Onze titels

€ 22,50
Het boekje over het bewustzijn na de dood

De Duitse medicus, natuurkundige en filosoof (1801-1887) vat zijn filosofie van panpsychisme ('alles heeft bewustzijn') samen en legt uit hoe het bewustzijn de dood van het lichaam kan overleven.Het woord psyche, levenskracht of geest, heeft oude bronnen. In de zestiende eeuw werd psyche gekoppeld met logos, woord of studie. Zo ontstond psychologie, de wetenschap die bewustzijnsverschijnselen onderzoekt.De natuurkundige Gustav Fechner ontwikkelde in 1850 een wet over de relatie tussen geest en lichaam. Dit was van belang omdat de filosoof Emmanuel Kant had voorspeld dat de psychologie nooit een wetenschap kon worden omdat het onmogelijk zou zijn de processen experimenteel te meten.De bijdrage van de methode van Fechner was dat psychologie losstond van filosofische veranderingen, wetenschappelijk was en niets meer met ziel of geest te maken had. Alles was empirisch te verklaren.Het was William James die uit Fechners woorden een dubbel Leitmotiv distilleerde. Fechners bevindingen openden de deur voor de mogelijkheid van een wetenschappelijk kwantitatieve psychologie én een lans brak voor een even revolutionaire als visionaire metafysica. Als de relatie tussen de spirituele wereld en de wereld van natuurkundige verschijnselen in wiskundige termen te beschrijven valt, betoogde Fechner, dan betekent dit dat er tussen die twee werelden een rechtstreeks verband bestaat, waarbij het primaat aan de zijde van de spirituele wereld ligt. Dit was iets om over na te denken.De openingszin van het Boekje over het leven na de dood is opvallend voor de man van de empirische benadering: 'De mens leeft niet eenmaal op aarde, maar driemaal. In de eerste fase leeft de mens eenzaam in het duister. In de tweede leeft hij tussen anderen maar zonder relatie met hen. In het derde leven leeft hij waarlijk in gemeenschap.'Een ontwikkeling van lichaam naar ziel, naar geest, de drie fasen van de groei van het bewustzijn. Bij het sterven van het separate zelf, het ego, wordt de mens zich levend bewust van de omvang van de 'universele geest'.placido: De kunst om ijdel in dwaling en onrecht te volharden, noemt men leven. Wie dat eenmaal inziet, ziet het niet meer. Dat is de dood.goethe: Stirb und Werde - Sterf en kom tot leven.rudolf steiner: Wie het eigen wezen doodt, die leeft een eeuwig zijn.oftewel: Wie niet sterft voor hij sterft, gaat te gronde als hij sterft.Benedictijns Tijdschrift 2014/3Recensie door Frans BerkelmansTheo Fechner (1801-1887) was een spiritueel denker die vanuit de natuurkunde een brug wist te slaan naar de filosofie. Dit klassieke werkje, daterend uit 1836 en herdrukt in 1866 en 1887, verdient inderdaad hernieuwde aandacht, waarvoor Herman Groenewegen & Daniël Mok hun lezenswaardige motivatie schreven (blz. 74-119) en de inleiding van William James (1909) lieten vertalen (pp. 13-18).NBC|BiblionRecensie door Taede A. Smedes; philosopher of religion, theologianGustav Theodor Fechner (1801-1887), eerst opgeleid tot medicus, veranderde later naar natuur- en scheikunde en brak daarin door. Nadat hij in 1840 door een oogkwaal tijdelijk bijna blind werd, ging hij zich vanaf 1843 richten op filosofie en psychologie. Met zijn "psychofysica" waarin de samenhang van lichaam en geest bestudeerd werd, had hij invloed op o.a. William James en Gerardus Heymans. In het traktaatje over het leven na de dood uit 1836 (oorspronkelijk gepubliceerd onder het pseudoniem "Dr. Mises"; in 1866 opnieuw uitgegeven onder eigen naam) vat Fechner zijn ideeën over het kosmisch bewustzijn en het bestaan na de dood samen. Bewustzijn blijft ook na de dood bestaan. Vrij van beperkingen stroomt het zich uit in de natuur en beïnvloedt het de kosmos, die ten diepste ook uit bewustzijn bestaat. De doden beïnvloeden de levenden o.a. wanneer er aan hen gedacht wordt. Interessante lectuur, speculatief, esoterisch en dogmatisch. Leesbaar vertaald. Vergezeld van het voorwoord van James bij de Engelse vertaling, en een groot artikel van redacteur Daniël Mok en Herman Groenewegen.

€ 14,95
A. Roland Holst: een dichter aan zee

Jan van der Vegt: A. Roland Holst, een dichter aan zee. Een geschreven portret en een bloemlezing uit zijn gedichten A. Roland Holst (1888-1976), de 'prins der dichters' is een van de klassieken van de Nederlandse poëzie die het waard is gelezen te blijven. In deze bloemlezing zijn gedichten gekozen uit al zijn bundels. Ook die hij op hoge leeftijd schreef en waarin hij afrekende met zijn illusies. Gedichten als 'De ploeger' en 'Eens' ontbreken niet. Aan de bloemlezing gaat een geschreven portret vooraf van A. Roland Holst-biograaf Jan van der Vegt. Hij volgt de grote lijn van leven en werk van de dichter, schets zijn plaats in de Nederlandse letteren en geeft de ontwikkeling van zijn dichterschap en gedachtegoed weer.

€ 15,90
Religie als genade

Het meest opmerkelijke van dit boekje is dat het buiten elke theologie om uit een oorspronkelijke ervaring ontsproten lijkt te zijn. Het geschrift is, naast een getuigenis van een rechtstreekse ervaring, ook in een ander opzicht leerzaam: in de hier aangegeven momenten wordt een overgang naar de 'mystiek' aangetroffen. Wat is mystiek? Rudolf Otto heeft in Das Heilige proberen aan te tonen dat dit zo'n rijk geschakeerd fenomeen is, dat het vrijwel onmogelijk lijkt om er algemene kenmerken voor vast te stellen. De definitie van mystiek onttrekt zich aan begripsmatige precisie; haar wezen is alleen gevoelsmatig te begrijpen.

€ 22,50
Het boek van Tjentini

Het boek van Tjentini ontstond aan het hof van Soerakarta in het begin van de 19e eeuw. Het gedicht vertelt op surrealistische wijze het verhaal van de prinsen en de prinses van Giri die elkaar zijn kwijtgeraakt op hun vlucht nadat Giri is ingelijfd in opdracht van Sultan Agoeng.Dolend door de wouden en de steden van Java leren ze alle aardse en geestelijke wijsheid van Java kennen. Het boek van Tjentini is een erotisch spirituele zoektocht vol van echo's van het pre-islamitische boeddhistisch-hindoeïstische rijk en voert de dialoog tussen de religies met een onbevangen vrijmoedigheid. Die vrijmoedigheid vind je ook in de erotische passages en die, zo gaat het verhaal, van de hand zijn van prins Anom zelf. Het boek draagt eigenlijk de naam van de vrouwelijke hoofdpersoon, Tambangraras, die tijdens diens omzwervingen met de oudste prins van Giri is getrouwd. Ze gaat hem achterna wanneer hij vertrokken is om te zoeken naar zijn broer en zus. Maar de volksmond vernoemt het boek naar haar vertrouwelinge, Tjentini, de enige in het verhaal die zichzelf zo wegcijfert, dat ze aan het eind van het boek opgaat in 'moeksa', verlossing.mail van UtamiRecensie door Ayu Utami"Dit boek is de vrucht van de mystieke gemeenschap van zijn auteur met het belangrijkste klassieke geschrift van Java. Elisabeth D. Inandiak heeft de mythologische geschiedenis van Java naverteld in een taal die zowel begrijpelijk is voor het westen als voor de kinderen van de moderne tijd. Daarbij verliest ze de esoterische betekenis niet uit het oog. Trefzeker schuift ze het gordijn voor de innerlijke Javaanse wereld opzij. De boodschap van dit klassieke werk en van de vertelling van de schrijfster, die gaat over de spanning en het syncretisme tussen de lokale spiritualiteit en het monotheïsme, is van grote waarde voor de wereld in onze huidige tijd. Inandiak is weliswaar niet geheel trouw aan de oorspronkelijke tekst, maar dat maakt juist de authenticiteit uit van haar eigen werk. Bood in de 19e eeuw Pakubuwono VII het boek van Tjentini ten geschenke aan de Nederlandse koning, zo offreert nu Elisabeth Inandiak haar meest intieme liefde aan de wereld."

€ 27,50
Geschiedenis van de westerse astrologie

De astrologie behoort tot de oudste wetenschappen van de mensheid. Ze speelde niet alleen in de grote vroege beschavingen maar ook in de Europese cultuurgeschiedenis een belangrijke rol. Ze oefende invloed uit op de ontwikkeling van de natuurwetenschappen te beginnen met astronomie, natuurkunde en scheikunde. Ze werd verwerkt in filosofie en godsdienst en gaf de doorslag bij politieke beslissingen met verregaande consequenties. Kocku von Stuckrad beheerst de kunst deze verschillende aspecten te bundelen in een totaaloverzicht en laat zo de betekenis zien van een stroming binnen de Europese geschiedenis van wetenschap en cultuur die dikwijls is verwaarloosd en die men doorgaans slechts met enige smetvrees benadert. Dit duidelijk geordende en zeer informatieve boek is in de eerste plaats een eerste klas inleiding tot de systemen van astrologische interpretatie. Het gaat vergezeld van een woordenlijst met uitleg van de belangrijkste begrippen. Dit boek is een 'must' voor iedereen die zich interesseert voor de geschiedenis en voor de huidige praktijk van de astrologie ? om het even of men al dan niet zelf speurt naar de wisselwerking tussen het hemelse en het aardse.Süddetsche ZeitungRecensieDit invoelende boek is een goede introductie tot de geschiedenis van een oeroud cultuurfenomeen en geeft inzicht in het astrologische gedachtegoed.

€ 19,90
Edmund Husserl

Edmund Husserl (1859-1938) is een van de meest invloedrijke filosofen ooit en grondlegger van de fenomenologie. Alles wat wij door middel van ons bewustzijn kunnen kennen - denkend, ervarend, voorstellend of waarderend - heeft Husserl 'fenomenen' genoemd. Fenomenologie is bij hem een wezensleer van het bewustzijn en zijn objecten. Het is een stroming die ook in de pedagogiek, psychologie en sociologie ingang heeft gevonden.De fenomenologie, de leer der verschijnselen, staat tussen de vermelding van een chaotisch aantal feiten en de doorgevoerde abstractie van een alomvattend waardeoordeel in. Zij probeert structuren te zien in de verwarrende berichtenstroom, maar stelt het oordeel nog even uit. Er moet ruimte komen voordat de beslissingen vallen. Fenomenologie kan de wetenschap van het tussenrijk genoemd worden want zij voert een rechtmatig interregnum. Nadat de gegevens zijn samengebracht en voordat de systematische ordening en definitieve beslissingen kunnen inzetten, komt haar de leiding toe in de geestelijke bezinning. Zij leeft tussen de empirische werkelijkheid en de waarheidsvraag.Fenomenologie wil niet oordelen, interpreteren of vertalen, maar begrijpen. Fenomenologie is de wetenschap van het zuivere bewustzijn. Het is een denken zonder vooroordelen dat verschijnselen en mensen in hun eigenwaarde tot hun recht wil laten komen. Het is een zuivere benadering, van mens tot mens, van geest tot geest.Zelden beperken wij ons ertoe om de verschijnselen waar te nemen zonder in te grijpen. Wij hebben de neiging om actief op te treden en te gaan experimenteren. We veranderen de biotische omstandigheden en dan mag de vraag gesteld worden in hoeverre we uit de zo verkregen data conclusies mogen trekken over het verloop dat de verschijnselen gehad zouden hebben, als wij er ons er níet mee hadden bemoeid. Omringd door een kunstmatige wereld is de onbevangen kijk, waarmee de archaïsche mens de natuur aanschouwde, uit het zicht verdwenen.Die WeltRecensie door Johanna Schmeller"Die Auseinandersetzung mit dem peinlich sauber formulierten Quer- und Neudenker, der in Halle, Göttingen und Freiburg lehrte und gemäß dieser Biografie einen altmodischen Lebensstil beibehielt, lohnt. Die Darstellung der Münchner Philosophin Verena Mayer kondensiert Husserls Werk überzeugend." Johanna Schmeller, Die Welt, 25. April 2009

€ 19,90
Het boek van de thee

Hét klassieke boekje over de geschiedenis, de kunst en de sfeer van het theedrinken.Thee is onlosmakelijk verbonden met de oosterse cultuur en filosofie, die op hun beurt schatplichtig zijn aan de ethisch-religieuze waarden van boeddhisme, daoïsme en confucianisme. Overal, van architectuur tot bloemschikken klinkt het schoonheidsideaal van Zen door. De auteur schrijft over de liefde voor het eenvoudige en het belang van oprechte aandacht.6e druk, nieuwe vertaling voorjaar 2015

€ 4,95
Rudolf Otto - E-book

Vijfenzeventig jaar geleden overleed Rudolf Otto na een dramatische val van de toren van Stauffenberg. Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door een tropische ziekte, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een gewelddadig einde aan het bewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto. We maken kennis met hoogbegaafde jonge Rudolf die, kampend met concentratieproblemen en zoekend naar 'de waarheid', de eerste jaren van zijn studie 'verdoet' met bijvakken als muziek- en kunstgeschiedenis, om uiteindelijk, na een 'vriendelijk advies' van zijn notoir anti-semitische professor Oriëntaalse talen in Göttingen De Lagarde, zich te concentreren op de examenvakken filosofie en godgeleerdheid. In een openhartige 'smeekbrief' vraagt hij toestemming om op korte termijn examen te mogen doen. Zeven jaar later promoveert hij en wordt privaatdocent. Een productieve tijd breekt aan. Otto verzorgt een uitgave naar de eerste druk van Friedrich Schleiermachers beroemde 'Redevoeringen over de religie' dat honderd jaar eerder was verschenen als reactie op de rationalistische tendensen van zijn tijd. Otto maakt in die tijd kennis met de historicus en latere Nobelprijswinnaar Nathan Søderblom aan wie hij altijd schatplichtig zal blijven. De kritisch-historische en godsdienstwetenschappelijke houding van Otto brengt hem in conflict met de Kerk en is een obstakel voor zijn academische carrière. Filosofie en natuurkunde staan in het middelpunt van Otto's belangstelling. Het vertaalt, onder pseudoniem, natuurkundige werken. De tegenwerking die Otto ondervond door zijn eigenzinnige houding leiden tot een persoonlijke crisis. Het is Ernst Troeltsch die hem voorhoudt vooral zichzelf te blijven, niet in paniek te raken en door te gaan doen wat hij zelf belangrijk vindt. In 1917 publiceert Otto 'Das Heilige', het boek dat hem in een klap wereldberoemd maakt. Zijn college's worden drukbezocht, om de paar maanden verschijnt er een nieuwe druk en de Engelse vertaling wordt juichend ontvangen. Met de aanstelling van Rudolf Bultmann en Martin Heidegger verschoof de belangstelling voor de liberaal-systematische theologie naar de dialectische richting. De studenten verlieten Otto en een paar jaar later ging Otto teleurgesteld met vervroegd emeritaat. In zijn laatste levensjaren hield Otto zich vooral bezig met de ethiek. Hoewel Rudolf Otto vele mensen ontmoette, leidde hij een eenzaam leven, zijn kleine hond was zijn enige metgezel op zijn wandelingen; de ernst nam met de jaren toe. Zijn zwakke gezondheid en de malaria sloopten zijn gestel. De zelfmoord van zijn joodse vriend Hermann Jacobsohn, als gevolg van de politieke ontwikkelingen in Duitsland, had hem diep getroffen, temeer omdat hij niet in staat was Jacobsohns zoon te adopteren. In oktober 1936 viel hij van een toren in Stauffenberg in de omgeving van Marburg. Over de omstandigheden is weinig bekend. Zijn zuster Johanne Ottmer schreef in december: 'Rudolf heeft veel hoofdpijn, zodat hij vaak moeite heeft om samenhangend te denken; depressies zijn ook weer komen opzetten... Hij huilt vaker.' Na een verdrietig verblijf in een psychiatrisch ziekenhuis stierf hij tenslotte op 6 maart 1937 aan een longontsteking. Zijn dodenmasker, afgenomen door de beeldhouwer Reinhard Paffrath in Marburg, ademt een weidse vrede, een stille verhevenheid. Ook zijn graf, hoog op de berg, vanwaar men ver uitziet, is passend voor deze persoon, wiens geest boven het aardse uitrees.

€ 19,90
Rudolf Otto, biografie

Vijfenzeventig jaar geleden stierf Rudolf Otto na een leven dat gekenmerkt wordt door triomf en tragiek. Verslaafd aan morfine, depressief en gesloopt door malaria kwam er een tragisch einde aan het veelbewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.Vier jaar lang incasseert de fijngevoelige Rudolf Otto het getreiter van Rudolf Bultmann en de hypocrisie van Martin Heidegger. Met het aanzwellen van het laarzen­gestamp wordt Otto steeds melancholieker. Op een herfstdag in 1936 begint hij aan zijn laatste, eenzame tocht naar de spookachtige ruines van Burg Staufenberg.NBC/Biblion, LeidschendamRecensie'Het boek bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van de briljante geleerde R. Otto (1869-1937). Hij was hoogleraar in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevingsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is Das Heilige (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na dit boek heeft hij vele reizen naar Azië gemaakt om de godsdiensten daar te bestuderen. Hij hield vast aan zijn christelijk geloof, maar erkende de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Het heilige komt volgens Otto niet uit de mens voort en veroorzaakt een numineuze ervaring, schrikwekkend zodanig dat een mens door huivering bevangen wordt, maar dit wel beleeft als een positieve ervaring. De naam ervoor is mysterium tremendum'. Otto beschrijft het als verschijnsel, waarom hij tot de fenomenologen wordt gerekend. Wie Das Heilige nooit heeft gelezen, kan door dit boek toch een goede indruk krijgen van de inhoud en de waarde ervan, alsmede van het leven van Otto zelf.' NBC/Biblion, LeidschendamUitgeverij AbraxasRecensie door Julia Boulanger'Deze biografie werpt een nieuw licht op de relatie tussen Martin Heidegger en Rudolf Otto. Ondersteund door citaten van verschillende filosofen van naam wordt voor het eerst duidelijk hoe door het dominante gedrag van Heidegger (ondersteund door Rudolf Bultmann) de mede door Otto geïnitieerde godsdienstwetenschap de nek om wordt gedraaid. Door een vergelijking van beider ethische grondhouding wordt voor het eerst duidelijk hoe het komt dat Heidegger op grond van zijn filosofische ideeën de kant van het Hitler-regime kiest en hoe rücksichtslos hij zijn ethische houding toepast op zijn filosofische en persoonlijke relaties. Los van het feit dat Heidegger door zijn optreden de oorzaak was van Otto's door teleurstelling ingegeven verzoek tot vervroegd emiraat is het belang van dit relaas vooral gelegen in de feiten van de door filosofie ingegeven levenshouding van Heidegger. Gezien de statuur van deze filosoof is het wetenschappelijk relevant dat deze 'Marburgse feiten' nu onderbouwd gepubliceerd zijn. De ethische grondhouding van Otto laat zien dat zijn houding tot volstrekt andere keuzes leidt. Dat Otto in de periode tussen 1930 en 1937 met zijn filosofie het onderspit moest delven is vanuit politiek oogpunt meteen helder. Dat zijn 'val' werd ondersteund door de regressieve filosofie en handelswijze van een van de grootste denkers ooit, heeft verregaande consequenties voor de beoordeling van Heideggers gedachtegoed.' Met bijdragen van Ger Groot en J.-J. Suurmond. Het mag dan een kleine biografie zijn, het is wel de meest complete die er momenteel mondiaal beschikbaar is. Ondanks het gegeven dat het om een Nederlandse tekst gaat (de onderhandelingen voor een Duitse en Engelse vertaling zijn nog gaande) speelt deze uitgave een rol op het internationale Rudolf Otto-congres in Marburg. (rudolf-otto.com)ReflectieRecensie door Aat-Lambèrt de KwantAat-Lambèrt de Kwant Rudolf Otto Het kwetsbare leven Biografie Abraxas 2012 Vijfenzeventig jaar geleden overleed na een dramatische val van de toren van Stauffenberg Rudolf Otto (1869-1937). Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door malaria, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een einde aan het bewogen leven van deze Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto. In deze rubriek aandacht voor deze boeiende theoloog, die wat eigen ervaring en kwetsbaarheid betreft, zijn tijd vooruit was. 'Het kwetsbare leven' bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van alto, die hoogleraar was in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevinqsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is 'Das Heilige' (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na de verschijning hiervan maakte hij vele reizen naar Azië om daar de godsdiensten te bestuderen. Hoewel zijn christelijke achtergrond een belangrijke rol bleef spelen, erkende hij ook de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Zijn intense zoektocht naar criteria voor religieuze waarachtigheid, en zijn voortschrijdende inzichten over de wisselwerking tussen de rationele en niet-rationele elementen in de religie, is kenmerkend voor zijn oeuvre. Hij introduceerde begrippen die later hun weg gevonden hebben in allerlei domeinen. Naast de theologie en religiewetenschap geldt dit ondermeer voor literatuur, kunst en psychologie, zoals bijvoorbeeld bij Jung. Voor wie Otto een onbekende is, krijgt door dit boek toch een duidelijk beeld van wie Rudolf Otto was, alsook een beeld van zijn grote betekenis.

€ 5,00
Kemphanen - E-book

Peter was de man die de chemische wapens voor Saddam maakte en er schatrijk mee werd. Peters broer Harry bouwde op basis van corruptie, afpersing en intimidatie aan een megaconcern dat hij onder vage omstandigheden verkocht. Peter vindt een uniek wapen uit dat als het in verkeerde handen valt een nieuwe golf van terrorisme teweeg kan brengen die zijn gelijke niet kent. De broers beginnen een moordspel. Uit verveling, vanwege geld en vooral om het wapen te verkopen. De politie tast aanvankelijk in het duister maar krijgt hulp uit onverwachte hoek. Maar of ze daar blij mee zijn...

€ 10,00
Het heilige - E-book

AWE Het Engelse woord is moeilijk te vertalen. Ontzag, eerbied, vrees - maar dat is het toch niet. Huiver, geen goed Nederlands woord, komt het dichtst bij de betekenis van awe. Awe, men moet naar dit woord luisteren. Rudolf Otto maakte in zijn befaamde boek Das Heilige de woorden numineus en het numineuze, als hij 'die eigentümliche Kategorie des Heiligen' wenst te benoemen. Hij heeft het woord afgeleid van numen, dat wenk betekent: gebiedende knik. In het verlengde daarvan: goddelijk bevel, goddelijke macht. Wij kennen het allen. Niet alleen en zelfs niet allereerst in verband met een kerk of een tempel. Een landschap kan numineus zijn. Een bosrand in de lichte nevel van een herfstavond. De woestijn! Wie de Dode Zee ziet met haar loden water, met de uitgemergelde rotsen aan deze en aan de overzijde van het meer, met de enkele, haast onmogelijke oase, kan vermoeden dat het land daar, hoe anders het wellicht vroeger heeft geleken, eremieten herbergde, profeten voortbracht, en tot de vreemdste bespiegelingen aanleiding gaf. Daar, in de aanwezigheid van awe, van numen, begint elk geloof. Geen mens zou ertoe komen een tempel, een kapel, een kerk te bouwen wanneer de aarde niet verschillend bedeeld was met numen. Waar overvloed bestond van dat numen, daar werd het heiligdom gebouwd.