Gedichten € 16,50
Gedichten

"Als er ooit een in beelden sprekende dichter is geweest, dan was het Dylan Thomas wel," schreef de Engelse criticus David Lodge. De gedichten van Dylan Thomas (1914-1953) spreken inderdaad sterk tot de verbeelding van de aandachtige lezer. Thomas schreef geen gemakkelijke gedichten, eerder 'cryptisch', vooral door het soort beeldspraak dat hij toepast. Dylan Thomas besefte dat, en ried de lezer aan bij de letterlijke betekenis te blijven en dan de associaties die zich opdringen hun werk te laten doen. De Nederlandse vertaling houdt zich aan de typerende zinsconstructies en de diverse dichtvormen, tot aan het, gemakkelijk aan de aandacht ontsnappende, halfrijm toe. De vertaler heeft niet geprobeerd de beeldspraak nader te duiden dan in het origineel. Zo is dit een bundel om urenlang in te lezen en steeds weer van de oorspronkelijke tekst naar de vertaling te gaan in een poging de gedichten te doorgronden en zo zelf te ontdekken welke associaties de woorden en de klanken te weeg brengen. Deze chronologisch geordende keuze van veertig gedichten bevat ongeveer een kwart van de door Thomas gepubliceerde poëzie en volgt zo de boeiende ontwikkelingen in zijn thematiek en techniek.

Zo lang als voor altijd is € 16,95
Zo lang als voor altijd is

In oktober 1953 vertrekt Dylan Thomas voor een tournee uit Engeland naar New York. Zijn vrouw Caitlin heeft geen afscheid van hem genomen. Ze is radeloos en heeft een voorgevoel van naderend onheil. Drie weken later, op 9 november, sterft Thomas - in coma - terwijl een zuster zijn getormenteerde lichaam wast. De enige getuige is de dichter en alcoholist John Berryman, die later zelfmoord pleegt. Dit boek is poging de mens te vinden achter het masker van de dronkenlap, clown en poete maudit Dylan Thomas (1914-1953). Een aantal van zijn gedichten werden klassiekers, zoals Fern Hill en Do not go Gentle into that Good Night. Maar veel van zijn verzen zijn tamelijk ingewikkeld en soms zelfs hermetisch. Het schijnt zijn fans en bewonderaars niet te deren. Maar de meeste mensen zijn vooral geïnteresseerd in zijn turbulente leven. En in de anekdotes, die Thomas voor een gedeelte zelf had verzonnen. Het stemmenspel Under Milk Wood wordt jaarlijks nog steeds, overal ter wereld opgevoerd. In Nederland in een prachtige vertaling van Hugo Claus. Hoe is het mogelijk dat een dichter, die zo getalenteerd was, zo'n puinhoop van zijn leven maakte? Karel Wasch licht de lezer op deze zoektocht bij. In 1998 reisde hij door Wales en bezocht de plekken die een belangrijke rol speelden in het leven van Dylan Thomas. Ook had hij ontmoetingen met mensen, die Dylan Thomas hadden gekend. Inmiddels zijn zij bijna allemaal gestorven. Karel Wasch (1951) is publicist, dichter en biograaf. Hij schreef eerder een korte biografie over Dylan Thomas en over Jack Kerouac. Met zijn gedichten won hij een aantal prijzen. Ook was hij hoofdredacteur van twee literaire bladen. Hij recenseert voor Literair Nederland en heeft een roman gepubliceerd, De belegering van de jonker.

A. Roland Holst: een dichter aan zee € 14,95
A. Roland Holst: een dichter aan zee

Jan van der Vegt: A. Roland Holst, een dichter aan zee. Een geschreven portret en een bloemlezing uit zijn gedichten A. Roland Holst (1888-1976), de 'prins der dichters' is een van de klassieken van de Nederlandse poëzie die het waard is gelezen te blijven. In deze bloemlezing zijn gedichten gekozen uit al zijn bundels. Ook die hij op hoge leeftijd schreef en waarin hij afrekende met zijn illusies. Gedichten als 'De ploeger' en 'Eens' ontbreken niet. Aan de bloemlezing gaat een geschreven portret vooraf van A. Roland Holst-biograaf Jan van der Vegt. Hij volgt de grote lijn van leven en werk van de dichter, schets zijn plaats in de Nederlandse letteren en geeft de ontwikkeling van zijn dichterschap en gedachtegoed weer.

De genadereligie van India en het christendom . Religieuze overeenstemmingen € 15,90
De genadereligie van India en het christendom . Religieuze overeenstemmingen

Rudolf Otto was een Duits luthers theoloog en een vooraanstaande godsdienstwetenschapper die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de comparatieve (vergelijkende) godsdienstwetenschap van zijn tijd. In zijn hoofdwerk benoemt hij het heilige als de essentie van iedere religie. Het heilige is voor Otto iets wat tegelijkertijd vrees en fascinatie opwekt. Hij introduceerde ook het adjectief numineus, om te verwijzen naar het geheimzinnige, wat tegelijk kracht uitstraalt. Otto: 'Wanneer je van omen omineus kunt maken, dan ook van numen numineus'. Deze term is in de Nederlandse literatuur gebruikt door onder meer Hella Haasse, Johan Polak, Gerard Reve en Harry Mulisch. Otto was aan diverse Duitse universiteiten hoogleraar in de systematische theologie. Een bekende uitspraak van hem is: 'Godsdienst is de beleving van het mysterie en het komt tot uiting als het gevoel zich openstelt voor de indrukken van het eeuwige dat verschijnt door de sluier van het tijdelijke.' In 1917 verscheen van de hand van Rudolf Otto een studie over Het Heilige. Daarin werd gebroken met de idee dat heiligheid iets is wat uit de religieuze mens voortkomt, zoals de 19e-eeuwse godsdienstsociologie had gesteld. Heiligheid is, integendeel, iets wat ongrijpbaar buiten de mens is en hem raakt. Het is ontzagwekkend en anders. Het boek werd een bestseller en is thans ook nog in vele talen verkrijgbaar.Rudolf Otto is beroemd geworden door zijn boek getiteld Das Heilige, über das Irrationale in der Idee des Göttlichen und sein Verhältnis zum Rationalen, waarin hij het begrip 'heilig' heeft geanalyseerd op een manier die diepe indruk maakte. Otto is een geleerde met een fijn gevoel voor religieuze kwaliteitsverschillen, maar het is de vraag of de fenomenologie niet meer te danken heeft aan zijn boekje Indiens Gnadenreligion und das Christentum. In de vergelijking van de verschillende typen van mystiek toont Otto zich namelijk een meester. Hier is een waarachtig schouwen van het wezen. Rudolf Otto laat zien, hoe het Voor-Indiase geloof in genade naar de terminologie met het christelijke sterke overeenkomst vertoont, maar naar de godsdienstige houding diep verschilt. Dit is fenomenologisch genuanceerd ontleed. In het voetspoor van Nathan Söderblom en Rudolf Otto beschouwt de moderne godsdienstwetenschap het heilige meer en meer als een van de voornaamste kernwoorden van de religie. Je kan je afvragen of dit het kenmerkende begrip bij uitmuntendheid is. Maar het kan moeilijk worden ontkend, dat zich in dit heilige het onherleidbare karakter van de godsdienst openbaart.Nederlandse Bibliotheek Dienst (Biblion b.v.)Recensie door Drs. J. KleisenDe uitgave van dit boekje is daarom zo belangrijk, omdat wie Otto¿s hoofdwerk 'Das Heilige' wellicht gelezen heeft als godsdienstfilosofische theorie, nu merkt hoezeer hij persoonlijk was geraakt door de werking van dat mysterieuze iets, dat ons deel doet hebben aan een bovenrationele werkelijkheid. Dat hij een groot kenner van de voor-Indische godsdiensten was, blijkt uit dit werk, waarin hij met name van het hindoeïsme een diep reikend en verhelderend beeld geeft door overeenkomsten en verschillen aan te wijzen met het christendom. Voor Otto (1869-1937) is het heilige een autonoom iets. 'Das ganz andere', dat rationeel weliswaar niet te kennen valt, maar wel innerlijk te beleven. De uitgever heeft het boek bewonderenswaardig verzorgd door er met grote kennis van zaken geschreven inleidingen, nawoorden en aantekeningen alsmede citaten van Otto aan toe te voegen. Een subliem boekje dus, waardoor velen zich kunnen laten verrijken. Met verklarende lijst van oosters-religieuze termen.

Berlijn! Berlin! € 21,50
Berlijn! Berlin!

Hans Olink: Berlijn, Berlin. In het spoor van de geschiedenis In Berlijn dringt de geschiedenis zich aan je op. Dat is niet zo gek, want het is de hoofdstad van maar liefst zes verschillende staten: het koninkrijk Pruisen, het Duitse Keizerrijk, de Republiek van Weimar, het Derde Rijk, de DDR en nu de republiek Duitsland. Dat drukt een stempel op een stad. Dat maakt Berlijn zo aantrekkelijk. In dertig verhalen volgt Hans Olink het grillige spoor van de geschiedenis. Verhalen uit verschillende steden, die alle Berlijn heten. Verhalen over het legendarische Café des Westens, het Romanische Café, de schrijvers Herman Heijermans, Paul van Ostaijen, Joseph Roth, Franz Kafka, Vladimir Nabokov en Cees Nooteboom, de beeldend kunstenaars Paul Citroen en Armando, de componist Hanns Eisler, de regisseur Bertolt Brecht, maar ook de revolutionairen Karl Liebknecht en Rosa Luxemburg, en Keizer Wilhelm II en de terrorist Josef Schaap. Hans Olink, die in de Duitse hoofdstad woonde en er nog vaak is, volgt hun spoor, zoekt wat hun erfenis is, en vraagt zich af welke rol ze nu nog spelen in Berlijn. Evenals in de jaren twintig van de vorige eeuw trekken kunstenaars naar de hoofdstad, om op de puinhopen van de Muur een nieuw leven vorm te geven. En niet alleen kunstenaars. Wie verlangt er eigenlijk niet naar Berlijn? De gids Hans Olink maakt het verblijf verrassend, verrijkend, spannend en ontspannend en wijkt positief af van de altijd dezelfde toeristische verhalen. Hans Olink verdiept zich al heel lang in de geschiedenis van de twintigste eeuw. Voor de radio in het VPRO-programma OVT, en in tal van boeken, zoals: Een Siberische Tragedie, Nico Rost. De man die van Duitsland hield en Dronken van het leven, een biografie over de schrijver en zwerver A. den Doolaard. Een Siberische Tragedie werd genomineerd voor de M.J. Brusse-prijs. De jury omschreef het als een 'schitterend en ontroerend boek' met een 'perfecte compositie'. Over Dronken van het leven schreef NRC Handelsblad: 'Een met vaart geschreven biografie...onthullend', Leeuwarder Courant: 'leest als een jongensboek', en Historisch Nieuwsblad: 'de biografie van Olink voegt zich in de traditie van de Vertellers'.

Onder het melkwoud € 16,50
Onder het melkwoud

Dylan Thomas schreef Under Milk Wood oorspronkelijk voor de Britse radio. Op 19 oktober 1953 leverde hij de definitieve versie van het hoorspel in. Diezelfde dag vloog hij naar New York. Drie weken later stierf hij daar - 39 jaar oud - in St Vincent's hospital.In 1957 speelde De Nederlandse Comedie het stuk in een vertaling van Hugo Claus. Met onder anderen Han Bentz van den Berg, André van den Heuvel, Ramses Shaffy, Riek Schagen en Mimi Boesnach.Die vertaling van Hugo Claus was net zo'n sensatie als het stuk zelf. Claus was 27 jaar toen hij het hoorspel vertaalde. De recensenten waren vol lof. De vertaling werd eensgezind 'meer dan meesterlijk' genoemd.Sinds die tijd heeft niemand serieus geprobeerd het 'waagstuk van de vertaling' - de typering is van Claus zelf - te evenaren, laat staan te verbeteren. Maar nu heeft Cornelis W. Schoneveld die handschoen opgenomen.In zijn vertaling beklemtoont Schoneveld de kracht van dit stemmenspel die volgens hem schuilt in de manier waarop Thomas de universele menselijke gedragingen, gedachten en verlangens buiten de beperkingen van plaats of tijd benadert en verwoordt.

Dylan Thomas € 16,95
Dylan Thomas

Deze verzameling Dylan Thomas-verhalen is een keuze uit het in 2000 verschenen Alle verhalen , dat een integrale vertaling is van Collected Stories, uit 1984. In de vroege verhalen, geschreven in de tijd dat Dylan Thomas (1914-1953) evenveel waardering oogstte voor zijn verhalen als voor zijn gedichten, herkennen we misschien toch vooral de dichter - in de obsessieve verbeeldingskracht, het koortsachtige ritme en de donkere binnenwereld. Later wordt zijn schrijfstijl directer en toegankelijker; hij schrijft over zijn jeugd in Wales als 'een persoonlijke zwerftocht langs mensen en plaatsen'. De verhalen die dat opleverde zijn volstrekt herkenbaar voor ieder die een jeugd heeft gehad, op zolder bij zijn grootouders heeft gelogeerd, met zijn ziel onder de arm afzijdig van pleziermakers op het strand heeft gezeten, een onbegrepen gesprek van een volwassene heeft opgevangen, een broer heeft verloren, of niet, of ooit heeft gevoeld dat zijn borst te klein was voor alle gevoelens die opstegen uit alle dingen, alle mensen en alle gebeurtenissen. Hierin is Thomas op zijn best: scherpe waarneming van simpele situaties met eeuwigheidswaarde. 'Het zijn maar wat kruimels, deze kleine selectie van Thomasverhalen. Maar echte kruimels en mooie kruimels, en herleesbare en bijna slijtvaste kruimels. Met spijt over de vele kruimels die ik heb moeten laten liggen', aldus de vertaler Bert Meelker.

Nei Ye € 16,95
Nei Ye

Het korte gedicht van de Nei Ye (Innerlijke Ontwikkeling) is de eerste tekst die woorden gaf aan het ontluikende individualisme in China, zoals de Griekse filosofie dat omstreeks dezelfde tijd in Europa (350 v. Chr.) deed. De Nei Ye is ouder dan de Dao De Jing. Veel onderwerpen die hierin behandeld worden, zijn in de Nei Ye in een proto-stadium aanwezig. Het landschap dat hiermee geschetst wordt, is even wijds en intens. De nadruk ligt op de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van de individuele mens. In de Nei Ye komen ook voor het eerst begrippen naar boven, die zich zouden ontwikkelen tot de basisprincipes van de Chinese geneeskunst. De Nei Ye is hiermee een brontekst voor een beter begrip van het Daoïsme en de kijk op het leven van Chinezen in het algemeen. Guus Swuste is beeldend kunstenaar en restaurator van antieke houten objecten en heeft in zijn werk op een praktische manier kennis gemaakt met, naar later bleek, Daoïstische principes. De integratie van deze geestelijke waarden in het alledaagse leven kan hij dus uit eigen ervaring onderschrijven.

Kapampa € 9,50
Kapampa

De binnenkant zit aan de buitenkant, luidt de montere lijfspreuk van headhunter Sjoerd Blok, hoofdpersoon van "Kapampa". Uren kan hij doorbrengen voor de spiegel van zijn design-badkamer om de plooien in zijn voorkomen glad te strijken. Ondanks zijn fraaie negentiende eeuwse kantoorvilla, zwarte bolide en Italiaanse maatpakken, schuift de gescheiden vijftiger niet echt zorgeloos door het leven. Door een opgedroogde opdrachtenportefeuille bezwijkt hij bijna onder de lasten van zijn hoge levensstandaard. Dan dient zich een droomopdracht aan die zijn financiële problemen in één klap kan oplossen. Ewout van Lier, de machtige president-commissaris van een bedrijf aan de Amsterdamse Zuidas, kiest hem uit voor een wel heel speciale transactie."Deze opdracht was nog maar het begin. Hij stond aan de vooravond van een opdrachtenserie die hem binnen een jaar miljonair zou maken en binnen vijf jaar multimiljonair. Als zijn naam al te bekend zou worden vanwege de bijzondere aard van de bemiddeling, had hij zijn schaapjes al op het droge."In "Kapampa, lotgevallen van een headhunter" brengt Bas Kok het grote verhaal van de mondiale economische crisis, en het daaraan ten grondslag liggende morele verval, op humoristische wijze terug tot de kleinzielige hoofdbrekens van een neurotische headhunter

Religie als genade € 15,90
Religie als genade

Het meest opmerkelijke van dit boekje is dat het buiten elke theologie om uit een oorspronkelijke ervaring ontsproten lijkt te zijn. Het geschrift is, naast een getuigenis van een rechtstreekse ervaring, ook in een ander opzicht leerzaam: in de hier aangegeven momenten wordt een overgang naar de 'mystiek' aangetroffen. Wat is mystiek? Rudolf Otto heeft in Das Heilige proberen aan te tonen dat dit zo'n rijk geschakeerd fenomeen is, dat het vrijwel onmogelijk lijkt om er algemene kenmerken voor vast te stellen. De definitie van mystiek onttrekt zich aan begripsmatige precisie; haar wezen is alleen gevoelsmatig te begrijpen.

Rudolf Otto, biografie € 19,90
Rudolf Otto, biografie

Vijfenzeventig jaar geleden stierf Rudolf Otto na een leven dat gekenmerkt wordt door triomf en tragiek. Verslaafd aan morfine, depressief en gesloopt door malaria kwam er een tragisch einde aan het veelbewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.Vier jaar lang incasseert de fijngevoelige Rudolf Otto het getreiter van Rudolf Bultmann en de hypocrisie van Martin Heidegger. Met het aanzwellen van het laarzen­gestamp wordt Otto steeds melancholieker. Op een herfstdag in 1936 begint hij aan zijn laatste, eenzame tocht naar de spookachtige ruines van Burg Staufenberg.NBC/Biblion, LeidschendamRecensie'Het boek bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van de briljante geleerde R. Otto (1869-1937). Hij was hoogleraar in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevingsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is Das Heilige (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na dit boek heeft hij vele reizen naar Azië gemaakt om de godsdiensten daar te bestuderen. Hij hield vast aan zijn christelijk geloof, maar erkende de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Het heilige komt volgens Otto niet uit de mens voort en veroorzaakt een numineuze ervaring, schrikwekkend zodanig dat een mens door huivering bevangen wordt, maar dit wel beleeft als een positieve ervaring. De naam ervoor is mysterium tremendum'. Otto beschrijft het als verschijnsel, waarom hij tot de fenomenologen wordt gerekend. Wie Das Heilige nooit heeft gelezen, kan door dit boek toch een goede indruk krijgen van de inhoud en de waarde ervan, alsmede van het leven van Otto zelf.' NBC/Biblion, LeidschendamUitgeverij AbraxasRecensie door Julia Boulanger'Deze biografie werpt een nieuw licht op de relatie tussen Martin Heidegger en Rudolf Otto. Ondersteund door citaten van verschillende filosofen van naam wordt voor het eerst duidelijk hoe door het dominante gedrag van Heidegger (ondersteund door Rudolf Bultmann) de mede door Otto geïnitieerde godsdienstwetenschap de nek om wordt gedraaid. Door een vergelijking van beider ethische grondhouding wordt voor het eerst duidelijk hoe het komt dat Heidegger op grond van zijn filosofische ideeën de kant van het Hitler-regime kiest en hoe rücksichtslos hij zijn ethische houding toepast op zijn filosofische en persoonlijke relaties. Los van het feit dat Heidegger door zijn optreden de oorzaak was van Otto's door teleurstelling ingegeven verzoek tot vervroegd emiraat is het belang van dit relaas vooral gelegen in de feiten van de door filosofie ingegeven levenshouding van Heidegger. Gezien de statuur van deze filosoof is het wetenschappelijk relevant dat deze 'Marburgse feiten' nu onderbouwd gepubliceerd zijn. De ethische grondhouding van Otto laat zien dat zijn houding tot volstrekt andere keuzes leidt. Dat Otto in de periode tussen 1930 en 1937 met zijn filosofie het onderspit moest delven is vanuit politiek oogpunt meteen helder. Dat zijn 'val' werd ondersteund door de regressieve filosofie en handelswijze van een van de grootste denkers ooit, heeft verregaande consequenties voor de beoordeling van Heideggers gedachtegoed.' Met bijdragen van Ger Groot en J.-J. Suurmond. Het mag dan een kleine biografie zijn, het is wel de meest complete die er momenteel mondiaal beschikbaar is. Ondanks het gegeven dat het om een Nederlandse tekst gaat (de onderhandelingen voor een Duitse en Engelse vertaling zijn nog gaande) speelt deze uitgave een rol op het internationale Rudolf Otto-congres in Marburg. (rudolf-otto.com)ReflectieRecensie door Aat-Lambèrt de KwantAat-Lambèrt de Kwant Rudolf Otto Het kwetsbare leven Biografie Abraxas 2012 Vijfenzeventig jaar geleden overleed na een dramatische val van de toren van Stauffenberg Rudolf Otto (1869-1937). Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door malaria, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een einde aan het bewogen leven van deze Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto. In deze rubriek aandacht voor deze boeiende theoloog, die wat eigen ervaring en kwetsbaarheid betreft, zijn tijd vooruit was. 'Het kwetsbare leven' bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van alto, die hoogleraar was in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevinqsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is 'Das Heilige' (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na de verschijning hiervan maakte hij vele reizen naar Azië om daar de godsdiensten te bestuderen. Hoewel zijn christelijke achtergrond een belangrijke rol bleef spelen, erkende hij ook de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Zijn intense zoektocht naar criteria voor religieuze waarachtigheid, en zijn voortschrijdende inzichten over de wisselwerking tussen de rationele en niet-rationele elementen in de religie, is kenmerkend voor zijn oeuvre. Hij introduceerde begrippen die later hun weg gevonden hebben in allerlei domeinen. Naast de theologie en religiewetenschap geldt dit ondermeer voor literatuur, kunst en psychologie, zoals bijvoorbeeld bij Jung. Voor wie Otto een onbekende is, krijgt door dit boek toch een duidelijk beeld van wie Rudolf Otto was, alsook een beeld van zijn grote betekenis.

De onsterfelijkheid van het bewustzijn € 16,90
De onsterfelijkheid van het bewustzijn

Volgens William James heeft onze hedendaagse cultuur een probleem met denken over leven na de dood. Allerlei populair-wetenschappelijke werkjes beweren keer op keer dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van de werking van de hersenen. Hoe is het dan mogelijk dat die functie blijft bestaan, nadat dit orgaan niet meer bestaat? Hij poneert dan de volgende stelling: Het denken is een functie van de hersenen. De vraag is dan, dwingt deze theorie ons werkelijk het geloof in onsterfelijkheid op te geven? Moet ze echt het logische denken volgen en de hoop op een hiernamaals opgeven voor de plicht om alle consequenties van een wetenschappelijke waarheid te aanvaarden? 'Ja', zullen de meeste mensen zeggen. 'Nee', zegt William James, 'stoom is toch ook niet het ultieme doel van de fluitketel?' Met grandeur, humor en milde ironie presenteert de filosoof William James twee bezwaren tegen de stelling dat 'hersenen slechts een productieve functie hebben'. Het is fascinerend hoe James' ideeën aansluiten bij een aantal hedendaagse gedachten over het 'hiernamaals'. Het is deze actualiteit die dit scherpzinnige betoog de lof toekent van een kleine klassieker.Weblog over geloof en wetenschapRecensie door Dr. Taede A. SmedesOnlangs las ik een beroemd essay van William James (1842-1910): "Human Immortality: Two Supposed Objections to the Doctrine". Een werkelijk prachtig stukje werk, waarin hij een zeer originele bijdrage levert aan het hele debat over de mogelijkheid of onmogelijkheid van een onsterfelijke ziel. Het essay is feitelijk een lezing die James hield. De lezing begint dan ook met wat informeel blabla, maar dan komt James los. Hij stelt dat onze moderne cultuur een probleem heeft met het denken over a life hereafter. Het probleem is dat door fysiologen en in veel populaire wetenschappelijke werken en tijdschriften voortdurend wordt gesteld dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van hersenprocessen. Hoe kunnen we nog in een leven na de dood geloven als we naar menselijke gedragingen kijken, dan zien we dat menselijk bewustzijn sterk verbonden lijkt met hersenfenomenen. We weten dat bepaalde gebieden in de hersenen betrokken zijn bij zien, horen, spreken, etc. Dit leidt tot de centrale formule die James opstelt: Thought is a function of the brain. En hij vraagt het publiek (en daarmee de lezer) om deze formule uiterst serieus te nemen. De vraag die vervolgens echter rijst is, of deze formule logically compelling is om het geloof in onsterfelijkheid overboord te gooien. De meeste mensen, zo zegt James (en we kunnen het hem nog steeds nazeggen), zouden hier volmondig 'ja' op antwoorden. Ja, we moeten geloof in onsterfelijkheid overboord gooien als onze geestelijke vermogens te herleiden zouden zijn tot louter hersenprocessen. James echter meent dat het fout is en dat de formule in strict logic no deterrent power heeft. Het eerste punt is dat we veelal geneigd zijn om de relatie tussen onze geestelijke vermogens en het brein strikt te bekijken vanuit het perspectief van slechts één functionele afhankelijkheid, namelijk die van productie: dat denken een functie van het brein is, wordt equivalent gedacht aan uitspraken als "stoom is de functie van een waterkoker" of "licht is een functie van het electrische circuit" of "electriciteit is een functie van de waterval". De functie is in al deze voorbeelden productief: het een brengt het ander voort. En ja, als het orgaan wat de functie produceert ermee ophoudt, zodat de productie niet langer kan doorgaan, then the soul must surely die. Such a conclusion as this is indeed inevitable from that particular conception of the facts. James' these nu is dat when we think of the law that thought is a function of the brain, we are not required to think of productive function only; we are entitled also to consider permissive or transmissive function. Maar op wat voor manier moeten we ons die doorgevende functie van het brein voorstellen? Stel, zegt James, dat er onder de zichtbare werkelijkheid nog een onzichtbare werkelijkheid is, en dat onze zichtbare werkelijkheid slechts een vernislaagje is dat die andere wereld verbergt en terughoudt. En stel verder dat af en toe dat vernislaagje wat dunner wordt en iets van de stralen van die andere werkelijkheid doorlaat. These beams would be so many finite rays, so to speak, of consciousness, and they would vary in quantity and quality as the opacity varied in degree. Onze hersenen functioneren dus als een soort tv-toestel of radio dat signalen opvangt, filtert en omzet, en vervolgens in andere vorm (nl. beeld en/of geluid) doorgeeft. Ons bewustzijn is datgene wat wordt doorgegeven. Je ziet dus, zegt James, dat het materialisme een heel eenzijdige benadering van het woord "functie" heeft. En het zou wel van een zekere irrationaliteit getuigen als we een alternatief voor de materialistische visie moedwillig zouden negeren. Maar is deze visie dan niet strijdig met de wetenschap? Nee, zegt James, want als je goed kijkt naar de wetenschappelijke data, dan zie je dat die slechts kan aantonen dat bewustzijn vergezeld gaat van hersenactiviteiten en vice versa. Er is dus sprake van bare concomitant variation. Als de hersenactiviteit verandert, verandert de bewustzijnstoestand - maar opnieuw, impliceert dit logisch noodzakelijk dat de bewustzijnstoestand voortkomt uit, geproduceerd wordt door de hersenactiviteit? Nee dus. We zien slechts beide samen voorkomen, maar dat impliceert niet met logische noodzakelijkheid dat het een uit het ander voortkomt. Hier zien we dus dat James Hume's ideeën over causaliteit goed bestudeerd heeft. Bovendien, zegt James, kun je altijd een hersenwetenschapper de vraag stellen hoe die productie van bewustzijn door hersenactiviteit in zijn werk gaat. Je zult zien dat een hersenwetenschapper dan met de mond vol tanden staat. Maar hoe zit het nu met onsterfelijkheid? De transmissie-idee veronderstelt dat er altijd een "bewustzijnswerkelijkheid" is die achter of onder onze waarneembare werkelijkheid schuilgaat, en dat menselijke hersenen die werkelijkheid filteren en doorlaten, zodat iets ervan in onze werkelijkheid zichtbaar is namelijk als bewustzijn en levenskracht. Als onze hersenen echter defect raken of zelfs sterven, dan zal die bewustzijnswerkelijkheid zelf natuurlijk niet verdwijnen. De signalen zullen dan vervormd worden en wellicht zal ons bewustzijn verdwijnen (in de zin van niet meer zichtbaar zijn voor anderen). Maar de bewustzijnswerkelijkheid zelf blijft. Maar moeten we ervan uitgaan dat er slechts één bewustzijn is? Zou het niet zo kunnen zijn dat er verschillende "bewustzijnen" zijn, misschien net zoveel als er levende dingen zijn? Hier lijkt James een link te leggen met Aristoteles' idee van de ziel als de vorm van levende wezens. Want inderdaad, zegt James, hoewel wij altijd naar eenvoud streven, is het niet uit te sluiten dat er net zoveel bewustzijnen zijn als dat er levende wezens zijn. En dat, bovendien, al die bewustzijnen overleven na de dood. En dat geldt niet alleen voor mensen en dieren, maar - conform Aristoteles - voor alle levende dingen. Wie weet bestaat het bewustzijn van elk levend wezen wat ooit geleefd heeft nog steeds, hoewel we het niet kunnen waarnemen. Ergo, concludeert James, For my own part, then, so far as logic goes, I am willing that every leaf that ever grew in this world's forests and rustled in the breeze should become immortal. It is purely a question of fact: are the leaves so, or not? Abstract quantity, and the abstract needlessness in our eyes of so much reduplication of things so much alike, have no connection with the subject. For bigness and number and generic similarity are only manners of our finite way of thinking; and, considered in itself and apart from our imagination, one scale of dimensions and of numbers for the Universe is no more miraculous or inconceivable than another, the moment you grant to a universe the liberty to be at all, in place of the Non-entity that might conceivably have reigned. Het denken over de relatie tussen hersenen en de ziel in termen van transmissie, is een mogelijkheid die we niet kunnen uitsluiten, zegt James. Dat wel doen would be letting blindness lay down the law to sight. Ik heb hier slechts een fractie van de boeiende gedachtestrengen van James weergegeven - het loont werkelijk het hele essay zelf te lezen. Het interessante en actuele aan dit essay van James is bovendien, dat het zeer dicht in de buurt komt bij (door wetenschappers omstreden) ideeën die door bijvoorbeeld Pim van Lommel en Dick Mesland worden besproken.