De kleine Johannes 1 € 14,95
De kleine Johannes 1

Symbolisch sprookje over de groei van een kleine jongen naar levenswijsheid. Gemoderniseerde versie. 1e druk zomer 2009 uitvoering: hardcover, genaaid gebrocheerd 2e druk oktober 2012 uitvoering: softcover, genaaid gebrocheerd Trefwoord: (LTR) Cultuursprookjes; (LTR) Allegorieën; (LTR) Dubbelpublieksboeken; (LTR) Natuur; (LTR) Kinderleven; (LTR) Wijsheid; (GTR) Sprookjes (teksten); (GTR) Romans (teksten); (BTR) romans en novellen ; oorspr. - Nederlands; (BTR) sprookjes Onderwerp: 18.11 Nederlandse letterkundeNU IN GOEDKOPE PAPERBACK Deze hertaling van De kleine Johannes maakt dit zinnebeeldige sprookje waarin begrippen als natuur, liefde, geluk, verlangen, kennis en dood als personen worden opgevoerd, toegankelijk voor een nieuwe lezerskring. Met deze nieuwe uitgave hopen we dat het bezwaar van Elsbeth Etty (nrc 14-3-2009) dat ?De kleine Johannes wat taal en stijl betreft zo gedateerd is, dat het zelfs voor doorgewinterde Nederlanders nauwelijks te begrijpen te valt? is weggenomen. Haar stelling dat ook de thematiek verouderd zou zijn vindt echter geen weerklank. De boekverslagen die scholieren er nog steeds over maken en de vele herdrukken spreken dit tegen. Met vrij eenvoudige ingrepen kon de leesbaarheid worden verhoogd zonder dat dit klank- en kleurrijke natuursprookje aan sfeer verloor. Gedateerde woorden als ?doch?, ?dirkjesbos?, ?altoos?, ?schreien?, ?weedom? etc. zijn vervangen door hedendaagse equivalenten. Zorgvuldig is gekozen voor woorden die passen in de sfeer van het boekje. Op twee plaatsen is een redactionele aanvulling ingevoegd, deze zijn tussen [teksthaakjes] gezet. Het gaat om twee citaten die zijn ontleend aan Jan Ligthart. Hier en daar zijn van één zin twee zinnen gemaakt. De negentiende-eeuwse vervoegingen zijn gemoderniseerd evenals de interpunctie. Het aantal uitroeptekens is wat teruggebracht evenals het woordje ?maar?. De alinea-indeling is vrijwel gelijk gebleven. De hoofdstuktitels zijn ingevoegd op basis van de studie van Jan Ligt­hart die in deze uitgave in gewijzigde vorm is opgenomen als nawoord. Boekblok 15,5 x 22,5 cm 160 pag. + 4 pag. omslag Druk binnenwerk: 1/1 tweezijdig in zwart met afbeeldingen Druk omslag: 4/0 eenzijdig in full colour Omslag voorzien van eenzijdig mat laminaat Papier binnenwerk: 90 grams houtvrij romandruk 2.0 cr/w FSC Papier omslag: 240 grams sulfaatkarton FSC Afwerking: genaaid gebrocheerd Met een nawoord van Jan Ligthart; een redactionele notitie over het 'numineuze' bij Van Eeden en Ligthart; verantwoording door de uitgever; toegift van Jan Ligthart 'In de lente'. TEKST ACHTERPLAT: ?ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alle­maal echt ge­beurd.? De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrijken van de tijd zijn glans heeft behouden. Deze hertaling heeft de hindernissen die opgeworpen werden door het negentiende-eeuwse taalgebruik opgeheven. In sprankelende taal worden de ontwikkelingsfasen van de kleine Johannes verbeeld door personages die de natuur, de liefde, het geluk, de kennis, het spirituele en de vluchtigheid van het leven vertegenwoordigen. De herkenbaarheid en de diepte van dit klank- en kleurrijke sprookje is in al haar eenvoud zo schitterend dat het blijft fascineren. Op zaterdag 3 april 2010 is het op de dag af 150 jaar geleden dat Frederik van Eeden werd geboren. Op 1 oktober 2010 is het 125 jaar geleden dat 'De kleine Johannes' voor het eerst in De Nieuwe Gids verscheen. 2e druk oktober 2012 uitvoering: paperback, genaaid gebrocheerdPicaRecensie door Biblion|NBC-recensie, 2006?In De kleine Johannes wordt in vier stadia de ontwikkeling geschetst van de levensfasen: de tijd van de fantasie (Windekind), de periode van vragen stellen (Wistik), de periode van onderzoek (Pluizer) en het stadium waarin het religieuze wordt gezocht. Johannes ervaart het conflict tussen gevoel en verstand en beleeft de strijd tussen schoonheidsbeleving en goedheid. Het gevoel overwint, de schoonheid wordt erkend en in goedheid wordt geleefd. Het boekje boeit een grote lezerskring vanaf ca. 13 jaar.? (Biblion | nbc-recensie, 2006)

De wil om te geloven & religieus vertrouwen en het recht om te geloven € 22,50
De wil om te geloven & religieus vertrouwen en het recht om te geloven

Hoe moet je leven?Voor de meeste mensen is dat een vraag waarvan de volle reikwijdte langzaam maar zeker tot hen doordringt. Voor William James (1842-1910) was het een opdracht waarmee hij de wereld ingestuurd werd.IN DE WIL OM TE GELOVEN eist William James een geestelijk terrein op voor de menselijke geloofservaring dat zich onttrekt aan iedere rationele bewijsvoering. Iemands geloof wordt eenvoudig gerechtvaardigd door zijn behoefte aan een geloof.James radicale solidariteitsbetuigingen aan de menselijke ervaring maakten van hem tijdens de jaren dat hij aan Harvard doceerde tot een populaire figuur, een filosoof voor gewone mensen.WAT WILLIAM JAMES ook tegenwoordig nog, of misschien juíst tegenwoordig, nog tot zo¿n aansprekende figuur maakt, iemand die we niet los kunnen laten, is zijn aanhoudende pleidooi voor de kracht van de verbeelding in het leven zelf. Wil het leven leefbaar zijn, dan moet de menselijke geest de vrijheid hebben het van binnen uit te vormen alsof het een eigen kunstwerk is, met alle irrationele tegenstrijdigheden van dien. Geloof en bijgeloof, rede en illusie, idealisme en ironie kunnen in zo¿n leven naast elkaar bestaan zonder dat het op een mentale burgeroorlog uitdraait.Kaleidoscopisch als zo¿n leven is, vormt het het beste weermiddel tegen fundamentalisme, of dat nu religious, politiek of wetenschappelijk is. Bas Heijne in NRCFENOMENOLOGISCHE KLASSIEKEN BIJ UITGEVERIJ ABRAXAS AMSTERDAMNBC/BiblionRecensie door Dr. T.A. SmedesEen mooi verzorgde vertaling van een aantal klassieke essays van de Amerikaanse pragmatistische filosoof William James (1842-1910) die cirkelen rondom religieus geloof. James betoogt dat het een recht van ieder individu is om op eigen risico te geloven. Wetenschap en filosofie zouden dit recht moeten erkennen, en niet moeten proberen met behulp van naturalistische verklaringen de ervaringen van gelovigen te ontluisteren. Naast een vertaling van 'De wil om te geloven' zijn in deze bundel ook opgenomen 'Is het leven de moeite waard?', 'Het gevoel van rationaliteit', 'Reflexhandling en theïsme' en 'Religieus vertrouwen en het recht om te geloven'. James' essays verschijnen voor het eerst in Nederlandse vertaling. Een essay van Peter Sloterdijk fungeert als voorwoord, en een zeer leesbaar essay van Hein van Dongen is als nawoord opgenomen. Tevens zijn er een (beknopte) begrippenlijst en register.

Het boekje over het bewustzijn na de dood € 22,50
Het boekje over het bewustzijn na de dood

De Duitse medicus, natuurkundige en filosoof (1801-1887) vat zijn filosofie van panpsychisme ('alles heeft bewustzijn') samen en legt uit hoe het bewustzijn de dood van het lichaam kan overleven.Het woord psyche, levenskracht of geest, heeft oude bronnen. In de zestiende eeuw werd psyche gekoppeld met logos, woord of studie. Zo ontstond psychologie, de wetenschap die bewustzijnsverschijnselen onderzoekt.De natuurkundige Gustav Fechner ontwikkelde in 1850 een wet over de relatie tussen geest en lichaam. Dit was van belang omdat de filosoof Emmanuel Kant had voorspeld dat de psychologie nooit een wetenschap kon worden omdat het onmogelijk zou zijn de processen experimenteel te meten.De bijdrage van de methode van Fechner was dat psychologie losstond van filosofische veranderingen, wetenschappelijk was en niets meer met ziel of geest te maken had. Alles was empirisch te verklaren.Het was William James die uit Fechners woorden een dubbel Leitmotiv distilleerde. Fechners bevindingen openden de deur voor de mogelijkheid van een wetenschappelijk kwantitatieve psychologie én een lans brak voor een even revolutionaire als visionaire metafysica. Als de relatie tussen de spirituele wereld en de wereld van natuurkundige verschijnselen in wiskundige termen te beschrijven valt, betoogde Fechner, dan betekent dit dat er tussen die twee werelden een rechtstreeks verband bestaat, waarbij het primaat aan de zijde van de spirituele wereld ligt. Dit was iets om over na te denken.De openingszin van het Boekje over het leven na de dood is opvallend voor de man van de empirische benadering: 'De mens leeft niet eenmaal op aarde, maar driemaal. In de eerste fase leeft de mens eenzaam in het duister. In de tweede leeft hij tussen anderen maar zonder relatie met hen. In het derde leven leeft hij waarlijk in gemeenschap.'Een ontwikkeling van lichaam naar ziel, naar geest, de drie fasen van de groei van het bewustzijn. Bij het sterven van het separate zelf, het ego, wordt de mens zich levend bewust van de omvang van de 'universele geest'.placido: De kunst om ijdel in dwaling en onrecht te volharden, noemt men leven. Wie dat eenmaal inziet, ziet het niet meer. Dat is de dood.goethe: Stirb und Werde - Sterf en kom tot leven.rudolf steiner: Wie het eigen wezen doodt, die leeft een eeuwig zijn.oftewel: Wie niet sterft voor hij sterft, gaat te gronde als hij sterft.Benedictijns Tijdschrift 2014/3Recensie door Frans BerkelmansTheo Fechner (1801-1887) was een spiritueel denker die vanuit de natuurkunde een brug wist te slaan naar de filosofie. Dit klassieke werkje, daterend uit 1836 en herdrukt in 1866 en 1887, verdient inderdaad hernieuwde aandacht, waarvoor Herman Groenewegen & Daniël Mok hun lezenswaardige motivatie schreven (blz. 74-119) en de inleiding van William James (1909) lieten vertalen (pp. 13-18).NBC|BiblionRecensie door Taede A. Smedes; philosopher of religion, theologianGustav Theodor Fechner (1801-1887), eerst opgeleid tot medicus, veranderde later naar natuur- en scheikunde en brak daarin door. Nadat hij in 1840 door een oogkwaal tijdelijk bijna blind werd, ging hij zich vanaf 1843 richten op filosofie en psychologie. Met zijn "psychofysica" waarin de samenhang van lichaam en geest bestudeerd werd, had hij invloed op o.a. William James en Gerardus Heymans. In het traktaatje over het leven na de dood uit 1836 (oorspronkelijk gepubliceerd onder het pseudoniem "Dr. Mises"; in 1866 opnieuw uitgegeven onder eigen naam) vat Fechner zijn ideeën over het kosmisch bewustzijn en het bestaan na de dood samen. Bewustzijn blijft ook na de dood bestaan. Vrij van beperkingen stroomt het zich uit in de natuur en beïnvloedt het de kosmos, die ten diepste ook uit bewustzijn bestaat. De doden beïnvloeden de levenden o.a. wanneer er aan hen gedacht wordt. Interessante lectuur, speculatief, esoterisch en dogmatisch. Leesbaar vertaald. Vergezeld van het voorwoord van James bij de Engelse vertaling, en een groot artikel van redacteur Daniël Mok en Herman Groenewegen.

Geschiedenis van de westerse astrologie € 27,50
Geschiedenis van de westerse astrologie

De astrologie behoort tot de oudste wetenschappen van de mensheid. Ze speelde niet alleen in de grote vroege beschavingen maar ook in de Europese cultuurgeschiedenis een belangrijke rol. Ze oefende invloed uit op de ontwikkeling van de natuurwetenschappen te beginnen met astronomie, natuurkunde en scheikunde. Ze werd verwerkt in filosofie en godsdienst en gaf de doorslag bij politieke beslissingen met verregaande consequenties. Kocku von Stuckrad beheerst de kunst deze verschillende aspecten te bundelen in een totaaloverzicht en laat zo de betekenis zien van een stroming binnen de Europese geschiedenis van wetenschap en cultuur die dikwijls is verwaarloosd en die men doorgaans slechts met enige smetvrees benadert. Dit duidelijk geordende en zeer informatieve boek is in de eerste plaats een eerste klas inleiding tot de systemen van astrologische interpretatie. Het gaat vergezeld van een woordenlijst met uitleg van de belangrijkste begrippen. Dit boek is een 'must' voor iedereen die zich interesseert voor de geschiedenis en voor de huidige praktijk van de astrologie ? om het even of men al dan niet zelf speurt naar de wisselwerking tussen het hemelse en het aardse.Süddetsche ZeitungRecensieDit invoelende boek is een goede introductie tot de geschiedenis van een oeroud cultuurfenomeen en geeft inzicht in het astrologische gedachtegoed.

Het boek van Tjentini € 22,50
Het boek van Tjentini

Het boek van Tjentini ontstond aan het hof van Soerakarta in het begin van de 19e eeuw. Het gedicht vertelt op surrealistische wijze het verhaal van de prinsen en de prinses van Giri die elkaar zijn kwijtgeraakt op hun vlucht nadat Giri is ingelijfd in opdracht van Sultan Agoeng.Dolend door de wouden en de steden van Java leren ze alle aardse en geestelijke wijsheid van Java kennen. Het boek van Tjentini is een erotisch spirituele zoektocht vol van echo's van het pre-islamitische boeddhistisch-hindoeïstische rijk en voert de dialoog tussen de religies met een onbevangen vrijmoedigheid. Die vrijmoedigheid vind je ook in de erotische passages en die, zo gaat het verhaal, van de hand zijn van prins Anom zelf. Het boek draagt eigenlijk de naam van de vrouwelijke hoofdpersoon, Tambangraras, die tijdens diens omzwervingen met de oudste prins van Giri is getrouwd. Ze gaat hem achterna wanneer hij vertrokken is om te zoeken naar zijn broer en zus. Maar de volksmond vernoemt het boek naar haar vertrouwelinge, Tjentini, de enige in het verhaal die zichzelf zo wegcijfert, dat ze aan het eind van het boek opgaat in 'moeksa', verlossing.mail van UtamiRecensie door Ayu Utami"Dit boek is de vrucht van de mystieke gemeenschap van zijn auteur met het belangrijkste klassieke geschrift van Java. Elisabeth D. Inandiak heeft de mythologische geschiedenis van Java naverteld in een taal die zowel begrijpelijk is voor het westen als voor de kinderen van de moderne tijd. Daarbij verliest ze de esoterische betekenis niet uit het oog. Trefzeker schuift ze het gordijn voor de innerlijke Javaanse wereld opzij. De boodschap van dit klassieke werk en van de vertelling van de schrijfster, die gaat over de spanning en het syncretisme tussen de lokale spiritualiteit en het monotheïsme, is van grote waarde voor de wereld in onze huidige tijd. Inandiak is weliswaar niet geheel trouw aan de oorspronkelijke tekst, maar dat maakt juist de authenticiteit uit van haar eigen werk. Bood in de 19e eeuw Pakubuwono VII het boek van Tjentini ten geschenke aan de Nederlandse koning, zo offreert nu Elisabeth Inandiak haar meest intieme liefde aan de wereld."

Het boek van de thee € 19,90
Het boek van de thee

Hét klassieke boekje over de geschiedenis, de kunst en de sfeer van het theedrinken.Thee is onlosmakelijk verbonden met de oosterse cultuur en filosofie, die op hun beurt schatplichtig zijn aan de ethisch-religieuze waarden van boeddhisme, daoïsme en confucianisme. Overal, van architectuur tot bloemschikken klinkt het schoonheidsideaal van Zen door. De auteur schrijft over de liefde voor het eenvoudige en het belang van oprechte aandacht.6e druk, nieuwe vertaling voorjaar 2015

Mijn vriend Vladimir Ivanovitsj € 21,50
Mijn vriend Vladimir Ivanovitsj

Ruim dertig jaar is Hans Olink bevriend met Vladimir Ivanovitsj, zijn begeleider, tolk en producer. Samen maakten zij vele reizen door het Rusland van Gorbatsjov, van Jelsin, van Poetin, om voor de Nederlandse media de veranderingen in dat immense land vast te leggen. Toen zij elkaar leerden kennen, was Ivanovitsj een echte Sovjetburger. Hij verdedigde het systeem, had kritiek op het Westen, was kortom een typisch kind van de Koude Oorlog. Net als Olink overigens.Maar naarmate de tijd vorderde en Vladimir Ivanovitsj zijn land beter leerde kennen, ging hij zich steeds vrijer gedragen. Hij ging met de nodige ironie over zijn land praten en begon steeds meer te lijken op een Nederlander, wiens taal hij uitmuntend spreekt. En als hij bij Olink in Amsterdam op bezoek was, leek het alsof hij hier geboren was.'Tot dat moment in het voorjaar van 2014 toen hij weer eens in Amsterdam was en we ons aan een Russische dis te buiten gingen,' herinnert Olink zich. 'We kregen ruzie. Dat gebeurde wel eens vaker, maar nu was het anders. Hij maakte mij uit voor agent van de CIA, ik noemde hem 'verpoetiniseerd'. De rapen waren gaar. Vooral nadat tot overmaat van ramp de MH-17 neerstortte boven Oekraïne en iedereen op het westelijk halfrond naar Poetin wees als de schuldige. Onze vriendschap kreeg het zwaar te verduren.'Hans Olink (1951) verdiept zich al heel lang in de geschiedenis van de twintigste eeuw. Hij maakte tal van reportages voor het VPRO-radioprogramma OVT en schreef artikelen in onder meer NRC Handelsblad en de Volkskrant. Hij schreef een tiental historische boeken. Eerder verschenen bij uitgeverij PROMINENT van zijn hand Berlijn! Berlin! In het spoor van de geschiedenis (2015) en De Idealisten. Nederlandse kunstenaars in Oost-Berlijn (2016).

De ondergang van Naarden € 16,95
De ondergang van Naarden

In 1572 richtten Spaanse soldaten een slachting aan onder de burgerij van Naarden. Ooggetuige was de leraar, humanist en geschiedschrijver Lambertus Hortensius (± 1500 - 1574). In rake bewoordingen vertelt hij hoe de Spanjaarden ten tijde van de 80-jarige oorlog tot deze gruweldaden kwamen. Niemand anders kon de angst en wanhoop van de burgers van Naarden overtuigender onder woorden brengen dan Lambertus Hortensius. De Latijnse tekst van zijn verslag is nu vertaald en toegankelijk gemaakt voor de hedendaagse lezer door dr. W.A. Boekelman.

De Omslag € 24,90
De Omslag

OntwikkelingsromanHet eerste deel De geest van de Friese Wouden speelt zich af onder de zwijgende oppervlakte van het Zuidfriese platteland op het ritme van ploegen, kerkgang en schuurfeesten.Het tweede deel De roos van Jericho toont de hiaten van de balling binnen de driehoek van redder, dader en slachtoffer in een exploderend patchworkgezin. De zoektocht naar ontbrekende puzzelstukjes begint in de sloppenwijken van Marseille.In het derde deel Welkom in de wereld wordt een emotioneel geladen reis door Zuid-Frankrijk en Noord-Afrika gemaakt. Er worden plannen gesmeed en de ontmoeting tussen beide temperamenten loopt over van herkenning en verwarring. Lukt het om een verloren visioen, het land van melk en honing, terug te winnen?

Vormen van de religieuze ervaring € 29,50
Vormen van de religieuze ervaring

The Varieties of religious experience van William James behoort tot de belangrijkste publicaties van de godsdienstpsychologie. Het is een briljant geschreven werk dat onmiddellijk na het verschijnen in 1902 zeer sterk de aandacht trok van een uitgebreide lezerskring. De wetenschappelijke discussie om dit boek laaide hoog op en bracht het denken van James nog meer dan toen reeds het geval was in het centrum van velerlei beschouwingen. De oorzaak daarvan ligt zowel in de indringende wijze waarop James het wezen van de religieuze verschijnselen trachtte doorlichten als ook in de literaire vormgeving.6e herziene en vermeerderde druk 2010Biblion | NBC-recensieRecensieEen nieuwe vertaling van zeer populaire en veelvuldig heruitgegeven klassieker uit 1902 op het gebied van de godsdienstpsychologie. De auteur (New York 1842-1910) studeerde onder meer in Geneve, Parijs en Bonn, en tenslotte medicijnen aan Harvard. Hij was hoogleraar in de anatomie, fysiologie, psychologie en filosofie. Hij beschrijft en ordent een diversiteit aan religieuze ervaringsverschijnselen en stromingen en reikt een daarin inzichtgevend begripskader aan dat gebaseerd is op psychologische uitgangspunten. Zijn materiaal is ontleend aan (autobiografisch) materiaal van onder meer bronnen uit diverse religies. Een verhelderende biografische levensschets is toegevoegd aan deze complete uitgave in de Nederlandse taal. Een aantal nu opgenomen voetnoten is onvertaald in de tekst geplaatst. In 1995 werd dit boek onder de titel 'Varianten van religieuze ervaring'* uitgegeven.Biblion | NBC-recensieRecensieAcht jaar voor zijn overlijden in 1910 begon de door dit klassieke boek beroemd geworden Amerikaanse arts, psycholoog en filosoof te schrijven aan dit dit werk. Hierdoor kan hij als de grondlegger van de godsdienstpsychologie worden beschouwd. Deze zesde, herziene en vermeerderde Nederlandse druk bevat in vergelijking met de vierde druk uit 2003 een vertaalde tekst die met zorg is verbeterd en een licht gewijzigde lay-out heeft. De verantwoording van de Nederlandse uitgever is met twee pagina's (tot drie) uitgebreid, met daarin verwerkt een visie op de waardebepaling van dit boek voor deze tijd door de Canadese filosoof Charles Taylor. Een uitstekende service aan de lezers is dat de paginering van de vertaalde hoofdtekst zo goed als identiek is aan die van de druk uit 2003. Daartoe zijn de bladzijden helemaal voorin en achterin met Latijnse cijfers genummerd. In strikte zin is vervanging van genoemde eerdere druk niet noodzakelijk.

De sabbat & vernieuwing van de moderne mens € 19,90
De sabbat & vernieuwing van de moderne mens

ELEGANT EN OP MEESLEPENDE WIJZE Schetst Heschel de betekenis van de sabbat in onze huidige cultuur. Hij geeft antwoord op vragen als: Waarom bestaat er een rustdag? Hoe werd deze een heilige dag? Waarom is de sabbat in de gehele wereld geaccepteerd?DE SABBAT, inmiddels een klassiek werk uit de joodse spiritualiteit, is gelezen door duizenden mensen met verschillende levensvisies op zoek naar een ori atiepunt binnen de moderne samenleving. In deze korte, diepzinnige beschouwing over de betekenis van de zevende dag ontvouwt Heschel zijn indrukwekkende en invloedrijke idee over een heilige bouwkunst die niet in de ruimte verschijnt maar in de tijd. He jodendom, betoogt hij, is een religie van tijd: de echte betekenis ligt niet in de ruimte en de dingen daarin, maar in de tijd en de eeuwigheid die de ruimte bezielen, zodat de sabbatsdagen onze grootste kathedralen zijn.IN DE OVERIGE ZES ESSAYS bespreekt Heschel de waarde van onze inspanningen, de reikwijdte van onze verwachtingen en de betekenis van onze daden. Hij benadrukt dat het heilige een universele aanwezigheid is en geen enkele religie de waarheid kan claimen. Heschel erkent het nut van dogma¿s maar het gaat hem niet om vorm, inhoud of strijdvragen. Het gaat om de realisering van waarden waarvan de geest van alle tijden zich spottend, verbitterd of onverschillig lijkt af te keren, maar die zich ook door de eeuwen heen onverwoestbaar hebben getoond.Vlijmscherp herleidt Heschel het probleem van goed en kwaad tot de vermenging van deze machten: goed en kwaad, eens zo helder als dag en nacht, zijn vervaagd en wazig geworden.`God is geen concept, geen symbool, geen fictie maar een roep. Geen verklaring maar een uitdaging.¿Abraham Joshua Heschel laat zien dat er een pad loopt naar een wereldomvattende spirituele ontmoeting en samenwerking.Uitgeverij Abraxas, AmsterdamRecensie door Julia BoulangerDe sabbat; zijn betekenis voor de moderne mens. Een essay dat bij wil dragen tot een modern begrip van een van de fundamentele joodse tradities, de sabbat, op meeslepende wijze beschreven door Abraham Joshua Heschel, een der belangrijkste joodse denkers van de 20ste eeuw. Heschel schetst diepgaand en grondig de betekenis van de sabbat in het jodendom en zijn rol in onze cultuur en geeft antwoord op vragen als: Waarom bestaat er een sabbat? Hoe werd hij een heilige dag? Waarom is de sabbat in de gehele wereld geaccepteerd? Van Heschel verscheen eerder in Nederlandse vertaling bij Uitgeverij Abraxas 'God zoekt de mens'.Benedictijns Tijdschrift 2007/4RecensieDe fenomenologische bibliotheek die uitgeverij Abraxas bezig is op te bouwen, telt inmiddels al een half dozijn werkelijk sublieme werken. Nadat zij reeds God zoekt de mens van Abraham Heschel heeft uitgegeven, laat zij nu De sabbat volgen alsmede een zestal essays over gebed, heiligheid, psychologie en moraal. Het boek wordt besloten met een beschouwing over oecumene; het is de tekst van de toespraak die Heschel in 1963 hield tijdens een ontmoeting met kardinaal Bea in New York. Abraham Joshua Heschel weet weergaloos te formuleren en zijn wijsheid is superieur. PB

Het heilige € 27,50
Het heilige

AWEHet Engelse woord is moeilijk te vertalen. Ontzag, eerbied, vrees - maar dat is het toch niet. Huiver, geen goed Nederlands woord, komt het dichtst bij de betekenis van awe. Awe, men moet naar dit woord luisteren. Rudolf Otto maakte in zijn befaamde boek Das Heilige de woorden numineus en het numineuze, als hij 'die eigentümliche Kategorie des Heiligen' wenst te benoemen. Hij heeft het woord afgeleid van numen, dat wenk betekent: gebiedende knik. In het verlengde daarvan: goddelijk bevel, goddelijke macht.Wij kennen het allen. Niet alleen en zelfs niet allereerst in verband met een kerk of een tempel. Een landschap kan numineus zijn. Een bosrand in de lichte nevel van een herfstavond. De woestijn! Wie de Dode Zee ziet met haar loden water, met de uitgemergelde rotsen aan deze en aan de overzijde van het meer, met de enkele, haast onmogelijke oase, kan vermoeden dat het land daar, hoe anders het wellicht vroeger heeft geleken, eremieten herbergde, profeten voortbracht, en tot de vreemdste bespiegelingen aanleiding gaf.Daar, in de aanwezigheid van awe, van numen, begint elk geloof. Geen mens zou ertoe komen een tempel, een kapel, een kerk te bouwen wanneer de aarde niet verschillend bedeeld was met numen. Waar overvloed bestond van dat numen, daar werd het heiligdom gebouwd.Reformatorisch DagbladRecensie door J. C. KarelsDe geheime kamer van het kasteel In 1917, als de oorlog als een fantoom uit de loopgraven bij Ieper en de Marne omhoog kruipt, verschijnt een boek dat spoedig wereldwijd resoneert: "Das Heilige" van de Duitse godsdiensthistoricus Rudolf Otto. Van de klassieker kwam onlangs een Nederlandse vertaling op de markt, vergezeld van een bundel beschouwingen over deze wijze uit het Westen. Otto's tijdgenoot Karl Küssner wist zich te herinneren welke indruk "Das Heilige" overal maakte. "Ik zag het in de boekenkast bij dokters, leraren, fabrikanten, bij journalisten en diplomaten in verschillende landen, hoorde in Engelse arbeidersscholen, in de salons van de Franse intelligentsia, in kringen van Amerikaanse academici, van Indische Sanskrietleraren over Otto spreken. Gandhi stond met hem in contact en schatte zijn werk hoog." In Nederland vond Otto een warm pleitbezorger in prof. dr. G. van der Leeuw, die zijn magnum opus karakteriseerde als "een van die weinige wetenschappelijke daden die de vanzelfsprekende vooronderstelling vormen van elk verder onderzoek." In "Het heilige" neemt Otto niet het uitgangspunt in een bepaalde godsdienst, kerk, beweging of confessie, maar in het religieuze beleven zelf. In plaats van ideeën over God en het goddelijke, onderzocht hij de aard van de godsdienstige ervaring. Otto had Luther gelezen en van hem begrepen wat de "levende God" betekent voor een gelovige: geen filosofische constructie of abstractie, maar een "mysterium tremendum et fascinans", een angstaanjagend en tegelijk fascinerend en aantrekkend geheimenis. Die tweeheid loopt als een rode lijn door het boek. Otto spreekt, in navolging van Calvijn en Von Zinzendorf, van het "numineuze", het heilig-goddelijke dat als ambivalente grootheid ontoegankelijk is voor elke vorm van rationalisme, en alleen door tekentaal en vingerwijzingen benaderd kan worden. "Het heilige" is een liefdevolle en subtiele ontvouwing van dit numineuze. "Wat is nu eigenlijk dat objectief, buiten mij gevoelde numineuze zelf?" vraagt Otto. "Het gevoel van het mysterium tremendum kan met milde stroom het innerlijk vervullen in de vorm van zwevende stille stemming van verzonken eerbied. Zo kan het overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid der ziel, die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijk wegsterft en de ziel weer in het profane achterlaat. (...) Het kan worden tot het stille en deemoedige sidderen en verstommen van de creatuur voor het - ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijk geheimenis boven alle creatuur is." Kremlin Dertien kinderen telde het lutheraanse gezin waarin Rudolf Otto (1869-1937) als twaalfde telg ter wereld kwam. Vader Wilhelm was fabrikant. Moeder overleed toen Rudolf twaalf was. Aan haar droeg hij in 1898 zijn dissertatie over Luthers opvatting van de Heilige Geest op. Otto blikte later terug op zijn nest als "de hechte kring van een eenvoudig en bekrompen milieu." Als schooljongen legt hij belangstelling voor andere godsdiensten aan de dag. Door een rooms-katholieke kameraad laat hij zich over de heiligen voorlichten. In het liberale Göttingen studeert Otto godsdienstwetenschap en filosofie. Studiereizen voeren hem naar het Midden-Oosten, Noord-Afrika, India, Birma, China, Japan en Siberië. In brieven en verslagen vertelt hij over zijn ervaringen, doortrokken van een intense beleving: "Ik heb het Sanctus Sanctus Sanctus van de kardinalen in de Sint-Pieter gehoord, het Swiat Swiat Swiat in de kathedraal van het Kremlin en het Holy Holy Holy van de Patriarch in Jeruzalem. In welke taal dan ook, deze woorden, de hoogstverhevene ooit door menselijke lippen gevormd, raken je in het diepst van je ziel, met een machtige huivering het mysterie van die andere wereld die erin verborgen ligt oproepend en openbarend." In 1914 volgt zijn benoeming als hoogleraar in Breslau, enkele jaren later gevolgd door die in Marburg. Vanuit heel de wereld stromen studenten naar zijn colleges. Als in 1917 "Das Heilige" verschijnt, wordt het in het Frans, Engels, Italiaans, Nederlands, Spaans, Zweeds en Japans vertaald. Otto legt een verzameling objecten en cultische voorwerpen uit allerlei godsdiensten aan, die tegenwoordig nog als "Religionskundliche Sammlung" in Marburg te zien is. Mensen die hem ontmoetten, raakten van hem onder de indruk, "meer dan van zijn persoonlijkheid, van een eigenaardige macht en mysterie achter hem, alsof hij een andere wereld toebehoorde. Men voelde het, als hij zweeg", schrijft vergelijkend godsdiensthistoricus Rudolph Boeke. Ondanks alle ontmoetingen leidde Otto een eenzaam leven, op zijn wandelingen slechts vergezeld van zijn hond Flapp. Een enkele keer zong hij in zijn tegen de berg gebouwde woning een lied. Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Sprookje Er gaat een oud sprookje, dat in allerlei vormen bij veel volken voor komt. Hoofdmotief is het meisje dat of de jongen die alleen achter worden gelaten in een groot kasteel. Van alle kamers krijgt de sprookjesheld de sleutels in handen, op één kamer na. Lezing van "Das Heilige" bepaalt weer eens bij wat we al wisten, maar hier onnavolgbaar geformuleerd vinden: dat er een verborgen kamer is, waaromheen al het menselijk hopen en vrezen zich beweegt. Na lezing van het adembenemende "Das Heilige" blijf je als lezer verbaasd achter over Otto's diepzinnigheid en subtiele inzichten. Deze man brengt het denken voor een moment tot stilstand.NBC/BiblionRecensie door Drs. J. KleisenDit bewonderenswaardige boek is in godsdienstwetenschap en -filosofie nog altijd een topper. Hoewel het heilige ook rationele kanten heeft, zoekt Otto het meest eigene van het religieuze in de niet-rationele ervaring van 'het numineuze': in wat ons diep aangrijpt en ontroert zonder dat wij het nu direct kunnen benoemen. Vandaar het befaamde, door hem geijkte begrip 'mysterium tremendum et fascinosum': het mysterie dat ons doet huiveren en tegelijk ook fascineert, terwijl het zich onttrekt aan onze begrippen. In zijn onderzoek van het heilige, dat hij prachtig weet te verwoorden, betrekt hij behalve de bijbel en niet-christelijke godsdiensten ook poezie en kunsten als muziek. Wie zijn godsbegrip zoekt te verhelderen, kan niet om dit boek heen. Daniël Mok heeft de tweede druk uit 1963 van deze vertaling stilistisch gemoderniseerd en aan de oorspronkelijke vertaling soms bladzijdenlange, overigens op zich zinvolle, passages toegevoegd.