leiden tot een persoonlijke crisis. Het is Ernst Troeltsch die hem voorhoudt vooral zichzelf te blijven, niet in paniek te raken en door te gaan doen wat hij zelf belangrijk vindt. In 1917 publiceert Otto 'Das Heilige', het boek dat hem in een klap wereldberoemd maakt. Zijn college's worden drukbezocht, om de paar maanden verschijnt er een nieuwe druk en de Engelse vertaling wordt juichend ontvangen. Met de aanstelling van Rudolf Bultmann en Martin Heidegger verschoof de belangstelling voor de liberaal-systematische theologie naar de dialectische richting. De studenten verlieten Otto en een paar jaar later ging Otto teleurgesteld met vervroegd emeritaat. In zijn laatste levensjaren hield Otto zich vooral bezig met de ethiek. Hoewel Rudolf Otto vele mensen ontmoette, leidde hij een eenzaam leven, zijn kleine hond was zijn enige metgezel op zijn wandelingen; de ernst nam met de jaren toe. Zijn zwakke gezondheid en de malaria sloopten zijn gestel. De zelfmoord van zijn joodse vriend Hermann Jacobsohn, als gevolg van de politieke ontwikkelingen in Duitsland, had hem diep getroffen, temeer omdat hij niet in staat was Jacobsohns zoon te adopteren. In oktober 1936 viel hij van een toren in Stauffenberg in de omgeving van Marburg. Over de omstandigheden is weinig bekend. Zijn zuster Johanne Ottmer schreef in december: 'Rudolf heeft veel hoofdpijn, zodat hij vaak moeite heeft om samenhangend te denken; depressies zijn ook weer komen opzetten... Hij huilt vaker.' Na een verdrietig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis stierf hij tenslotte op 6 maart 1937 aan een longontsteking. Zijn dodenmasker, afgenomen door de beeldhouwer Reinhard Paffrath in Marburg, ademt een weidse vrede, een stille verhevenheid. Ook zijn graf, hoog op de berg, vanwaar men ver uitziet, is passend voor deze persoon, wiens geest boven het aardse uitrees.

Hét boek van de thee € 7,90
Hét boek van de thee - E-book

6e druk – Nieuwe vertaling! Hét klassieke boekje over de geschiedenis, de kunst en de sfeer van het theedrinken. Thee is onlosmakelijk verbonden met de oosterse cultuur en filosofie, die op hun beurt schatplichtig zijn aan de ethisch-religieuze waarden van boeddhisme, daoïsme en confucianisme. Overal, van architectuur tot bloemschikken klinkt het schoonheidsideaal van Zen door. De auteur schrijft over de liefde voor het eenvoudige en het belang van oprechte aandacht.

A survey of buddhist thought € 27,90
A survey of buddhist thought

General in its approach, yet penetrating, this book allows the reader to become acquainted with the highlights of Buddhist philosophy. It not only treats the ideas of the founder of the religion, but follows the development of his thought through the ages. It points out how these ideas were used by the psychologists of the Abhidharma, how they issued in the mystical conceptions of Mahayana. But before all, the book treats the more intellectual notions about time and being as found in the Madhyamaka and Yogacara, and it analyses the logic of Buddhist idealism. Then the reader leaves India and goes to China to become familiar with the epochal figures of Sengzhao and Xuanzang, learns about the Garland and Tiantai schools, and, finally, he is led through the Japanese Zen Buddhism of Dogen and Hakuin.The Quarterly Review of BooksRecensie door The Quarterly Review of Books'Why is some of the best contemporary work on Indian philosophy authored by non-Indians? Is it because we are so mired in our prejudices and condition, that we fail to develop a proper sense of perspective and therefore the objectivity required for correct analysis? Alfred Scheepers' overview of Buddhist thought ranging from its inception to its spread into the Far East, is easily one of the most comprehensive contemporary works on the subject. And I say this despite the presence of a host of hefty tomes on the subject lying on my desk. The book is written with a unique flair, a love of the subject, and although the author displays a tremendous scholarship for his material, his writing comes across as crisp and easy. Such is his masterly presentation that the entire ambit of Buddhism is dealt with within 300 pages and one never gets the feeling that the volume is only an overview. From Abhidharma to Hakuin, Scheepers explores, analyses and quotes with remarkable fidelity. He is careful not to impose his own values but considers the evidence with the eyes of a man seeking enlightenment, The Quarterly Review of Books, Bombay, June 2000

A survey of Buddhist thought € 14,90
A survey of Buddhist thought - E-book

General in its approach, yet penetrating, this book allows the reader to become acquainted with the highlights of Buddhist philosophy. It not only treats the ideas of the founder of the religion, but follows the development of his thought through the ages. It points out how these ideas were used by the psychologists of the Abhidharma, how they issued in the mystical conceptions of Mahayana. But before all, the book treats the more intellectual notions about time and being as found in the Madhyamaka and Yogacara, and it analyses the logic of Buddhist idealism. Then the reader leaves India and goes to China to become familiar with the epochal figures of Sengzhao and Xuanzang, learns about the Garland and Tiantai schools, and, finally, he is led through the Japanese Zen Buddhism of Dogen and Hakuin.