Filosofie

Nei Ye € 16,95
Nei Ye

Het korte gedicht van de Nei Ye (Innerlijke Ontwikkeling) is de eerste tekst die woorden gaf aan het ontluikende individualisme in China, zoals de Griekse filosofie dat omstreeks dezelfde tijd in Europa (350 v. Chr.) deed. De Nei Ye is ouder dan de Dao De Jing. Veel onderwerpen die hierin behandeld worden, zijn in de Nei Ye in een proto-stadium aanwezig. Het landschap dat hiermee geschetst wordt, is even wijds en intens. De nadruk ligt op de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de individuele mens. In de Nei Ye komen ook voor het eerst begrippen naar boven, die zich zouden ontwikkelen tot de basisprincipes van de Chinese geneeskunst. De Nei Ye is hiermee een brontekst voor een beter begrip van het Daoïsme en de kijk op het leven van Chinezen in het algemeen. Guus Swuste is beeldend kunstenaar en restaurator van antieke houten objecten en heeft in zijn werk op een praktische manier kennis gemaakt met, naar later bleek, Daoïstische principes. De integratie van deze geestelijke waarden in het alledaagse leven kan hij dus uit eigen ervaring onderschrijven.

Wat zal men doen? € 27,50
Wat zal men doen?

Stern interpreteert in Deel I de geschiedenis als door vrijheid tenderend tot het inzicht in en respect voor een menselijke waardigheid die onschendbaar is zelf ten overstaan van een 'heilig mysterie'. Met Girard en Bonhoeffer traceert hij dit etnisch besef met name in de bijbelse traditie. Het openbaart zich in de omvattende modaliteit van het 'denken' en vindt in onze tijd zijn voornaamste uitdrukking in de 'verklaring van de rechten van de mens.'[Macht, recht en vrijheid vormen de belangrijkste thema's van het tweede deel van Sterns mensenrechten filosofie. In tegenstelling tot veel denkers ziet Stern geen spanning tussen macht enerzijds en recht en vrijheid anderzijds. Macht ontstaat wanneer mensen in vrijheid hun krachten bundelen om recht te bewerkstelligen. Ze is een positief te waarderen kwaliteit die het leven kan kenmerken en contrasteert niet met vrijheid maar met machteloosheid. De onderdrukkende macht die politici uitoefenen is geen macht maar een misbruik van de aan hen (door mensen) verleende autoriteit. Dat laatste is een politieke notie, macht een sociale. Hier kiest Stern met o.a. Hannah Arendt partij tegen grote namen als die van Bertrand Russel. 'Auctoritas in senatu, potestas in populo', zeiden de Romeinen al (gezag bij de senaat, de macht bij het volk).]{Op termijn zullen beide delen gezamenlijk worden uitgebracht met een omvang van 574 pagina's. In het inkijkbestand zijn beide delen reeds samengevoegd.)Biblion|NBDRecensie door Mr. dr. D.P. EngbertsDecennia lang vervulde de theoloog Ernst Stern (geb. 1926) een rol in de (internationale) kerkelijke vredesbeweging. Tegendraads, gepassioneerd en vasthoudend was hij door de jaren heen. Nu presenteert hij in twee kloeke delen een stortvloed aan geleerdheid op theologisch, filosofisch, politiek en cultuurhistorisch terrein, doorweven met principiële stellingnames in actuele kwesties. Ook in dit werk is hij geïnspireerd door zo verschillende denkers als Dietrich Bonhoeffer en de gereformeerde filosoof Herman Dooyeweerd, schoonvader van de auteur. Het is een curieus en tumultueus werk geworden waarin de denkdiscipline van Dooyeweerd wordt verbonden met de anarchistisch-pacifistische linkerflank van de politiek en met de herijking van de bijbellezing en -uitleg zoals die o.m. plaatsvindt in de Amsterdamse School. Bovendien heeft het werk uitgesproken autobiografische aspecten. Het is niet een werk voor een brede doelgroep, maar wel een werk om lang te bewaren.

Rudolf Otto, biografie € 19,90
Rudolf Otto, biografie

Vijfenzeventig jaar geleden stierf Rudolf Otto na een leven dat gekenmerkt wordt door triomf en tragiek. Verslaafd aan morfine, depressief en gesloopt door malaria kwam er een tragisch einde aan het veelbewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.Vier jaar lang incasseert de fijngevoelige Rudolf Otto het getreiter van Rudolf Bultmann en de hypocrisie van Martin Heidegger. Met het aanzwellen van het laarzen­gestamp wordt Otto steeds melancholieker. Op een herfstdag in 1936 begint hij aan zijn laatste, eenzame tocht naar de spookachtige ruines van Burg Staufenberg.NBC/Biblion, LeidschendamRecensie'Het boek bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van de briljante geleerde R. Otto (1869-1937). Hij was hoogleraar in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevingsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is Das Heilige (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na dit boek heeft hij vele reizen naar Azië gemaakt om de godsdiensten daar te bestuderen. Hij hield vast aan zijn christelijk geloof, maar erkende de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Het heilige komt volgens Otto niet uit de mens voort en veroorzaakt een numineuze ervaring, schrikwekkend zodanig dat een mens door huivering bevangen wordt, maar dit wel beleeft als een positieve ervaring. De naam ervoor is mysterium tremendum'. Otto beschrijft het als verschijnsel, waarom hij tot de fenomenologen wordt gerekend. Wie Das Heilige nooit heeft gelezen, kan door dit boek toch een goede indruk krijgen van de inhoud en de waarde ervan, alsmede van het leven van Otto zelf.' NBC/Biblion, LeidschendamUitgeverij AbraxasRecensie door Julia Boulanger'Deze biografie werpt een nieuw licht op de relatie tussen Martin Heidegger en Rudolf Otto. Ondersteund door citaten van verschillende filosofen van naam wordt voor het eerst duidelijk hoe door het dominante gedrag van Heidegger (ondersteund door Rudolf Bultmann) de mede door Otto geïnitieerde godsdienstwetenschap de nek om wordt gedraaid. Door een vergelijking van beider ethische grondhouding wordt voor het eerst duidelijk hoe het komt dat Heidegger op grond van zijn filosofische ideeën de kant van het Hitler-regime kiest en hoe rücksichtslos hij zijn ethische houding toepast op zijn filosofische en persoonlijke relaties. Los van het feit dat Heidegger door zijn optreden de oorzaak was van Otto's door teleurstelling ingegeven verzoek tot vervroegd emiraat is het belang van dit relaas vooral gelegen in de feiten van de door filosofie ingegeven levenshouding van Heidegger. Gezien de statuur van deze filosoof is het wetenschappelijk relevant dat deze 'Marburgse feiten' nu onderbouwd gepubliceerd zijn. De ethische grondhouding van Otto laat zien dat zijn houding tot volstrekt andere keuzes leidt. Dat Otto in de periode tussen 1930 en 1937 met zijn filosofie het onderspit moest delven is vanuit politiek oogpunt meteen helder. Dat zijn 'val' werd ondersteund door de regressieve filosofie en handelswijze van een van de grootste denkers ooit, heeft verregaande consequenties voor de beoordeling van Heideggers gedachtegoed.' Met bijdragen van Ger Groot en J.-J. Suurmond. Het mag dan een kleine biografie zijn, het is wel de meest complete die er momenteel mondiaal beschikbaar is. Ondanks het gegeven dat het om een Nederlandse tekst gaat (de onderhandelingen voor een Duitse en Engelse vertaling zijn nog gaande) speelt deze uitgave een rol op het internationale Rudolf Otto-congres in Marburg. (rudolf-otto.com)ReflectieRecensie door Aat-Lambèrt de KwantAat-Lambèrt de Kwant Rudolf Otto Het kwetsbare leven Biografie Abraxas 2012 Vijfenzeventig jaar geleden overleed na een dramatische val van de toren van Stauffenberg Rudolf Otto (1869-1937). Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door malaria, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een einde aan het bewogen leven van deze Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto. In deze rubriek aandacht voor deze boeiende theoloog, die wat eigen ervaring en kwetsbaarheid betreft, zijn tijd vooruit was. 'Het kwetsbare leven' bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van alto, die hoogleraar was in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevinqsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is 'Das Heilige' (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na de verschijning hiervan maakte hij vele reizen naar Azië om daar de godsdiensten te bestuderen. Hoewel zijn christelijke achtergrond een belangrijke rol bleef spelen, erkende hij ook de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Zijn intense zoektocht naar criteria voor religieuze waarachtigheid, en zijn voortschrijdende inzichten over de wisselwerking tussen de rationele en niet-rationele elementen in de religie, is kenmerkend voor zijn oeuvre. Hij introduceerde begrippen die later hun weg gevonden hebben in allerlei domeinen. Naast de theologie en religiewetenschap geldt dit ondermeer voor literatuur, kunst en psychologie, zoals bijvoorbeeld bij Jung. Voor wie Otto een onbekende is, krijgt door dit boek toch een duidelijk beeld van wie Rudolf Otto was, alsook een beeld van zijn grote betekenis.

De onsterfelijkheid van het bewustzijn € 16,90
De onsterfelijkheid van het bewustzijn

Volgens William James heeft onze hedendaagse cultuur een probleem met denken over leven na de dood.Allerlei populair-wetenschappelijke werkjes beweren keer op keer dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van de werking van de hersenen. Hoe is het dan mogelijk dat die functie blijft bestaan, nadat dit orgaan niet meer bestaat? Hij poneert dan de volgende stelling:Het denken is een functie van de hersenen.De vraag is dan, dwingt deze theorie ons werkelijk het geloof in onsterfelijkheid op te geven? Moet ze echt het logische denken volgen en de hoop op een hiernamaals opgeven voor de plicht om alle consequenties van een wetenschappelijke waarheid te aanvaarden?'Ja', zullen de meeste mensen zeggen. 'Nee', zegt William James, 'stoom is toch ook niet het ultieme doel van de fluitketel?'Met grandeur, humor en milde ironie presenteert de filosoof William James twee bezwaren tegen de stelling dat 'hersenen slechts een productieve functie hebben'.Het is fascinerend hoe James' ideeën aansluiten bij een aantal hedendaagse gedachten over het 'hiernamaals'. Het is deze actualiteit die dit scherpzinnige betoog de lof toekent van een kleine klassieker.Weblog over geloof en wetenschapRecensie door Dr. Taede A. SmedesOnlangs las ik een beroemd essay van William James (1842-1910): "Human Immortality: Two Supposed Objections to the Doctrine". Een werkelijk prachtig stukje werk, waarin hij een zeer originele bijdrage levert aan het hele debat over de mogelijkheid of onmogelijkheid van een onsterfelijke ziel. Het essay is feitelijk een lezing die James hield. De lezing begint dan ook met wat informeel blabla, maar dan komt James los. Hij stelt dat onze moderne cultuur een probleem heeft met het denken over a life hereafter. Het probleem is dat door fysiologen en in veel populaire wetenschappelijke werken en tijdschriften voortdurend wordt gesteld dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van hersenprocessen. Hoe kunnen we nog in een leven na de dood geloven als we naar menselijke gedragingen kijken, dan zien we dat menselijk bewustzijn sterk verbonden lijkt met hersenfenomenen. We weten dat bepaalde gebieden in de hersenen betrokken zijn bij zien, horen, spreken, etc. Dit leidt tot de centrale formule die James opstelt: Thought is a function of the brain. En hij vraagt het publiek (en daarmee de lezer) om deze formule uiterst serieus te nemen. De vraag die vervolgens echter rijst is, of deze formule logically compelling is om het geloof in onsterfelijkheid overboord te gooien. De meeste mensen, zo zegt James (en we kunnen het hem nog steeds nazeggen), zouden hier volmondig 'ja' op antwoorden. Ja, we moeten geloof in onsterfelijkheid overboord gooien als onze geestelijke vermogens te herleiden zouden zijn tot louter hersenprocessen. James echter meent dat het fout is en dat de formule in strict logic no deterrent power heeft. Het eerste punt is dat we veelal geneigd zijn om de relatie tussen onze geestelijke vermogens en het brein strikt te bekijken vanuit het perspectief van slechts één functionele afhankelijkheid, namelijk die van productie: dat denken een functie van het brein is, wordt equivalent gedacht aan uitspraken als "stoom is de functie van een waterkoker" of "licht is een functie van het electrische circuit" of "electriciteit is een functie van de waterval". De functie is in al deze voorbeelden productief: het een brengt het ander voort. En ja, als het orgaan wat de functie produceert ermee ophoudt, zodat de productie niet langer kan doorgaan, then the soul must surely die. Such a conclusion as this is indeed inevitable from that particular conception of the facts. James' these nu is dat when we think of the law that thought is a function of the brain, we are not required to think of productive function only; we are entitled also to consider permissive or transmissive function. Maar op wat voor manier moeten we ons die doorgevende functie van het brein voorstellen? Stel, zegt James, dat er onder de zichtbare werkelijkheid nog een onzichtbare werkelijkheid is, en dat onze zichtbare werkelijkheid slechts een vernislaagje is dat die andere wereld verbergt en terughoudt. En stel verder dat af en toe dat vernislaagje wat dunner wordt en iets van de stralen van die andere werkelijkheid doorlaat. These beams would be so many finite rays, so to speak, of consciousness, and they would vary in quantity and quality as the opacity varied in degree. Onze hersenen functioneren dus als een soort tv-toestel of radio dat signalen opvangt, filtert en omzet, en vervolgens in andere vorm (nl. beeld en/of geluid) doorgeeft. Ons bewustzijn is datgene wat wordt doorgegeven. Je ziet dus, zegt James, dat het materialisme een heel eenzijdige benadering van het woord "functie" heeft. En het zou wel van een zekere irrationaliteit getuigen als we een alternatief voor de materialistische visie moedwillig zouden negeren. Maar is deze visie dan niet strijdig met de wetenschap? Nee, zegt James, want als je goed kijkt naar de wetenschappelijke data, dan zie je dat die slechts kan aantonen dat bewustzijn vergezeld gaat van hersenactiviteiten en vice versa. Er is dus sprake van bare concomitant variation. Als de hersenactiviteit verandert, verandert de bewustzijnstoestand - maar opnieuw, impliceert dit logisch noodzakelijk dat de bewustzijnstoestand voortkomt uit, geproduceerd wordt door de hersenactiviteit? Nee dus. We zien slechts beide samen voorkomen, maar dat impliceert niet met logische noodzakelijkheid dat het een uit het ander voortkomt. Hier zien we dus dat James Hume's ideeën over causaliteit goed bestudeerd heeft. Bovendien, zegt James, kun je altijd een hersenwetenschapper de vraag stellen hoe die productie van bewustzijn door hersenactiviteit in zijn werk gaat. Je zult zien dat een hersenwetenschapper dan met de mond vol tanden staat. Maar hoe zit het nu met onsterfelijkheid? De transmissie-idee veronderstelt dat er altijd een "bewustzijnswerkelijkheid" is die achter of onder onze waarneembare werkelijkheid schuilgaat, en dat menselijke hersenen die werkelijkheid filteren en doorlaten, zodat iets ervan in onze werkelijkheid zichtbaar is namelijk als bewustzijn en levenskracht. Als onze hersenen echter defect raken of zelfs sterven, dan zal die bewustzijnswerkelijkheid zelf natuurlijk niet verdwijnen. De signalen zullen dan vervormd worden en wellicht zal ons bewustzijn verdwijnen (in de zin van niet meer zichtbaar zijn voor anderen). Maar de bewustzijnswerkelijkheid zelf blijft. Maar moeten we ervan uitgaan dat er slechts één bewustzijn is? Zou het niet zo kunnen zijn dat er verschillende "bewustzijnen" zijn, misschien net zoveel als er levende dingen zijn? Hier lijkt James een link te leggen met Aristoteles' idee van de ziel als de vorm van levende wezens. Want inderdaad, zegt James, hoewel wij altijd naar eenvoud streven, is het niet uit te sluiten dat er net zoveel bewustzijnen zijn als dat er levende wezens zijn. En dat, bovendien, al die bewustzijnen overleven na de dood. En dat geldt niet alleen voor mensen en dieren, maar - conform Aristoteles - voor alle levende dingen. Wie weet bestaat het bewustzijn van elk levend wezen wat ooit geleefd heeft nog steeds, hoewel we het niet kunnen waarnemen. Ergo, concludeert James, For my own part, then, so far as logic goes, I am willing that every leaf that ever grew in this world's forests and rustled in the breeze should become immortal. It is purely a question of fact: are the leaves so, or not? Abstract quantity, and the abstract needlessness in our eyes of so much reduplication of things so much alike, have no connection with the subject. For bigness and number and generic similarity are only manners of our finite way of thinking; and, considered in itself and apart from our imagination, one scale of dimensions and of numbers for the Universe is no more miraculous or inconceivable than another, the moment you grant to a universe the liberty to be at all, in place of the Non-entity that might conceivably have reigned. Het denken over de relatie tussen hersenen en de ziel in termen van transmissie, is een mogelijkheid die we niet kunnen uitsluiten, zegt James. Dat wel doen would be letting blindness lay down the law to sight. Ik heb hier slechts een fractie van de boeiende gedachtestrengen van James weergegeven - het loont werkelijk het hele essay zelf te lezen. Het interessante en actuele aan dit essay van James is bovendien, dat het zeer dicht in de buurt komt bij (door wetenschappers omstreden) ideeën die door bijvoorbeeld Pim van Lommel en Dick Mesland worden besproken.

Het boekje over het bewustzijn na de dood € 22,50
Het boekje over het bewustzijn na de dood

De Duitse medicus, natuurkundige en filosoof (1801-1887) vat zijn filosofie van panpsychisme ('alles heeft bewustzijn') samen en legt uit hoe het bewustzijn de dood van het lichaam kan overleven.Het woord psyche, levenskracht of geest, heeft oude bronnen. In de zestiende eeuw werd psyche gekoppeld met logos, woord of studie. Zo ontstond psychologie, de wetenschap die bewustzijnsverschijnselen onderzoekt.De natuurkundige Gustav Fechner ontwikkelde in 1850 een wet over de relatie tussen geest en lichaam. Dit was van belang omdat de filosoof Emmanuel Kant had voorspeld dat de psychologie nooit een wetenschap kon worden omdat het onmogelijk zou zijn de processen experimenteel te meten.De bijdrage van de methode van Fechner was dat psychologie losstond van filosofische veranderingen, wetenschappelijk was en niets meer met ziel of geest te maken had. Alles was empirisch te verklaren.Het was William James die uit Fechners woorden een dubbel Leitmotiv distilleerde. Fechners bevindingen openden de deur voor de mogelijkheid van een wetenschappelijk kwantitatieve psychologie én een lans brak voor een even revolutionaire als visionaire metafysica. Als de relatie tussen de spirituele wereld en de wereld van natuurkundige verschijnselen in wiskundige termen te beschrijven valt, betoogde Fechner, dan betekent dit dat er tussen die twee werelden een rechtstreeks verband bestaat, waarbij het primaat aan de zijde van de spirituele wereld ligt. Dit was iets om over na te denken.De openingszin van het Boekje over het leven na de dood is opvallend voor de man van de empirische benadering: 'De mens leeft niet eenmaal op aarde, maar driemaal. In de eerste fase leeft de mens eenzaam in het duister. In de tweede leeft hij tussen anderen maar zonder relatie met hen. In het derde leven leeft hij waarlijk in gemeenschap.'Een ontwikkeling van lichaam naar ziel, naar geest, de drie fasen van de groei van het bewustzijn. Bij het sterven van het separate zelf, het ego, wordt de mens zich levend bewust van de omvang van de 'universele geest'.placido: De kunst om ijdel in dwaling en onrecht te volharden, noemt men leven. Wie dat eenmaal inziet, ziet het niet meer. Dat is de dood.goethe: Stirb und Werde - Sterf en kom tot leven.rudolf steiner: Wie het eigen wezen doodt, die leeft een eeuwig zijn.oftewel: Wie niet sterft voor hij sterft, gaat te gronde als hij sterft.Benedictijns Tijdschrift 2014/3Recensie door Frans BerkelmansTheo Fechner (1801-1887) was een spiritueel denker die vanuit de natuurkunde een brug wist te slaan naar de filosofie. Dit klassieke werkje, daterend uit 1836 en herdrukt in 1866 en 1887, verdient inderdaad hernieuwde aandacht, waarvoor Herman Groenewegen & Daniël Mok hun lezenswaardige motivatie schreven (blz. 74-119) en de inleiding van William James (1909) lieten vertalen (pp. 13-18).NBC|BiblionRecensie door Taede A. Smedes; philosopher of religion, theologianGustav Theodor Fechner (1801-1887), eerst opgeleid tot medicus, veranderde later naar natuur- en scheikunde en brak daarin door. Nadat hij in 1840 door een oogkwaal tijdelijk bijna blind werd, ging hij zich vanaf 1843 richten op filosofie en psychologie. Met zijn "psychofysica" waarin de samenhang van lichaam en geest bestudeerd werd, had hij invloed op o.a. William James en Gerardus Heymans. In het traktaatje over het leven na de dood uit 1836 (oorspronkelijk gepubliceerd onder het pseudoniem "Dr. Mises"; in 1866 opnieuw uitgegeven onder eigen naam) vat Fechner zijn ideeën over het kosmisch bewustzijn en het bestaan na de dood samen. Bewustzijn blijft ook na de dood bestaan. Vrij van beperkingen stroomt het zich uit in de natuur en beïnvloedt het de kosmos, die ten diepste ook uit bewustzijn bestaat. De doden beïnvloeden de levenden o.a. wanneer er aan hen gedacht wordt. Interessante lectuur, speculatief, esoterisch en dogmatisch. Leesbaar vertaald. Vergezeld van het voorwoord van James bij de Engelse vertaling, en een groot artikel van redacteur Daniël Mok en Herman Groenewegen.

Edmund Husserl € 19,90
Edmund Husserl

Edmund Husserl (1859-1938) is een van de meest invloedrijke filosofen ooit en grondlegger van de fenomenologie. Alles wat wij door middel van ons bewustzijn kunnen kennen - denkend, ervarend, voorstellend of waarderend - heeft Husserl 'fenomenen' genoemd. Fenomenologie is bij hem een wezensleer van het bewustzijn en zijn objecten. Het is een stroming die ook in de pedagogiek, psychologie en sociologie ingang heeft gevonden.De fenomenologie, de leer der verschijnselen, staat tussen de vermelding van een chaotisch aantal feiten en de doorgevoerde abstractie van een alomvattend waardeoordeel in. Zij probeert structuren te zien in de verwarrende berichtenstroom, maar stelt het oordeel nog even uit. Er moet ruimte komen voordat de beslissingen vallen. Fenomenologie kan de wetenschap van het tussenrijk genoemd worden want zij voert een rechtmatig interregnum. Nadat de gegevens zijn samengebracht en voordat de systematische ordening en definitieve beslissingen kunnen inzetten, komt haar de leiding toe in de geestelijke bezinning. Zij leeft tussen de empirische werkelijkheid en de waarheidsvraag.Fenomenologie wil niet oordelen, interpreteren of vertalen, maar begrijpen. Fenomenologie is de wetenschap van het zuivere bewustzijn. Het is een denken zonder vooroordelen dat verschijnselen en mensen in hun eigenwaarde tot hun recht wil laten komen. Het is een zuivere benadering, van mens tot mens, van geest tot geest.Zelden beperken wij ons ertoe om de verschijnselen waar te nemen zonder in te grijpen. Wij hebben de neiging om actief op te treden en te gaan experimenteren. We veranderen de biotische omstandigheden en dan mag de vraag gesteld worden in hoeverre we uit de zo verkregen data conclusies mogen trekken over het verloop dat de verschijnselen gehad zouden hebben, als wij er ons er níet mee hadden bemoeid. Omringd door een kunstmatige wereld is de onbevangen kijk, waarmee de archaïsche mens de natuur aanschouwde, uit het zicht verdwenen.Die WeltRecensie door Johanna Schmeller"Die Auseinandersetzung mit dem peinlich sauber formulierten Quer- und Neudenker, der in Halle, Göttingen und Freiburg lehrte und gemäß dieser Biografie einen altmodischen Lebensstil beibehielt, lohnt. Die Darstellung der Münchner Philosophin Verena Mayer kondensiert Husserls Werk überzeugend." Johanna Schmeller, Die Welt, 25. April 2009

Het boek van de thee € 19,90
Het boek van de thee

Hét klassieke boekje over de geschiedenis, de kunst en de sfeer van het theedrinken.Thee is onlosmakelijk verbonden met de oosterse cultuur en filosofie, die op hun beurt schatplichtig zijn aan de ethisch-religieuze waarden van boeddhisme, daoïsme en confucianisme. Overal, van architectuur tot bloemschikken klinkt het schoonheidsideaal van Zen door. De auteur schrijft over de liefde voor het eenvoudige en het belang van oprechte aandacht.6e druk, nieuwe vertaling voorjaar 2015

De Yogasoetra van Patanjali € 19,95
De Yogasoetra van Patanjali

Samenvatting: Vertaling van een van de belangrijkste yogateksten; het kritisch commentaar belicht de context en de filosofische samenhang.Recensie:Uitdagende - soms gewaagde - vertaling van de belangrijkste yoga-tekst (4e eeuw v.Chr.).Het Sanskrit lijkt vrij van religieuze beïnvloeding vertaald te zijn, maar behoeft soms correctie. De uitgebreide inleiding en de commentaren en inleidingen bij ieder hoofdstuk verklaren de tekst, bieden analyses van de historische en religieuze context van de sutra's en belichten hun filosofische achtergrond. De tegenover elkaar afgedrukte getranscribeerde Sanskrit-tekst en de vertaling bevorderen de vergelijkingsmogelijkheid en leesbaarheid. Een Sanskrit-termenlijst en een index op de filosofische begrippen hadden de toegankelijkheid nog vergroot! De auteur, Oost-Westfilosoof, laat zich al jaren kennen als een origineel onderzoeker van de Indiase cultuur. Ondanks enkele verrassende misvattingen en -spellingen prikkelt dit boek tot nadenken en discussie, op zichzelf al een enorme verdienste. Voor kritische yoga-geïnteresseerden!

Grondregels van de filosofie van het midden € 22,50
Grondregels van de filosofie van het midden

Hoogcarspels vertaling van Nagarjuna's 'Grondregels' is de eerste in het Nederlands direct uit het Sanskriet.Nagarjuna leefde waarschijnlijk in de tweede eeuw van onze jaartelling in India en is een van de invloedrijkste boeddhistische denkers. Hij ontwikkelde zijn filosofie in de traditie van de Prajnaparamita Sutra's, die leren dat de dingen 'leeg' zijn als een illusie.Het werk dat hier wordt gepresenteerd is een vertaling van Nagarjuna's bekendste werk, de Mulamadhyamakakarika's. In dit werk probeert de filosoof aan te tonen dat de werkelijkheid niet kan worden teruggebracht tot begripsmatige structuren, omdat denken en begripsvorming op het vlak liggen van de mentale voorstelling en daarom fantasie zijn. De werkelijkheid wordt daarentegen ervaren en juist om die reden kan ze niet worden gedacht.Het werk heeft enorme invloed uitgeoefend op de geschiedenis van het boeddhistisch denken in Centraal- en Oost-Azie. Nagarjuna toont de absurditeit aan van begrippen zoals substantie, causaliteit en de idee van beweging, tenminste voor zover die termen gedacht worden te verwijzen naar een op zichzelf bestaande werkelijkheid. Evenals de westerse filosoof Immanuel Kant wijst hij op de grenzen van het menselijk verstand en schept zo openheid voor de vrijheid van het ervaren.

De wortels van het Indiase denken € 22,50
De wortels van het Indiase denken

We praten over reïncarnatie en karma en er zijn talloze yoga­lessen te volgen. Het hindoeïsme is inmiddels een gevestigde religie in Nederland. Vandaar dat er behoefte is naar materiaal dat de achtergronden van het Indiase denken beschrijft en verklaart.Alfred Scheepers schreef een boek over die wortels van het Indiase denken met als uitgangspunt is dat menselijke ideeën zich ontwikkelen binnen de maatschappelijke context waarin zij groeien. Dit boek wil aannemelijk maken dat verschillende gedachten binnen het hindoeïsme ontstaan zijn uit de maatschappelijke en sociale veranderingen: de overgang van een primitief leven, waarin de natuur nog niet werd beheerst, naar een akkerbouw en veeteelt die door de menselijke ratio werd gestuurd naar een koopmansbestaan waarbij de band met de natuur losser werd en men levenloze materie ging produceren en verhandelen. Bij elk van deze fase hoort een bepaalde idee over de machten, de goden, verlossing en gedrag. Scheepers geeft knappe beschrijvingen en analyses van de verschillende stromingen van denken en doen in India: brahmanisme, jainisme, boeddhisme, de yoga, de leer van de Bhagavad Gita en de Vedanta. Je moet wel interesse en enige kennis hebben om het betoog met plezier te volgen en bepaalde passages moet je herlezen om de strekking ervan te pakken. De volhouder wordt beloond met een dieper inzicht in de wortels van het Indiase denken. Het eindigt een beetje als een Unvollendete. De laatste zin markeert de overgang naar de Middeleeuwen. Je bent benieuwd hoe dr. Scheepers het vervolg zou beschrijven. Vermoedelijk vindt hij dat het belangrijkste is gezegd. Wat wij nu meemaken en ontmoeten is in feite een vorm van de oude stromingen. Vandaar dat dit boek je helpt bij het begrijpen van de verschijnselen die je nu tegenkomt.NBD/BiblionRecensie door Ruud BoomsDe wortels van het Indiase denken / Alfred R. Scheepers; uit het Engels vertaald door de auteur; redactie, typografie en prepress: Uitgeverij Abraxas, Amsterdam; auteursondersteuning & eindredactie: Daniël Mok. Voorliggend leerboek beleeft in 2015 zijn derde herziene druk. Het is een inleiding in de geschiedenis van de klassieke Indiase filosofie. Het is in 2000 geschreven ter aanvulling van de leerstof Yoga Dipika (Licht op Yoga) voor leerlingen van het Iyengar Yoga Centrum in Amsterdam. De samenstellers geven geserreerde omschrijvingen en analyses van de esoterische systemen van het oude Indiase denken, zoals het pad van yoga, de leer van de Bhagavad Gita en de (advaita) vedanta. Yoga is gericht op het lichamelijke en geestelijke eenworden, waardoor de mens tot harmonie met de kosmos kan komen. De Bhagavad Gita, het lied van de Heer, behoort tot de grote wijsgerige geschriften. Het is opgenomen in de Mahabharata en bevat de dialogen tussen Sri Krishna en Arjuna over orde en gezag. De (advaita) vedanta is door Sri Adi Shankara in de zevende eeuw nieuw leven ingeblazen. Het is gericht op realisatie van het Zelf. Het bevat een overzicht van de uitspraak van Sanskriet en een verklarende woordenlijst. Het is een uitstekend geredigeerd leerboek. Het taalgebruik is zeer zorgvuldig. Biblion/NBD-recensie Ruud Booms

Kopverkenningen € 24,95
Kopverkenningen

'Kopverkenningen' is niet alleen een boek dat over de werking van het brein gaat, maar vooral ook een boek dat gaat over de samenhang tussen de mens en de hem omringende natuur. De auteur laat de grote verbanden zien tussen menswetenschappen en gedragsbiologie aan de ene kant en de hersenwetenschappen aan de andere kant. De thema's die daarbij aan de orde komen, bevinden zich op het terrein waarop de filosofie zich door de eeuwen heen heeft bewogen. Misschien is het zelfs mogelijk door het lezen van dit boek de Ethica van Spinoza beter te begrijpen. Men kan ook de in dit boek beschreven theorie zien als een nieuw - of beter 'vernieuwd' - neurofilosofisch systeem. De hoofdmoot ervan berust op kritisch onderzoek van persoonlijke ervaringen van de auteur en van wat hij in zijn leven als medicus geleerd heeft. Het zijn dus verkenningen in zijn eigen brein geweest die de grondslag van deze filosofie vormen. Vandaar de titel 'Kopverkenningen'. Over de auteur: Bas van Egmond is 32 jaar huisarts geweest in een klein plaatsje aan de Maas. Op zijn spreekuur kwamen mensen niet alleen met hun medische kwaaltjes, maar ook met hun relationele, psychische en pedagogische problemen. Hij heeft altijd geprobeerd zijn patiënten als medicus en als mens bij te staan. Daardoor werd hij gedwongen na te denken over de vraag waarom mensen doen en handelen zoals ze doen en handelen. In dit boek heeft hij geprobeerd een antwoord te geven op die vraag.

De wortels van het Indiase denken € 9,90
De wortels van het Indiase denken - E-book

We praten over reïncarnatie en karma en er zijn talloze yoga­lessen te volgen. Het hindoeïsme is inmiddels een gevestigde religie in Nederland. Vandaar dat er behoefte is naar materiaal dat de achtergronden van het Indiase denken beschrijft en verklaart. Alfred Scheepers schreef een boek over die wortels van het Indiase denken met als uitgangspunt is dat menselijke ideeën zich ontwikkelen binnen de maatschappelijke context waarin zij groeien. Dit boek wil aannemelijk maken dat verschillende gedachten binnen het hindoeïsme ontstaan zijn uit de maatschappelijke en sociale veranderingen: de overgang van een primitief leven, waarin de natuur nog niet werd beheerst, naar een akkerbouw en veeteelt die door de menselijke ratio werd gestuurd naar een koopmansbestaan waarbij de band met de natuur losser werd en men levenloze materie ging produceren en verhandelen. Bij elk van deze fase hoort een bepaalde idee over de machten, de goden, verlossing en gedrag. Scheepers geeft knappe beschrijvingen en analyses van de verschillende stromingen van denken en doen in India: brahmanisme, jainisme, boeddhisme, de yoga, de leer van de Bhagavad Gita en de Vedanta. Je moet wel interesse en enige kennis hebben om het betoog met plezier te volgen en bepaalde passages moet je herlezen om de strekking ervan te pakken. De volhouder wordt beloond met een dieper inzicht in de wortels van het Indiase denken. Het eindigt een beetje als een Unvollendete. De laatste zin markeert de overgang naar de Middeleeuwen. Je bent benieuwd hoe dr. Scheepers het vervolg zou beschrijven. Vermoedelijk vindt hij dat het belangrijkste is gezegd. Wat wij nu meemaken en ontmoeten is in feite een vorm van de oude stromingen. Vandaar dat dit boek je helpt bij het begrijpen van de verschijnselen die je nu tegenkomt.