Pas verschenen

€ 5,00
Kemphanen - E-book

Peter was de man die de chemische wapens voor Saddam maakte en er schatrijk mee werd. Peters broer Harry bouwde op basis van corruptie, afpersing en intimidatie aan een megaconcern dat hij onder vage omstandigheden verkocht. Peter vindt een uniek wapen uit dat als het in verkeerde handen valt een nieuwe golf van terrorisme teweeg kan brengen die zijn gelijke niet kent. De broers beginnen een moordspel. Uit verveling, vanwege geld en vooral om het wapen te verkopen. De politie tast aanvankelijk in het duister maar krijgt hulp uit onverwachte hoek. Maar of ze daar blij mee zijn...

€ 10,00
Het heilige - E-book

AWE Het Engelse woord is moeilijk te vertalen. Ontzag, eerbied, vrees - maar dat is het toch niet. Huiver, geen goed Nederlands woord, komt het dichtst bij de betekenis van awe. Awe, men moet naar dit woord luisteren. Rudolf Otto maakte in zijn befaamde boek Das Heilige de woorden numineus en het numineuze, als hij 'die eigentümliche Kategorie des Heiligen' wenst te benoemen. Hij heeft het woord afgeleid van numen, dat wenk betekent: gebiedende knik. In het verlengde daarvan: goddelijk bevel, goddelijke macht. Wij kennen het allen. Niet alleen en zelfs niet allereerst in verband met een kerk of een tempel. Een landschap kan numineus zijn. Een bosrand in de lichte nevel van een herfstavond. De woestijn! Wie de Dode Zee ziet met haar loden water, met de uitgemergelde rotsen aan deze en aan de overzijde van het meer, met de enkele, haast onmogelijke oase, kan vermoeden dat het land daar, hoe anders het wellicht vroeger heeft geleken, eremieten herbergde, profeten voortbracht, en tot de vreemdste bespiegelingen aanleiding gaf. Daar, in de aanwezigheid van awe, van numen, begint elk geloof. Geen mens zou ertoe komen een tempel, een kapel, een kerk te bouwen wanneer de aarde niet verschillend bedeeld was met numen. Waar overvloed bestond van dat numen, daar werd het heiligdom gebouwd.

€ 16,90
De onsterfelijkheid van het bewustzijn

Volgens William James heeft onze hedendaagse cultuur een probleem met denken over leven na de dood.Allerlei populair-wetenschappelijke werkjes beweren keer op keer dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van de werking van de hersenen. Hoe is het dan mogelijk dat die functie blijft bestaan, nadat dit orgaan niet meer bestaat? Hij poneert dan de volgende stelling:Het denken is een functie van de hersenen.De vraag is dan, dwingt deze theorie ons werkelijk het geloof in onsterfelijkheid op te geven? Moet ze echt het logische denken volgen en de hoop op een hiernamaals opgeven voor de plicht om alle consequenties van een wetenschappelijke waarheid te aanvaarden?'Ja', zullen de meeste mensen zeggen. 'Nee', zegt William James, 'stoom is toch ook niet het ultieme doel van de fluitketel?'Met grandeur, humor en milde ironie presenteert de filosoof William James twee bezwaren tegen de stelling dat 'hersenen slechts een productieve functie hebben'.Het is fascinerend hoe James' ideeën aansluiten bij een aantal hedendaagse gedachten over het 'hiernamaals'. Het is deze actualiteit die dit scherpzinnige betoog de lof toekent van een kleine klassieker.Weblog over geloof en wetenschapRecensie door Dr. Taede A. SmedesOnlangs las ik een beroemd essay van William James (1842-1910): "Human Immortality: Two Supposed Objections to the Doctrine". Een werkelijk prachtig stukje werk, waarin hij een zeer originele bijdrage levert aan het hele debat over de mogelijkheid of onmogelijkheid van een onsterfelijke ziel. Het essay is feitelijk een lezing die James hield. De lezing begint dan ook met wat informeel blabla, maar dan komt James los. Hij stelt dat onze moderne cultuur een probleem heeft met het denken over a life hereafter. Het probleem is dat door fysiologen en in veel populaire wetenschappelijke werken en tijdschriften voortdurend wordt gesteld dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van hersenprocessen. Hoe kunnen we nog in een leven na de dood geloven als we naar menselijke gedragingen kijken, dan zien we dat menselijk bewustzijn sterk verbonden lijkt met hersenfenomenen. We weten dat bepaalde gebieden in de hersenen betrokken zijn bij zien, horen, spreken, etc. Dit leidt tot de centrale formule die James opstelt: Thought is a function of the brain. En hij vraagt het publiek (en daarmee de lezer) om deze formule uiterst serieus te nemen. De vraag die vervolgens echter rijst is, of deze formule logically compelling is om het geloof in onsterfelijkheid overboord te gooien. De meeste mensen, zo zegt James (en we kunnen het hem nog steeds nazeggen), zouden hier volmondig 'ja' op antwoorden. Ja, we moeten geloof in onsterfelijkheid overboord gooien als onze geestelijke vermogens te herleiden zouden zijn tot louter hersenprocessen. James echter meent dat het fout is en dat de formule in strict logic no deterrent power heeft. Het eerste punt is dat we veelal geneigd zijn om de relatie tussen onze geestelijke vermogens en het brein strikt te bekijken vanuit het perspectief van slechts één functionele afhankelijkheid, namelijk die van productie: dat denken een functie van het brein is, wordt equivalent gedacht aan uitspraken als "stoom is de functie van een waterkoker" of "licht is een functie van het electrische circuit" of "electriciteit is een functie van de waterval". De functie is in al deze voorbeelden productief: het een brengt het ander voort. En ja, als het orgaan wat de functie produceert ermee ophoudt, zodat de productie niet langer kan doorgaan, then the soul must surely die. Such a conclusion as this is indeed inevitable from that particular conception of the facts. James' these nu is dat when we think of the law that thought is a function of the brain, we are not required to think of productive function only; we are entitled also to consider permissive or transmissive function. Maar op wat voor manier moeten we ons die doorgevende functie van het brein voorstellen? Stel, zegt James, dat er onder de zichtbare werkelijkheid nog een onzichtbare werkelijkheid is, en dat onze zichtbare werkelijkheid slechts een vernislaagje is dat die andere wereld verbergt en terughoudt. En stel verder dat af en toe dat vernislaagje wat dunner wordt en iets van de stralen van die andere werkelijkheid doorlaat. These beams would be so many finite rays, so to speak, of consciousness, and they would vary in quantity and quality as the opacity varied in degree. Onze hersenen functioneren dus als een soort tv-toestel of radio dat signalen opvangt, filtert en omzet, en vervolgens in andere vorm (nl. beeld en/of geluid) doorgeeft. Ons bewustzijn is datgene wat wordt doorgegeven. Je ziet dus, zegt James, dat het materialisme een heel eenzijdige benadering van het woord "functie" heeft. En het zou wel van een zekere irrationaliteit getuigen als we een alternatief voor de materialistische visie moedwillig zouden negeren. Maar is deze visie dan niet strijdig met de wetenschap? Nee, zegt James, want als je goed kijkt naar de wetenschappelijke data, dan zie je dat die slechts kan aantonen dat bewustzijn vergezeld gaat van hersenactiviteiten en vice versa. Er is dus sprake van bare concomitant variation. Als de hersenactiviteit verandert, verandert de bewustzijnstoestand - maar opnieuw, impliceert dit logisch noodzakelijk dat de bewustzijnstoestand voortkomt uit, geproduceerd wordt door de hersenactiviteit? Nee dus. We zien slechts beide samen voorkomen, maar dat impliceert niet met logische noodzakelijkheid dat het een uit het ander voortkomt. Hier zien we dus dat James Hume's ideeën over causaliteit goed bestudeerd heeft. Bovendien, zegt James, kun je altijd een hersenwetenschapper de vraag stellen hoe die productie van bewustzijn door hersenactiviteit in zijn werk gaat. Je zult zien dat een hersenwetenschapper dan met de mond vol tanden staat. Maar hoe zit het nu met onsterfelijkheid? De transmissie-idee veronderstelt dat er altijd een "bewustzijnswerkelijkheid" is die achter of onder onze waarneembare werkelijkheid schuilgaat, en dat menselijke hersenen die werkelijkheid filteren en doorlaten, zodat iets ervan in onze werkelijkheid zichtbaar is namelijk als bewustzijn en levenskracht. Als onze hersenen echter defect raken of zelfs sterven, dan zal die bewustzijnswerkelijkheid zelf natuurlijk niet verdwijnen. De signalen zullen dan vervormd worden en wellicht zal ons bewustzijn verdwijnen (in de zin van niet meer zichtbaar zijn voor anderen). Maar de bewustzijnswerkelijkheid zelf blijft. Maar moeten we ervan uitgaan dat er slechts één bewustzijn is? Zou het niet zo kunnen zijn dat er verschillende "bewustzijnen" zijn, misschien net zoveel als er levende dingen zijn? Hier lijkt James een link te leggen met Aristoteles' idee van de ziel als de vorm van levende wezens. Want inderdaad, zegt James, hoewel wij altijd naar eenvoud streven, is het niet uit te sluiten dat er net zoveel bewustzijnen zijn als dat er levende wezens zijn. En dat, bovendien, al die bewustzijnen overleven na de dood. En dat geldt niet alleen voor mensen en dieren, maar - conform Aristoteles - voor alle levende dingen. Wie weet bestaat het bewustzijn van elk levend wezen wat ooit geleefd heeft nog steeds, hoewel we het niet kunnen waarnemen. Ergo, concludeert James, For my own part, then, so far as logic goes, I am willing that every leaf that ever grew in this world's forests and rustled in the breeze should become immortal. It is purely a question of fact: are the leaves so, or not? Abstract quantity, and the abstract needlessness in our eyes of so much reduplication of things so much alike, have no connection with the subject. For bigness and number and generic similarity are only manners of our finite way of thinking; and, considered in itself and apart from our imagination, one scale of dimensions and of numbers for the Universe is no more miraculous or inconceivable than another, the moment you grant to a universe the liberty to be at all, in place of the Non-entity that might conceivably have reigned. Het denken over de relatie tussen hersenen en de ziel in termen van transmissie, is een mogelijkheid die we niet kunnen uitsluiten, zegt James. Dat wel doen would be letting blindness lay down the law to sight. Ik heb hier slechts een fractie van de boeiende gedachtestrengen van James weergegeven - het loont werkelijk het hele essay zelf te lezen. Het interessante en actuele aan dit essay van James is bovendien, dat het zeer dicht in de buurt komt bij (door wetenschappers omstreden) ideeën die door bijvoorbeeld Pim van Lommel en Dick Mesland worden besproken.

€ 19,95
De Yogasoetra van Patanjali

Samenvatting: Vertaling van een van de belangrijkste yogateksten; het kritisch commentaar belicht de context en de filosofische samenhang.Recensie:Uitdagende - soms gewaagde - vertaling van de belangrijkste yoga-tekst (4e eeuw v.Chr.).Het Sanskrit lijkt vrij van religieuze beïnvloeding vertaald te zijn, maar behoeft soms correctie. De uitgebreide inleiding en de commentaren en inleidingen bij ieder hoofdstuk verklaren de tekst, bieden analyses van de historische en religieuze context van de sutra's en belichten hun filosofische achtergrond. De tegenover elkaar afgedrukte getranscribeerde Sanskrit-tekst en de vertaling bevorderen de vergelijkingsmogelijkheid en leesbaarheid. Een Sanskrit-termenlijst en een index op de filosofische begrippen hadden de toegankelijkheid nog vergroot! De auteur, Oost-Westfilosoof, laat zich al jaren kennen als een origineel onderzoeker van de Indiase cultuur. Ondanks enkele verrassende misvattingen en -spellingen prikkelt dit boek tot nadenken en discussie, op zichzelf al een enorme verdienste. Voor kritische yoga-geïnteresseerden!

€ 12,50
Een wijze uit het westen - E-book

'Een wijze uit het westen' vormt de opmaat tot de nieuwe druk van de Nederlandse vertaling van Rudolf Otto's meesterwerk 'Het heilige'. Dit boek geeft over tijdloze begrippen gevoelens weer uit een levensbeschouwelijk bontgekleurde samenleving. Rudolf Otto en zijn beeld van het heilige staan centraal in deze rijke schakering. Otto inspireerde velen tot het beschrijven van hun relatie met de grootste geheimenis van ons bestaan en de uitingen daarvan in opvoeding, onderwijs, kunst, geloofsbeleving of levensovertuiging. Hun beschouwingen over het mysterium tremendum & fascinans met zijn vele nuanceringen zijn in dit boek gebundeld. Deze keuze vormt de opmaat tot de derde Nederlandse druk van Rudolf Otto's boek 'Het heilige'. Met wetenschappelijke precisie en een fijnzinnig gevoel voor 'alles wat leeft en beeft' overuigt Rudolf Otto de lezer ervan dat hij de ontsluiering van het fascinerende maar ijzingwekkende mysterie met een gerust hart aan zijn gevoel kan overlaten. Dan wordt de ontmoeting met het heilige concreter en werpt het zijn vruchten af in de ontmoeting met de ander. In 'Een wijze uit het westen' komen godsdienstwetenschappers en theologen, maar ook psychologen, pedagogen, psychiaters en literatoren aan het woord en laten een veelkleurig licht schijnen over het thema van het heilige. Deze veelkleurigheid maakt het denken en de centrale begrippen van Rudolf Otto toegankelijk. Zij plaatst het heilige, numineuze als een overkoepelend begrip boven de verschillende religies en levensovertuigingen.HerademingRecensie door drs. Jaap FaberHerademing 11/1 nr. 39 D. Mok (samenst.), Een wijze uit het Westen. Beschouwingen over Rudolf Otto, Amsterdam 2001 In 1917 publiceerde de Duitse lutherse theoloog en godsdienstwetenschapper Rudolf Otto (1869-1937) een boek, dat grote indruk maakte: Das Heilige. Het heilige is de oorsprong van de onherleidbare religieuze aandrift van alle mensen. Het verschijnt hun niet door waarnemen of denken, maar als een overweldigend geheimenis dat tegelijk fascineert en huiveren doet. In 1928 verscheen de eerste Nederlandse vertaling, van de hand van ds. J.W. Dippel. Van deze vertaling verscheen in 2002 een herziene uitgave. Naar aanleiding hiervan verscheen Een wijze uit het Westen. Wie uit de ondertitel opmaakt, dat het in deze beschouwingen gaat om een recente wetenschappelijke evaluatie van Otto's monumentale werk, vergist zich: het eerste boek is een compilatie van uiteenlopende reacties die het boek vanaf het eerste begin in het Nederlandse taalgebied heeft opgeroepen. Een bonte stoet theologen, godsdienstwetenschappers, psychologen en opvoeders trekt voorbij: H. IJ. Groenewegen, J. H. Bavinck, G. C. Berkhouwer, H. Kraemer, P.J. Roscam Abbing, H. Berkhof, W.J. Aalders, G. Quispel, H. van Dort, D. H. Th. Vollenhoven, G. van der Leeuw, S. Vestdijk, F. Sierksma, Ph. A. Kohnstamm, J. Waardenburg, J. Weima, H. Mulisch. Dichters worden aangehaald: Tersteegen, Boutens, H. Roland Holst, Andreus, Vasalis. Andere mystieken en denkers krijgen stem: Johannes van het Kruis, Asclepios, Hermes Trismegistos, Spinoza, Buber, Heschel, Levinas. Het voorwoord van dit boek, bedoeld voor werkers in pastorale en geestelijke hulpverlening, studenten en met name godzoekers, suggereert dat Otto in deze tijd een 'vernieuwer van het christendom' kan zijn, omdat zijn 'koepelbegrip' van het heilige in een tijd waarin individu en samenleving uit elkaar vallen en de gevestigde kerken leeglopen mensen weer hij elkaar kan brengen. Immers, het geloof wordt losgepeld uit rationele beperkingen en dogmatische denkkaders. Een boeiende bloemlezing. En een merkwaardig boek.

€ 5,95
De kleine Johannes - E-book

`ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrijken van de tijd zijn glans heeft behouden. Deze hertaling heeft de hindernissen die opgeworpen werden door het negentiende-eeuwse taalgebruik opgeheven. In sprankelende taal worden de ontwikkelingsfasen van de kleine Johannes verbeeld door personages die de natuur, de liefde, het geluk, de kennis, het spirituele en de vluchtigheid van het leven vertegenwoordigen. De herkenbaarheid en de diepte van dit klank- en kleurrijke sprookje is in al haar eenvoud zo schitterend dat het blijft fascineren.NBC|BiblionRecensieHeroemde eerste deel van 'De kleine Johannes' (later verschenen twee meer pamflettistische vervolgen) in een hertaalde editie met als ondertitel 'Een sprookje'. Het verhaal is bekend. De lezer volgt de kleine Johannes in zijn ontwikkelingsgang. Hij verlaat de tuin bij de duinen (het paradijs van de jeugd) en gaat mee met Windekind (het gevoel, de droom). Hij ontmoet velerlei dieren. Als Windekind hem verlaat, is er de eerste kinderlijke liefdeservaring (Robinetta). Hij heeft niet alleen contact met Wistik (dit is de begripsfase), Pluizer (het analyserend verstand) en Dr. Cijfer (de wetenschap), maar ook, in de lelijke stad, met de dood. Uiteindelijk keert hij zich, na een moeilijke ontwikkelingsgang, tot het mensdom. Deze opgefriste uitgave met toegevoegde hoofdstuktitels (ontleend aan de ook opgenomen, gemoderniseerde inleiding tot het boek van de pedagoog Jan Ligthart) leest vlot en maakt het klank- en kleurrijke natuursprookje toegankelijk voor moderne lezers. Normale druk. Doelgroep: Lezen voor de lijst en volwassenen