Onze titels

€ 19,90
Rudolf Otto, biografie

Vijfenzeventig jaar geleden stierf Rudolf Otto na een leven dat gekenmerkt wordt door triomf en tragiek. Verslaafd aan morfine, depressief en gesloopt door malaria kwam er een tragisch einde aan het veelbewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.Vier jaar lang incasseert de fijngevoelige Rudolf Otto het getreiter van Rudolf Bultmann en de hypocrisie van Martin Heidegger. Met het aanzwellen van het laarzen­gestamp wordt Otto steeds melancholieker. Op een herfstdag in 1936 begint hij aan zijn laatste, eenzame tocht naar de spookachtige ruines van Burg Staufenberg.NBC/Biblion, LeidschendamRecensie'Het boek bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van de briljante geleerde R. Otto (1869-1937). Hij was hoogleraar in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevingsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is Das Heilige (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na dit boek heeft hij vele reizen naar Azië gemaakt om de godsdiensten daar te bestuderen. Hij hield vast aan zijn christelijk geloof, maar erkende de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Het heilige komt volgens Otto niet uit de mens voort en veroorzaakt een numineuze ervaring, schrikwekkend zodanig dat een mens door huivering bevangen wordt, maar dit wel beleeft als een positieve ervaring. De naam ervoor is mysterium tremendum'. Otto beschrijft het als verschijnsel, waarom hij tot de fenomenologen wordt gerekend. Wie Das Heilige nooit heeft gelezen, kan door dit boek toch een goede indruk krijgen van de inhoud en de waarde ervan, alsmede van het leven van Otto zelf.' NBC/Biblion, LeidschendamUitgeverij AbraxasRecensie door Julia Boulanger'Deze biografie werpt een nieuw licht op de relatie tussen Martin Heidegger en Rudolf Otto. Ondersteund door citaten van verschillende filosofen van naam wordt voor het eerst duidelijk hoe door het dominante gedrag van Heidegger (ondersteund door Rudolf Bultmann) de mede door Otto geïnitieerde godsdienstwetenschap de nek om wordt gedraaid. Door een vergelijking van beider ethische grondhouding wordt voor het eerst duidelijk hoe het komt dat Heidegger op grond van zijn filosofische ideeën de kant van het Hitler-regime kiest en hoe rücksichtslos hij zijn ethische houding toepast op zijn filosofische en persoonlijke relaties. Los van het feit dat Heidegger door zijn optreden de oorzaak was van Otto's door teleurstelling ingegeven verzoek tot vervroegd emiraat is het belang van dit relaas vooral gelegen in de feiten van de door filosofie ingegeven levenshouding van Heidegger. Gezien de statuur van deze filosoof is het wetenschappelijk relevant dat deze 'Marburgse feiten' nu onderbouwd gepubliceerd zijn. De ethische grondhouding van Otto laat zien dat zijn houding tot volstrekt andere keuzes leidt. Dat Otto in de periode tussen 1930 en 1937 met zijn filosofie het onderspit moest delven is vanuit politiek oogpunt meteen helder. Dat zijn 'val' werd ondersteund door de regressieve filosofie en handelswijze van een van de grootste denkers ooit, heeft verregaande consequenties voor de beoordeling van Heideggers gedachtegoed.' Met bijdragen van Ger Groot en J.-J. Suurmond. Het mag dan een kleine biografie zijn, het is wel de meest complete die er momenteel mondiaal beschikbaar is. Ondanks het gegeven dat het om een Nederlandse tekst gaat (de onderhandelingen voor een Duitse en Engelse vertaling zijn nog gaande) speelt deze uitgave een rol op het internationale Rudolf Otto-congres in Marburg. (rudolf-otto.com)ReflectieRecensie door Aat-Lambèrt de KwantAat-Lambèrt de Kwant Rudolf Otto Het kwetsbare leven Biografie Abraxas 2012 Vijfenzeventig jaar geleden overleed na een dramatische val van de toren van Stauffenberg Rudolf Otto (1869-1937). Verslaafd aan morfine, zwaar depressief en gesloopt door malaria, opgelopen tijdens een van zijn vele reizen, kwam er een einde aan het bewogen leven van deze Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto. In deze rubriek aandacht voor deze boeiende theoloog, die wat eigen ervaring en kwetsbaarheid betreft, zijn tijd vooruit was. 'Het kwetsbare leven' bevat een aantal documenten en artikelen over leven en werk van alto, die hoogleraar was in de systematische theologie aan een aantal Duitse universiteiten, waaronder Marburg. Naast de theologie van Barth, die weinig of geen belevinqsaspecten toelaat, plaatst Otto de metafysische beleving die hij volledig erkent en nauwgezet beschrijft. Zijn standaardwerk is 'Das Heilige' (1917), dat als misschien het beste theologische boek uit de twintigste eeuw wordt beschouwd. Na de verschijning hiervan maakte hij vele reizen naar Azië om daar de godsdiensten te bestuderen. Hoewel zijn christelijke achtergrond een belangrijke rol bleef spelen, erkende hij ook de andere godsdiensten als gelijkwaardig. Zijn intense zoektocht naar criteria voor religieuze waarachtigheid, en zijn voortschrijdende inzichten over de wisselwerking tussen de rationele en niet-rationele elementen in de religie, is kenmerkend voor zijn oeuvre. Hij introduceerde begrippen die later hun weg gevonden hebben in allerlei domeinen. Naast de theologie en religiewetenschap geldt dit ondermeer voor literatuur, kunst en psychologie, zoals bijvoorbeeld bij Jung. Voor wie Otto een onbekende is, krijgt door dit boek toch een duidelijk beeld van wie Rudolf Otto was, alsook een beeld van zijn grote betekenis.

€ 27,50
Wat zal men doen?

Stern interpreteert in Deel I de geschiedenis als door vrijheid tenderend tot het inzicht in en respect voor een menselijke waardigheid die onschendbaar is zelf ten overstaan van een 'heilig mysterie'. Met Girard en Bonhoeffer traceert hij dit etnisch besef met name in de bijbelse traditie. Het openbaart zich in de omvattende modaliteit van het 'denken' en vindt in onze tijd zijn voornaamste uitdrukking in de 'verklaring van de rechten van de mens.'[Macht, recht en vrijheid vormen de belangrijkste thema's van het tweede deel van Sterns mensenrechten filosofie. In tegenstelling tot veel denkers ziet Stern geen spanning tussen macht enerzijds en recht en vrijheid anderzijds. Macht ontstaat wanneer mensen in vrijheid hun krachten bundelen om recht te bewerkstelligen. Ze is een positief te waarderen kwaliteit die het leven kan kenmerken en contrasteert niet met vrijheid maar met machteloosheid. De onderdrukkende macht die politici uitoefenen is geen macht maar een misbruik van de aan hen (door mensen) verleende autoriteit. Dat laatste is een politieke notie, macht een sociale. Hier kiest Stern met o.a. Hannah Arendt partij tegen grote namen als die van Bertrand Russel. 'Auctoritas in senatu, potestas in populo', zeiden de Romeinen al (gezag bij de senaat, de macht bij het volk).]{Op termijn zullen beide delen gezamenlijk worden uitgebracht met een omvang van 574 pagina's. In het inkijkbestand zijn beide delen reeds samengevoegd.)Biblion|NBDRecensie door Mr. dr. D.P. EngbertsDecennia lang vervulde de theoloog Ernst Stern (geb. 1926) een rol in de (internationale) kerkelijke vredesbeweging. Tegendraads, gepassioneerd en vasthoudend was hij door de jaren heen. Nu presenteert hij in twee kloeke delen een stortvloed aan geleerdheid op theologisch, filosofisch, politiek en cultuurhistorisch terrein, doorweven met principiële stellingnames in actuele kwesties. Ook in dit werk is hij geïnspireerd door zo verschillende denkers als Dietrich Bonhoeffer en de gereformeerde filosoof Herman Dooyeweerd, schoonvader van de auteur. Het is een curieus en tumultueus werk geworden waarin de denkdiscipline van Dooyeweerd wordt verbonden met de anarchistisch-pacifistische linkerflank van de politiek en met de herijking van de bijbellezing en -uitleg zoals die o.m. plaatsvindt in de Amsterdamse School. Bovendien heeft het werk uitgesproken autobiografische aspecten. Het is niet een werk voor een brede doelgroep, maar wel een werk om lang te bewaren.

€ 5,00
Kemphanen - E-book

Peter was de man die de chemische wapens voor Saddam maakte en er schatrijk mee werd. Peters broer Harry bouwde op basis van corruptie, afpersing en intimidatie aan een megaconcern dat hij onder vage omstandigheden verkocht. Peter vindt een uniek wapen uit dat als het in verkeerde handen valt een nieuwe golf van terrorisme teweeg kan brengen die zijn gelijke niet kent. De broers beginnen een moordspel. Uit verveling, vanwege geld en vooral om het wapen te verkopen. De politie tast aanvankelijk in het duister maar krijgt hulp uit onverwachte hoek. Maar of ze daar blij mee zijn...

€ 10,00
Het heilige - E-book

AWE Het Engelse woord is moeilijk te vertalen. Ontzag, eerbied, vrees - maar dat is het toch niet. Huiver, geen goed Nederlands woord, komt het dichtst bij de betekenis van awe. Awe, men moet naar dit woord luisteren. Rudolf Otto maakte in zijn befaamde boek Das Heilige de woorden numineus en het numineuze, als hij 'die eigentümliche Kategorie des Heiligen' wenst te benoemen. Hij heeft het woord afgeleid van numen, dat wenk betekent: gebiedende knik. In het verlengde daarvan: goddelijk bevel, goddelijke macht. Wij kennen het allen. Niet alleen en zelfs niet allereerst in verband met een kerk of een tempel. Een landschap kan numineus zijn. Een bosrand in de lichte nevel van een herfstavond. De woestijn! Wie de Dode Zee ziet met haar loden water, met de uitgemergelde rotsen aan deze en aan de overzijde van het meer, met de enkele, haast onmogelijke oase, kan vermoeden dat het land daar, hoe anders het wellicht vroeger heeft geleken, eremieten herbergde, profeten voortbracht, en tot de vreemdste bespiegelingen aanleiding gaf. Daar, in de aanwezigheid van awe, van numen, begint elk geloof. Geen mens zou ertoe komen een tempel, een kapel, een kerk te bouwen wanneer de aarde niet verschillend bedeeld was met numen. Waar overvloed bestond van dat numen, daar werd het heiligdom gebouwd.

€ 16,90
De onsterfelijkheid van het bewustzijn

Volgens William James heeft onze hedendaagse cultuur een probleem met denken over leven na de dood.Allerlei populair-wetenschappelijke werkjes beweren keer op keer dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van de werking van de hersenen. Hoe is het dan mogelijk dat die functie blijft bestaan, nadat dit orgaan niet meer bestaat? Hij poneert dan de volgende stelling:Het denken is een functie van de hersenen.De vraag is dan, dwingt deze theorie ons werkelijk het geloof in onsterfelijkheid op te geven? Moet ze echt het logische denken volgen en de hoop op een hiernamaals opgeven voor de plicht om alle consequenties van een wetenschappelijke waarheid te aanvaarden?'Ja', zullen de meeste mensen zeggen. 'Nee', zegt William James, 'stoom is toch ook niet het ultieme doel van de fluitketel?'Met grandeur, humor en milde ironie presenteert de filosoof William James twee bezwaren tegen de stelling dat 'hersenen slechts een productieve functie hebben'.Het is fascinerend hoe James' ideeën aansluiten bij een aantal hedendaagse gedachten over het 'hiernamaals'. Het is deze actualiteit die dit scherpzinnige betoog de lof toekent van een kleine klassieker.Weblog over geloof en wetenschapRecensie door Dr. Taede A. SmedesOnlangs las ik een beroemd essay van William James (1842-1910): "Human Immortality: Two Supposed Objections to the Doctrine". Een werkelijk prachtig stukje werk, waarin hij een zeer originele bijdrage levert aan het hele debat over de mogelijkheid of onmogelijkheid van een onsterfelijke ziel. Het essay is feitelijk een lezing die James hield. De lezing begint dan ook met wat informeel blabla, maar dan komt James los. Hij stelt dat onze moderne cultuur een probleem heeft met het denken over a life hereafter. Het probleem is dat door fysiologen en in veel populaire wetenschappelijke werken en tijdschriften voortdurend wordt gesteld dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van hersenprocessen. Hoe kunnen we nog in een leven na de dood geloven als we naar menselijke gedragingen kijken, dan zien we dat menselijk bewustzijn sterk verbonden lijkt met hersenfenomenen. We weten dat bepaalde gebieden in de hersenen betrokken zijn bij zien, horen, spreken, etc. Dit leidt tot de centrale formule die James opstelt: Thought is a function of the brain. En hij vraagt het publiek (en daarmee de lezer) om deze formule uiterst serieus te nemen. De vraag die vervolgens echter rijst is, of deze formule logically compelling is om het geloof in onsterfelijkheid overboord te gooien. De meeste mensen, zo zegt James (en we kunnen het hem nog steeds nazeggen), zouden hier volmondig 'ja' op antwoorden. Ja, we moeten geloof in onsterfelijkheid overboord gooien als onze geestelijke vermogens te herleiden zouden zijn tot louter hersenprocessen. James echter meent dat het fout is en dat de formule in strict logic no deterrent power heeft. Het eerste punt is dat we veelal geneigd zijn om de relatie tussen onze geestelijke vermogens en het brein strikt te bekijken vanuit het perspectief van slechts één functionele afhankelijkheid, namelijk die van productie: dat denken een functie van het brein is, wordt equivalent gedacht aan uitspraken als "stoom is de functie van een waterkoker" of "licht is een functie van het electrische circuit" of "electriciteit is een functie van de waterval". De functie is in al deze voorbeelden productief: het een brengt het ander voort. En ja, als het orgaan wat de functie produceert ermee ophoudt, zodat de productie niet langer kan doorgaan, then the soul must surely die. Such a conclusion as this is indeed inevitable from that particular conception of the facts. James' these nu is dat when we think of the law that thought is a function of the brain, we are not required to think of productive function only; we are entitled also to consider permissive or transmissive function. Maar op wat voor manier moeten we ons die doorgevende functie van het brein voorstellen? Stel, zegt James, dat er onder de zichtbare werkelijkheid nog een onzichtbare werkelijkheid is, en dat onze zichtbare werkelijkheid slechts een vernislaagje is dat die andere wereld verbergt en terughoudt. En stel verder dat af en toe dat vernislaagje wat dunner wordt en iets van de stralen van die andere werkelijkheid doorlaat. These beams would be so many finite rays, so to speak, of consciousness, and they would vary in quantity and quality as the opacity varied in degree. Onze hersenen functioneren dus als een soort tv-toestel of radio dat signalen opvangt, filtert en omzet, en vervolgens in andere vorm (nl. beeld en/of geluid) doorgeeft. Ons bewustzijn is datgene wat wordt doorgegeven. Je ziet dus, zegt James, dat het materialisme een heel eenzijdige benadering van het woord "functie" heeft. En het zou wel van een zekere irrationaliteit getuigen als we een alternatief voor de materialistische visie moedwillig zouden negeren. Maar is deze visie dan niet strijdig met de wetenschap? Nee, zegt James, want als je goed kijkt naar de wetenschappelijke data, dan zie je dat die slechts kan aantonen dat bewustzijn vergezeld gaat van hersenactiviteiten en vice versa. Er is dus sprake van bare concomitant variation. Als de hersenactiviteit verandert, verandert de bewustzijnstoestand - maar opnieuw, impliceert dit logisch noodzakelijk dat de bewustzijnstoestand voortkomt uit, geproduceerd wordt door de hersenactiviteit? Nee dus. We zien slechts beide samen voorkomen, maar dat impliceert niet met logische noodzakelijkheid dat het een uit het ander voortkomt. Hier zien we dus dat James Hume's ideeën over causaliteit goed bestudeerd heeft. Bovendien, zegt James, kun je altijd een hersenwetenschapper de vraag stellen hoe die productie van bewustzijn door hersenactiviteit in zijn werk gaat. Je zult zien dat een hersenwetenschapper dan met de mond vol tanden staat. Maar hoe zit het nu met onsterfelijkheid? De transmissie-idee veronderstelt dat er altijd een "bewustzijnswerkelijkheid" is die achter of onder onze waarneembare werkelijkheid schuilgaat, en dat menselijke hersenen die werkelijkheid filteren en doorlaten, zodat iets ervan in onze werkelijkheid zichtbaar is namelijk als bewustzijn en levenskracht. Als onze hersenen echter defect raken of zelfs sterven, dan zal die bewustzijnswerkelijkheid zelf natuurlijk niet verdwijnen. De signalen zullen dan vervormd worden en wellicht zal ons bewustzijn verdwijnen (in de zin van niet meer zichtbaar zijn voor anderen). Maar de bewustzijnswerkelijkheid zelf blijft. Maar moeten we ervan uitgaan dat er slechts één bewustzijn is? Zou het niet zo kunnen zijn dat er verschillende "bewustzijnen" zijn, misschien net zoveel als er levende dingen zijn? Hier lijkt James een link te leggen met Aristoteles' idee van de ziel als de vorm van levende wezens. Want inderdaad, zegt James, hoewel wij altijd naar eenvoud streven, is het niet uit te sluiten dat er net zoveel bewustzijnen zijn als dat er levende wezens zijn. En dat, bovendien, al die bewustzijnen overleven na de dood. En dat geldt niet alleen voor mensen en dieren, maar - conform Aristoteles - voor alle levende dingen. Wie weet bestaat het bewustzijn van elk levend wezen wat ooit geleefd heeft nog steeds, hoewel we het niet kunnen waarnemen. Ergo, concludeert James, For my own part, then, so far as logic goes, I am willing that every leaf that ever grew in this world's forests and rustled in the breeze should become immortal. It is purely a question of fact: are the leaves so, or not? Abstract quantity, and the abstract needlessness in our eyes of so much reduplication of things so much alike, have no connection with the subject. For bigness and number and generic similarity are only manners of our finite way of thinking; and, considered in itself and apart from our imagination, one scale of dimensions and of numbers for the Universe is no more miraculous or inconceivable than another, the moment you grant to a universe the liberty to be at all, in place of the Non-entity that might conceivably have reigned. Het denken over de relatie tussen hersenen en de ziel in termen van transmissie, is een mogelijkheid die we niet kunnen uitsluiten, zegt James. Dat wel doen would be letting blindness lay down the law to sight. Ik heb hier slechts een fractie van de boeiende gedachtestrengen van James weergegeven - het loont werkelijk het hele essay zelf te lezen. Het interessante en actuele aan dit essay van James is bovendien, dat het zeer dicht in de buurt komt bij (door wetenschappers omstreden) ideeën die door bijvoorbeeld Pim van Lommel en Dick Mesland worden besproken.

€ 19,95
De Yogasoetra van Patanjali

Samenvatting: Vertaling van een van de belangrijkste yogateksten; het kritisch commentaar belicht de context en de filosofische samenhang.Recensie:Uitdagende - soms gewaagde - vertaling van de belangrijkste yoga-tekst (4e eeuw v.Chr.).Het Sanskrit lijkt vrij van religieuze beïnvloeding vertaald te zijn, maar behoeft soms correctie. De uitgebreide inleiding en de commentaren en inleidingen bij ieder hoofdstuk verklaren de tekst, bieden analyses van de historische en religieuze context van de sutra's en belichten hun filosofische achtergrond. De tegenover elkaar afgedrukte getranscribeerde Sanskrit-tekst en de vertaling bevorderen de vergelijkingsmogelijkheid en leesbaarheid. Een Sanskrit-termenlijst en een index op de filosofische begrippen hadden de toegankelijkheid nog vergroot! De auteur, Oost-Westfilosoof, laat zich al jaren kennen als een origineel onderzoeker van de Indiase cultuur. Ondanks enkele verrassende misvattingen en -spellingen prikkelt dit boek tot nadenken en discussie, op zichzelf al een enorme verdienste. Voor kritische yoga-geïnteresseerden!

€ 12,50
Een wijze uit het westen - E-book

'Een wijze uit het westen' vormt de opmaat tot de nieuwe druk van de Nederlandse vertaling van Rudolf Otto's meesterwerk 'Het heilige'. Dit boek geeft over tijdloze begrippen gevoelens weer uit een levensbeschouwelijk bontgekleurde samenleving. Rudolf Otto en zijn beeld van het heilige staan centraal in deze rijke schakering. Otto inspireerde velen tot het beschrijven van hun relatie met de grootste geheimenis van ons bestaan en de uitingen daarvan in opvoeding, onderwijs, kunst, geloofsbeleving of levensovertuiging. Hun beschouwingen over het mysterium tremendum & fascinans met zijn vele nuanceringen zijn in dit boek gebundeld. Deze keuze vormt de opmaat tot de derde Nederlandse druk van Rudolf Otto's boek 'Het heilige'. Met wetenschappelijke precisie en een fijnzinnig gevoel voor 'alles wat leeft en beeft' overuigt Rudolf Otto de lezer ervan dat hij de ontsluiering van het fascinerende maar ijzingwekkende mysterie met een gerust hart aan zijn gevoel kan overlaten. Dan wordt de ontmoeting met het heilige concreter en werpt het zijn vruchten af in de ontmoeting met de ander. In 'Een wijze uit het westen' komen godsdienstwetenschappers en theologen, maar ook psychologen, pedagogen, psychiaters en literatoren aan het woord en laten een veelkleurig licht schijnen over het thema van het heilige. Deze veelkleurigheid maakt het denken en de centrale begrippen van Rudolf Otto toegankelijk. Zij plaatst het heilige, numineuze als een overkoepelend begrip boven de verschillende religies en levensovertuigingen.HerademingRecensie door drs. Jaap FaberHerademing 11/1 nr. 39 D. Mok (samenst.), Een wijze uit het Westen. Beschouwingen over Rudolf Otto, Amsterdam 2001 In 1917 publiceerde de Duitse lutherse theoloog en godsdienstwetenschapper Rudolf Otto (1869-1937) een boek, dat grote indruk maakte: Das Heilige. Het heilige is de oorsprong van de onherleidbare religieuze aandrift van alle mensen. Het verschijnt hun niet door waarnemen of denken, maar als een overweldigend geheimenis dat tegelijk fascineert en huiveren doet. In 1928 verscheen de eerste Nederlandse vertaling, van de hand van ds. J.W. Dippel. Van deze vertaling verscheen in 2002 een herziene uitgave. Naar aanleiding hiervan verscheen Een wijze uit het Westen. Wie uit de ondertitel opmaakt, dat het in deze beschouwingen gaat om een recente wetenschappelijke evaluatie van Otto's monumentale werk, vergist zich: het eerste boek is een compilatie van uiteenlopende reacties die het boek vanaf het eerste begin in het Nederlandse taalgebied heeft opgeroepen. Een bonte stoet theologen, godsdienstwetenschappers, psychologen en opvoeders trekt voorbij: H. IJ. Groenewegen, J. H. Bavinck, G. C. Berkhouwer, H. Kraemer, P.J. Roscam Abbing, H. Berkhof, W.J. Aalders, G. Quispel, H. van Dort, D. H. Th. Vollenhoven, G. van der Leeuw, S. Vestdijk, F. Sierksma, Ph. A. Kohnstamm, J. Waardenburg, J. Weima, H. Mulisch. Dichters worden aangehaald: Tersteegen, Boutens, H. Roland Holst, Andreus, Vasalis. Andere mystieken en denkers krijgen stem: Johannes van het Kruis, Asclepios, Hermes Trismegistos, Spinoza, Buber, Heschel, Levinas. Het voorwoord van dit boek, bedoeld voor werkers in pastorale en geestelijke hulpverlening, studenten en met name godzoekers, suggereert dat Otto in deze tijd een 'vernieuwer van het christendom' kan zijn, omdat zijn 'koepelbegrip' van het heilige in een tijd waarin individu en samenleving uit elkaar vallen en de gevestigde kerken leeglopen mensen weer hij elkaar kan brengen. Immers, het geloof wordt losgepeld uit rationele beperkingen en dogmatische denkkaders. Een boeiende bloemlezing. En een merkwaardig boek.

€ 5,95
De kleine Johannes - E-book

`ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen. het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch allemaal echt gebeurd. De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrijken van de tijd zijn glans heeft behouden. Deze hertaling heeft de hindernissen die opgeworpen werden door het negentiende-eeuwse taalgebruik opgeheven. In sprankelende taal worden de ontwikkelingsfasen van de kleine Johannes verbeeld door personages die de natuur, de liefde, het geluk, de kennis, het spirituele en de vluchtigheid van het leven vertegenwoordigen. De herkenbaarheid en de diepte van dit klank- en kleurrijke sprookje is in al haar eenvoud zo schitterend dat het blijft fascineren.NBC|BiblionRecensieHeroemde eerste deel van 'De kleine Johannes' (later verschenen twee meer pamflettistische vervolgen) in een hertaalde editie met als ondertitel 'Een sprookje'. Het verhaal is bekend. De lezer volgt de kleine Johannes in zijn ontwikkelingsgang. Hij verlaat de tuin bij de duinen (het paradijs van de jeugd) en gaat mee met Windekind (het gevoel, de droom). Hij ontmoet velerlei dieren. Als Windekind hem verlaat, is er de eerste kinderlijke liefdeservaring (Robinetta). Hij heeft niet alleen contact met Wistik (dit is de begripsfase), Pluizer (het analyserend verstand) en Dr. Cijfer (de wetenschap), maar ook, in de lelijke stad, met de dood. Uiteindelijk keert hij zich, na een moeilijke ontwikkelingsgang, tot het mensdom. Deze opgefriste uitgave met toegevoegde hoofdstuktitels (ontleend aan de ook opgenomen, gemoderniseerde inleiding tot het boek van de pedagoog Jan Ligthart) leest vlot en maakt het klank- en kleurrijke natuursprookje toegankelijk voor moderne lezers. Normale druk. Doelgroep: Lezen voor de lijst en volwassenen

€ 22,50
Grondregels van de filosofie van het midden

Hoogcarspels vertaling van Nagarjuna's 'Grondregels' is de eerste in het Nederlands direct uit het Sanskriet.Nagarjuna leefde waarschijnlijk in de tweede eeuw van onze jaartelling in India en is een van de invloedrijkste boeddhistische denkers. Hij ontwikkelde zijn filosofie in de traditie van de Prajnaparamita Sutra's, die leren dat de dingen 'leeg' zijn als een illusie.Het werk dat hier wordt gepresenteerd is een vertaling van Nagarjuna's bekendste werk, de Mulamadhyamakakarika's. In dit werk probeert de filosoof aan te tonen dat de werkelijkheid niet kan worden teruggebracht tot begripsmatige structuren, omdat denken en begripsvorming op het vlak liggen van de mentale voorstelling en daarom fantasie zijn. De werkelijkheid wordt daarentegen ervaren en juist om die reden kan ze niet worden gedacht.Het werk heeft enorme invloed uitgeoefend op de geschiedenis van het boeddhistisch denken in Centraal- en Oost-Azie. Nagarjuna toont de absurditeit aan van begrippen zoals substantie, causaliteit en de idee van beweging, tenminste voor zover die termen gedacht worden te verwijzen naar een op zichzelf bestaande werkelijkheid. Evenals de westerse filosoof Immanuel Kant wijst hij op de grenzen van het menselijk verstand en schept zo openheid voor de vrijheid van het ervaren.

€ 22,50
De wortels van het Indiase denken

We praten over reïncarnatie en karma en er zijn talloze yoga­lessen te volgen. Het hindoeïsme is inmiddels een gevestigde religie in Nederland. Vandaar dat er behoefte is naar materiaal dat de achtergronden van het Indiase denken beschrijft en verklaart.Alfred Scheepers schreef een boek over die wortels van het Indiase denken met als uitgangspunt is dat menselijke ideeën zich ontwikkelen binnen de maatschappelijke context waarin zij groeien. Dit boek wil aannemelijk maken dat verschillende gedachten binnen het hindoeïsme ontstaan zijn uit de maatschappelijke en sociale veranderingen: de overgang van een primitief leven, waarin de natuur nog niet werd beheerst, naar een akkerbouw en veeteelt die door de menselijke ratio werd gestuurd naar een koopmansbestaan waarbij de band met de natuur losser werd en men levenloze materie ging produceren en verhandelen. Bij elk van deze fase hoort een bepaalde idee over de machten, de goden, verlossing en gedrag. Scheepers geeft knappe beschrijvingen en analyses van de verschillende stromingen van denken en doen in India: brahmanisme, jainisme, boeddhisme, de yoga, de leer van de Bhagavad Gita en de Vedanta. Je moet wel interesse en enige kennis hebben om het betoog met plezier te volgen en bepaalde passages moet je herlezen om de strekking ervan te pakken. De volhouder wordt beloond met een dieper inzicht in de wortels van het Indiase denken. Het eindigt een beetje als een Unvollendete. De laatste zin markeert de overgang naar de Middeleeuwen. Je bent benieuwd hoe dr. Scheepers het vervolg zou beschrijven. Vermoedelijk vindt hij dat het belangrijkste is gezegd. Wat wij nu meemaken en ontmoeten is in feite een vorm van de oude stromingen. Vandaar dat dit boek je helpt bij het begrijpen van de verschijnselen die je nu tegenkomt.

€ 12,50
De kleine Johannes 1

Symbolisch sprookje over de groei van een kleine jongen naar levenswijsheid. Gemoderniseerde versie. 1e druk zomer 2009 uitvoering: hardcover, genaaid gebrocheerd 2e druk oktober 2012 uitvoering: softcover, genaaid gebrocheerd Trefwoord: (LTR) Cultuursprookjes; (LTR) Allegorieën; (LTR) Dubbelpublieksboeken; (LTR) Natuur; (LTR) Kinderleven; (LTR) Wijsheid; (GTR) Sprookjes (teksten); (GTR) Romans (teksten); (BTR) romans en novellen ; oorspr. - Nederlands; (BTR) sprookjes Onderwerp: 18.11 Nederlandse letterkundeNU IN GOEDKOPE PAPERBACKDeze hertaling van De kleine Johannes maakt dit zinnebeeldige sprookje waarin begrippen als natuur, liefde, geluk, verlangen, kennis en dood als personen worden opgevoerd, toegankelijk voor een nieuwe lezerskring. Met deze nieuwe uitgave hopen we dat het bezwaar van Elsbeth Etty (nrc 14-3-2009) dat ?De kleine Johannes wat taal en stijl betreft zo gedateerd is, dat het zelfs voor doorgewinterde Nederlanders nauwelijks te begrijpen te valt? is weggenomen. Haar stelling dat ook de thematiek verouderd zou zijn vindt echter geen weerklank. De boekverslagen die scholieren er nog steeds over maken en de vele herdrukken spreken dit tegen.Met vrij eenvoudige ingrepen kon de leesbaarheid worden verhoogd zonder dat dit klank- en kleurrijke natuursprookje aan sfeer verloor.Gedateerde woorden als ?doch?, ?dirkjesbos?, ?altoos?, ?schreien?, ?weedom? etc. zijn vervangen door hedendaagse equivalenten. Zorgvuldig is gekozen voor woorden die passen in de sfeer van het boekje.Op twee plaatsen is een redactionele aanvulling ingevoegd, deze zijn tussen [teksthaakjes] gezet. Het gaat om twee citaten die zijn ontleend aan Jan Ligthart.Hier en daar zijn van één zin twee zinnen gemaakt. De negentiende-eeuwse vervoegingen zijn gemoderniseerd evenals de interpunctie. Het aantal uitroeptekens is wat teruggebracht evenals het woordje ?maar?. De alinea-indeling is vrijwel gelijk gebleven. De hoofdstuktitels zijn ingevoegd op basis van de studie van Jan Ligt­hart die in deze uitgave in gewijzigde vorm is opgenomen als nawoord.Boekblok 15,5 x 22,5 cm160 pag. + 4 pag. omslagDruk binnenwerk: 1/1 tweezijdig in zwart met afbeeldingenDruk omslag: 4/0 eenzijdig in full colourOmslag voorzien van eenzijdig mat laminaatPapier binnenwerk: 90 grams houtvrij romandruk 2.0 cr/w FSCPapier omslag: 240 grams sulfaatkarton FSCAfwerking: genaaid gebrocheerdMet een nawoord van Jan Ligthart;een redactionele notitie over het 'numineuze' bij Van Eeden en Ligthart;verantwoording door de uitgever;toegift van Jan Ligthart 'In de lente'.TEKST ACHTERPLAT:?ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen.het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alle­maal echt ge­beurd.?De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrijken van de tijd zijn glans heeft behouden.Deze hertaling heeft de hindernissen die opgeworpen werden door het negentiende-eeuwse taalgebruik opgeheven.In sprankelende taal worden de ontwikkelingsfasen van de kleine Johannes verbeeld door personages die de natuur, de liefde, het geluk, de kennis, het spirituele en de vluchtigheid van het leven vertegenwoordigen.De herkenbaarheid en de diepte van dit klank- en kleurrijke sprookje is in al haar eenvoud zo schitterend dat het blijft fascineren.Op zaterdag 3 april 2010 is het op de dag af 150 jaar geleden dat Frederik van Eeden werd geboren.Op 1 oktober 2010 is het 125 jaar geleden dat 'De kleine Johannes' voor het eerst in De Nieuwe Gids verscheen.3e druk oktober 2017uitvoering: paperback, garenloos gebrocheerdPicaRecensie door Biblion|NBC-recensie, 2006?In De kleine Johannes wordt in vier stadia de ontwikkeling geschetst van de levensfasen: de tijd van de fantasie (Windekind), de periode van vragen stellen (Wistik), de periode van onderzoek (Pluizer) en het stadium waarin het religieuze wordt gezocht. Johannes ervaart het conflict tussen gevoel en verstand en beleeft de strijd tussen schoonheidsbeleving en goedheid. Het gevoel overwint, de schoonheid wordt erkend en in goedheid wordt geleefd. Het boekje boeit een grote lezerskring vanaf ca. 13 jaar.? (Biblion | nbc-recensie, 2006)

€ 27,90
Sanskriet-grammatica

Eerste grammatica van het Sanskriet in de Nederlandse taal. Sanskriet is de klassieke taal van het oude India. De meeste oude Indiase teksten - en dat zijn er heel veel - zijn in deze taal overgeleverd. Wil men Indiase religie bestuderen, Ayur Veda of de literatuur leren kennen, dan is dit werk een onschatbare hulp.Maaike Mulder heeft jarenlang lesgegeven aan de Vrije Universiteit waar ze o.m. historische taalkunde doceerde. Tijdens haar studie Ayurveda heeft ze zich het Sanskriet eigen gemaakt. In de Verenigde Staten heeft ze Sanskrietlessen gevolgd bij Prof. Dr. Sharma van de universiteit van Delhi; in Heidelberg heeft ze Spoken Sanskrit gedaan bij Dr. Sadananda Das; en in Nepal heeft ze o.l.v. Mattia Salvini Boeddhistische Sanskriet-teksten bestudeerd.Maaike geeft momenteel Sanskrietles op de Academy of Ayurvedic Studies in Amsterdam en geeft daarnaast ook thuis cursussen (Bergen N.H.).