De onsterfelijkheid van het bewustzijn € 16,95
De onsterfelijkheid van het bewustzijn

Volgens William James heeft onze hedendaagse cultuur een probleem met denken over leven na de dood.Allerlei populair-wetenschappelijke werkjes beweren keer op keer dat ons spirituele leven volstrekt afhankelijk is van de werking van de hersenen. Hoe is het dan mogelijk dat die functie blijft bestaan, nadat dit orgaan niet meer bestaat? Hij poneert dan de volgende stelling:Het denken is een functie van de hersenen.De vraag is dan, dwingt deze theorie ons werkelijk het geloof in onsterfelijkheid op te geven? Moet ze echt het logische denken volgen en de hoop op een hiernamaals opgeven voor de plicht om alle consequenties van een wetenschappelijke waarheid te aanvaarden?'Ja', zullen de meeste mensen zeggen. 'Nee', zegt William James, 'stoom is toch ook niet het ultieme doel van de fluitketel?'Met grandeur, humor en milde ironie presenteert de filosoof William James twee bezwaren tegen de stelling dat 'hersenen slechts een productieve functie hebben'.Het is fascinerend hoe James' ideeën aansluiten bij een aantal hedendaagse gedachten over het 'hiernamaals'. Het is deze actualiteit die dit scherpzinnige betoog de lof toekent van een kleine klassieker.

De genadereligie van India en het christendom . Religieuze overeenstemmingen € 14,90
De genadereligie van India en het christendom . Religieuze overeenstemmingen

Rudolf Otto was een Duits luthers theoloog en een vooraanstaande godsdienstwetenschapper die een belangrijke bijdrage heeft geleverd aan de comparatieve (vergelijkende) godsdienstwetenschap van zijn tijd. In zijn hoofdwerk benoemt hij het heilige als de essentie van iedere religie. Het heilige is voor Otto iets wat tegelijkertijd vrees en fascinatie opwekt. Hij introduceerde ook het adjectief numineus, om te verwijzen naar het geheimzinnige, wat tegelijk kracht uitstraalt. Otto: 'Wanneer je van omen omineus kunt maken, dan ook van numen numineus'. Deze term is in de Nederlandse literatuur gebruikt door onder meer Hella Haasse, Johan Polak, Gerard Reve en Harry Mulisch. Otto was aan diverse Duitse universiteiten hoogleraar in de systematische theologie. Een bekende uitspraak van hem is: 'Godsdienst is de beleving van het mysterie en het komt tot uiting als het gevoel zich openstelt voor de indrukken van het eeuwige dat verschijnt door de sluier van het tijdelijke.' In 1917 verscheen van de hand van Rudolf Otto een studie over Het Heilige. Daarin werd gebroken met de idee dat heiligheid iets is wat uit de religieuze mens voortkomt, zoals de 19e-eeuwse godsdienstsociologie had gesteld. Heiligheid is, integendeel, iets wat ongrijpbaar buiten de mens is en hem raakt. Het is ontzagwekkend en anders. Het boek werd een bestseller en is thans ook nog in vele talen verkrijgbaar.Rudolf Otto is beroemd geworden door zijn boek getiteld Das Heilige, über das Irrationale in der Idee des Göttlichen und sein Verhältnis zum Rationalen, waarin hij het begrip 'heilig' heeft geanalyseerd op een manier die diepe indruk maakte. Otto is een geleerde met een fijn gevoel voor religieuze kwaliteitsverschillen, maar het is de vraag of de fenomenologie niet meer te danken heeft aan zijn boekje Indiens Gnadenreligion und das Christentum. In de vergelijking van de verschillende typen van mystiek toont Otto zich namelijk een meester. Hier is een waarachtig schouwen van het wezen. Rudolf Otto laat zien, hoe het Voor-Indiase geloof in genade naar de terminologie met het christelijke sterke overeenkomst vertoont, maar naar de godsdienstige houding diep verschilt. Dit is fenomenologisch genuanceerd ontleed. In het voetspoor van Nathan Söderblom en Rudolf Otto beschouwt de moderne godsdienstwetenschap het heilige meer en meer als een van de voornaamste kernwoorden van de religie. Je kan je afvragen of dit het kenmerkende begrip bij uitmuntendheid is. Maar het kan moeilijk worden ontkend, dat zich in dit heilige het onherleidbare karakter van de godsdienst openbaart.

Liefdevol opvoeden, een kunst € 14,90
Liefdevol opvoeden, een kunst

Op een zinvolle manier grenzen stellen en daarbij je goede humeur bewaren.Contact is voor kinderen net zo belangrijk als ademen, eten en slapen. Zonder aandacht voelen kinderen zich verloren en worden bang. Vooral bij kleine kinderen kan deze gemoedstoestand extreem bedreigende vormen aannemen. Veel jongeren en pubers die te weinig lichamelijk, verbaal of visueel contact hebben gaan de aandacht trekken door grenzen te overschrijden.Wie deze samenhang onderkent en herkent kan ook de onbewuste gedragsstrategieën van kinderen begrijpen. Allerlei provocerende, storende, opvallende gedragingen komen dan in een ander licht te staan. Het wordt dan mogelijk het gedrag niet alleen te begrijpen maar ook om het positief te beïnvloeden door een liefdevolle opvoedingsstijl, die de kinderen veel speelruimte biedt om de wereld te ervaren, te combineren met steun en een gevoel van veiligheid. Het is een benadering waarbij niet mag worden geaarzeld om tegelijkertijd gefundeerde en zinnige grenzen te trekken die de kinderen helpen zich veilig te oriënteren in de wereld.Het boek wil opvoedkundige moed stimuleren zodat je een vrolijke en positieve grondhouding tegenover de kinderen kunt bewaren, ook wanneer er grenzen gesteld moeten worden.Kinderen houden zich niet altijd aan de regels van volwassenen. De onderliggende bedoeling van grensoverschrijdend gedrag bij kinderen brengt ons dichterbij een nieuw begrip van conflictsituaties met kinderen. Als we bijvoorbeeld begrijpen dat uitdagend gedrag niet tot doel heeft om ons volwassenen te ergeren dan kunnen we vanuit dat begrip veel beheerster reageren.In dit boek kunnen ouders leren hoe zij een gezonde ontwikkeling van hun kinderen kunnen bevorderen. Het geeft vele concrete voorbeelden die de oorzaken van conflictsituaties zichtbaar maken en helpen om tot een oplossing te komen.Het behandelt allerlei mogelijke problemen die ouders bij de opvoeding van hun kinderen in iedere levensfase kunnen tegenkomen. Bijvoorbeeld liegen en stelen, troep maken en provoceren, drift en terugkerende problemen, maar ook over inslapen en zindelijk worden. De tekst geeft volwassenen suggesties hoe zij kinderen in zulke situaties liefdevol kunnen begeleiden.Tijdens het lezen van het boek wordt duidelijk welke opvoedingsmethodes de toets des tijds niet overleefd hebben omdat zij kinderen schade berokkenen en ouders met een schuldgevoel opzadelen. In plaats daarvan voegt de schrijfster vele nieuwe effectieve methodes toe die het makkelijker maken om verstandig en eerlijk met kinderen om te gaan.

Religie als genade € 16,45
Religie als genade

Het meest opmerkelijke van dit boekje is dat het buiten elke theologie om uit een oorspronkelijke ervaring ontsproten lijkt te zijn. Het geschrift is, naast een getuigenis van een rechtstreekse ervaring, ook in een ander opzicht leerzaam: in de hier aangegeven momenten wordt een overgang naar de 'mystiek' aangetroffen. Wat is mystiek? Rudolf Otto heeft in Das Heilige proberen aan te tonen dat dit zo'n rijk geschakeerd fenomeen is, dat het vrijwel onmogelijk lijkt om er algemene kenmerken voor vast te stellen. De definitie van mystiek onttrekt zich aan begripsmatige precisie; haar wezen is alleen gevoelsmatig te begrijpen.

Rudolf Otto, biografie € 9,90
Rudolf Otto, biografie

Vijfenzeventig jaar geleden stierf Rudolf Otto na een leven dat gekenmerkt wordt door triomf en tragiek. Verslaafd aan morfine, depressief en gesloopt door malaria kwam er een tragisch einde aan het veelbewogen leven van de Pruisische politicus, theoloog, filosoof en wereldvermaarde godsdienstkenner Louis Karl Rudolf Otto.Vier jaar lang incasseert de fijngevoelige Rudolf Otto het getreiter van Rudolf Bultmann en de hypocrisie van Martin Heidegger. Met het aanzwellen van het laarzen­gestamp wordt Otto steeds melancholieker. Op een herfstdag in 1936 begint hij aan zijn laatste, eenzame tocht naar de spookachtige ruines van Burg Staufenberg.

Edmund Husserl € 32,50
Edmund Husserl

Tweede herziene en vermeerderde drukHusserl’s motto Zu den Sachen selbst vraagt om een evenwichtige denkgeest. De fenomenologische methode heeft vele sporen achtergelaten: in de filosofie van de geest, de relatie denken-taal-communicatie, pedagogiek en in de esthetica.1 Deze herkenning betekent dat leiderschap reflectie en distantie vereist, dat wijsheid voorbij kennis ligt, dat ruimte geven, echt luisteren en samenhangen ontdekken een bruikbare competentie is op fenomenologische basis. Verena Mayer schetst in deel 1 een diepgaand overzicht van Husserl’s denkbeelden. De bijlagen in deel 2 (toegevoegd aan de Nederlandse uitgave) schetsen een gevarieerd beeld van het praktische nut van de methode in verschillende situaties in allerlei vormen binnen de verschillende stromingen van het fenomenologische domein. Begeleidende artikelen en uitleg van onalledaagse begrippen verhelderen de methode. Duidelijk wordt dat veel van ons handelen eigenlijk al fenomenologisch te noemen is, ondanks een zekere afschrikwekkende werking van dat woord. Kernbegrip is aandachtig luisteren en aanschouwen zonder ballast. Het vooruitschuiven van een oordeel is het ‘filtrum’ van de fenomenologie: de oordeelsbehoefte verzwakt in de harmonie van de aangevoelde weerglans die op strenge wijze terugverwijst naar waar het werkelijk om draait. Ook als er uiteindelijk een beslissing wordt genomen. Geen hamerstuk louter aan de hand van abstracties. Administratieve ‘sorteermachines’ nemen ‘beslissingen’ en het streven om menselijke capaciteit beter te benutten, sneeuwde onder in een markt waar mensen en machines inwisselbaar zijn. Er is altijd meer over te zeggen en oplossen is samenwerken. Fenomenologische invalshoeken, al of niet onder dat predicaat, denken mee aan de aanpassingen die evident zijn om in een snel veranderende wereld te kunnen leven, desnoods te overleven. Zet je schrap. Het Fenomenologenlied klinkt pas op bladzijde 182. 2e herziene en uitgebreide druk

De rijkste man van Babylon € 19,90
De rijkste man van Babylon

De metafoor 'Babylonische spraakverwarring' en het daaruit afgeleide begrip 'Babylonische toestanden' is zo krachtig dat bij de term Babylonische economie de gevoelswaarde als ‘economische chaos’ wordt ervaren. Het Babylonische woord Babilim betekent ‘Godenpoort’ en wordt speels gekoppeld aan het werkwoord balal, ‘verwarren’, om zo het ontstaan van de verschillende talen te verklaren. Hoogmoed leidt tot chaos, tot toestanden luidt de bijbelse boodschap. De kernwaarden van de eeuwenoude Babylonische economie waren gebaseerd op het voorkomen van rumoer en gedoe. De duurzame welvaart en welzijn van Babylon was gebouwd op de peilers van wijsheid, rechtvaardigheid en een innovatieve handelsgeest. Met ‘genot zit in de beperking en tevredenheid is het hoogste doel', als lijfspreuk en werklust, vertrouwen, eerlijkheid, handigheid, respect, aandacht en mededogen.‘Een trage hand krijgt leed en schand Een kloeke hand krijgt eer en land’ De invloed van Mesopotamië kan niet worden overschat. Grandeur en handelsgeest brachten het land tot duurzame welvaart waar iedereen door hard werken tot zijn recht kon komen. George Clason beschrijft de werkwijze die het oude Perzië zo’n langdurige periode van vrede, beschaving en grote rijkdom heeft geschonken. Als eersten gebruikten de Babyloniërs economische regels voor het mensenpark, codices met als uitgangspunt: eerlijkheid, handigheid, werklust en een woord is een woord. In tien levendige verhalen word je meegenomen naar de dynamische wereld van het Babylonisch-Assyrische Rijk en spelenderwijs leer je de zeven gouden regels voor welvaart en welzijn. Dit boek kent ontelbaar veel lezers die er wijzer en succesvoller van zijn geworden. Welvaart, welzijn en wijsheid gaan hand in hand.

Geschiedenis van de westerse astrologie € 28,50
Geschiedenis van de westerse astrologie

De astrologie behoort tot de oudste wetenschappen van de mensheid. Ze speelde niet alleen in de grote vroege beschavingen maar ook in de Europese cultuurgeschiedenis een belangrijke rol. Ze oefende invloed uit op de ontwikkeling van de natuurwetenschappen te beginnen met astronomie, natuurkunde en scheikunde. Ze werd verwerkt in filosofie en godsdienst en gaf de doorslag bij politieke beslissingen met verregaande consequenties. Kocku von Stuckrad beheerst de kunst deze verschillende aspecten te bundelen in een totaaloverzicht en laat zo de betekenis zien van een stroming binnen de Europese geschiedenis van wetenschap en cultuur die dikwijls is verwaarloosd en die men doorgaans slechts met enige smetvrees benadert. Dit duidelijk geordende en zeer informatieve boek is in de eerste plaats een eerste klas inleiding tot de systemen van astrologische interpretatie. Het gaat vergezeld van een woordenlijst met uitleg van de belangrijkste begrippen. Dit boek is een 'must' voor iedereen die zich interesseert voor de geschiedenis en voor de huidige praktijk van de astrologie – om het even of men al dan niet zelf speurt naar de wisselwerking tussen het hemelse en het aardse.

Quakers € 14,90
Quakers

In dit boek van de filosoof, literator en godsdienstwetenschapper Rufus Jones wordt de wezenskern van de Quakers op warmbloedige wijze belicht. De geschiedenis, religie, mentaliteit, pedagogische uitgangspunten en het humanitaire werk van de Quakers worden aangevuld met een artikel van Rudolf Otto over hun zwijgende eredienst. Ook is een compilatie van een lezing die Abraham Joshua Heschel hield voor een quakerbijeenkomst in het Duitsland van vlak voor de oorlog toegevoegd. Een lezing die aan actualiteit nog niets heeft ingeboet. Op verantwoorde godsdienstwetenschappelijke wijze is dit klassieke werk geactualiseerd en aangevuld met gegevens die voor de Nederlandse lezer van belang zijn.

Het boekje over het bewustzijn na de dood € 23,50
Het boekje over het bewustzijn na de dood

De Duitse medicus, natuurkundige en filosoof (1801-1887) vat zijn filosofie van panpsychisme ('alles heeft bewustzijn') samen en legt uit hoe het bewustzijn de dood van het lichaam kan overleven.Het woord psyche, levenskracht of geest, heeft oude bronnen. In de zestiende eeuw werd psyche gekoppeld met logos, woord of studie. Zo ontstond psychologie, de wetenschap die bewustzijnsverschijnselen onderzoekt.De natuurkundige Gustav Fechner ontwikkelde in 1850 een wet over de relatie tussen geest en lichaam. Dit was van belang omdat de filosoof Emmanuel Kant had voorspeld dat de psychologie nooit een wetenschap kon worden omdat het onmogelijk zou zijn de processen experimenteel te meten.De bijdrage van de methode van Fechner was dat psychologie losstond van filosofische veranderingen, wetenschappelijk was en niets meer met ziel of geest te maken had. Alles was empirisch te verklaren.Het was William James die uit Fechners woorden een dubbel Leitmotiv distilleerde. Fechners bevindingen openden de deur voor de mogelijkheid van een wetenschappelijk kwantitatieve psychologie én een lans brak voor een even revolutionaire als visionaire metafysica. Als de relatie tussen de spirituele wereld en de wereld van natuurkundige verschijnselen in wiskundige termen te beschrijven valt, betoogde Fechner, dan betekent dit dat er tussen die twee werelden een rechtstreeks verband bestaat, waarbij het primaat aan de zijde van de spirituele wereld ligt. Dit was iets om over na te denken.De openingszin van het Boekje over het leven na de dood is opvallend voor de man van de empirische benadering: 'De mens leeft niet eenmaal op aarde, maar driemaal. In de eerste fase leeft de mens eenzaam in het duister. In de tweede leeft hij tussen anderen maar zonder relatie met hen. In het derde leven leeft hij waarlijk in gemeenschap.'Een ontwikkeling van lichaam naar ziel, naar geest, de drie fasen van de groei van het bewustzijn. Bij het sterven van het separate zelf, het ego, wordt de mens zich levend bewust van de omvang van de 'universele geest'.placido: De kunst om ijdel in dwaling en onrecht te volharden, noemt men leven. Wie dat eenmaal inziet, ziet het niet meer. Dat is de dood.goethe: Stirb und Werde - Sterf en kom tot leven.rudolf steiner: Wie het eigen wezen doodt, die leeft een eeuwig zijn.oftewel: Wie niet sterft voor hij sterft, gaat te gronde als hij sterft.

Het heilige € 29,50
Het heilige

AWEHet Engelse woord is moeilijk te vertalen. Ontzag, eerbied, vrees - maar dat is het toch niet. Huiver, geen goed Nederlands woord, komt het dichtst bij de betekenis van awe. Awe, men moet naar dit woord luisteren. Rudolf Otto maakte in zijn befaamde boek Das Heilige de woorden numineus en het numineuze, als hij 'die eigentümliche Kategorie des Heiligen' wenst te benoemen. Hij heeft het woord afgeleid van numen, dat wenk betekent: gebiedende knik. In het verlengde daarvan: goddelijk bevel, goddelijke macht.Wij kennen het allen. Niet alleen en zelfs niet allereerst in verband met een kerk of een tempel. Een landschap kan numineus zijn. Een bosrand in de lichte nevel van een herfstavond. De woestijn! Wie de Dode Zee ziet met haar loden water, met de uitgemergelde rotsen aan deze en aan de overzijde van het meer, met de enkele, haast onmogelijke oase, kan vermoeden dat het land daar, hoe anders het wellicht vroeger heeft geleken, eremieten herbergde, profeten voortbracht, en tot de vreemdste bespiegelingen aanleiding gaf.Daar, in de aanwezigheid van awe, van numen, begint elk geloof. Geen mens zou ertoe komen een tempel, een kapel, een kerk te bouwen wanneer de aarde niet verschillend bedeeld was met numen. Waar overvloed bestond van dat numen, daar werd het heiligdom gebouwd.Reformatorisch DagbladRecensie door J. C. KarelsDe geheime kamer van het kasteel In 1917, als de oorlog als een fantoom uit de loopgraven bij Ieper en de Marne omhoog kruipt, verschijnt een boek dat spoedig wereldwijd resoneert: "Das Heilige" van de Duitse godsdiensthistoricus Rudolf Otto. Van de klassieker kwam onlangs een Nederlandse vertaling op de markt, vergezeld van een bundel beschouwingen over deze wijze uit het Westen. Otto's tijdgenoot Karl Küssner wist zich te herinneren welke indruk "Das Heilige" overal maakte. "Ik zag het in de boekenkast bij dokters, leraren, fabrikanten, bij journalisten en diplomaten in verschillende landen, hoorde in Engelse arbeidersscholen, in de salons van de Franse intelligentsia, in kringen van Amerikaanse academici, van Indische Sanskrietleraren over Otto spreken. Gandhi stond met hem in contact en schatte zijn werk hoog." In Nederland vond Otto een warm pleitbezorger in prof. dr. G. van der Leeuw, die zijn magnum opus karakteriseerde als "een van die weinige wetenschappelijke daden die de vanzelfsprekende vooronderstelling vormen van elk verder onderzoek." In "Het heilige" neemt Otto niet het uitgangspunt in een bepaalde godsdienst, kerk, beweging of confessie, maar in het religieuze beleven zelf. In plaats van ideeën over God en het goddelijke, onderzocht hij de aard van de godsdienstige ervaring. Otto had Luther gelezen en van hem begrepen wat de "levende God" betekent voor een gelovige: geen filosofische constructie of abstractie, maar een "mysterium tremendum et fascinans", een angstaanjagend en tegelijk fascinerend en aantrekkend geheimenis. Die tweeheid loopt als een rode lijn door het boek. Otto spreekt, in navolging van Calvijn en Von Zinzendorf, van het "numineuze", het heilig-goddelijke dat als ambivalente grootheid ontoegankelijk is voor elke vorm van rationalisme, en alleen door tekentaal en vingerwijzingen benaderd kan worden. "Het heilige" is een liefdevolle en subtiele ontvouwing van dit numineuze. "Wat is nu eigenlijk dat objectief, buiten mij gevoelde numineuze zelf?" vraagt Otto. "Het gevoel van het mysterium tremendum kan met milde stroom het innerlijk vervullen in de vorm van zwevende stille stemming van verzonken eerbied. Zo kan het overgaan in een rustig vloeiende gestemdheid der ziel, die lang aanhoudt en natrilt, tot zij uiteindelijk wegsterft en de ziel weer in het profane achterlaat. (...) Het kan worden tot het stille en deemoedige sidderen en verstommen van de creatuur voor het - ja waarvoor? Voor wat in onuitsprekelijk geheimenis boven alle creatuur is." Kremlin Dertien kinderen telde het lutheraanse gezin waarin Rudolf Otto (1869-1937) als twaalfde telg ter wereld kwam. Vader Wilhelm was fabrikant. Moeder overleed toen Rudolf twaalf was. Aan haar droeg hij in 1898 zijn dissertatie over Luthers opvatting van de Heilige Geest op. Otto blikte later terug op zijn nest als "de hechte kring van een eenvoudig en bekrompen milieu." Als schooljongen legt hij belangstelling voor andere godsdiensten aan de dag. Door een rooms-katholieke kameraad laat hij zich over de heiligen voorlichten. In het liberale Göttingen studeert Otto godsdienstwetenschap en filosofie. Studiereizen voeren hem naar het Midden-Oosten, Noord-Afrika, India, Birma, China, Japan en Siberië. In brieven en verslagen vertelt hij over zijn ervaringen, doortrokken van een intense beleving: "Ik heb het Sanctus Sanctus Sanctus van de kardinalen in de Sint-Pieter gehoord, het Swiat Swiat Swiat in de kathedraal van het Kremlin en het Holy Holy Holy van de Patriarch in Jeruzalem. In welke taal dan ook, deze woorden, de hoogstverhevene ooit door menselijke lippen gevormd, raken je in het diepst van je ziel, met een machtige huivering het mysterie van die andere wereld die erin verborgen ligt oproepend en openbarend." In 1914 volgt zijn benoeming als hoogleraar in Breslau, enkele jaren later gevolgd door die in Marburg. Vanuit heel de wereld stromen studenten naar zijn colleges. Als in 1917 "Das Heilige" verschijnt, wordt het in het Frans, Engels, Italiaans, Nederlands, Spaans, Zweeds en Japans vertaald. Otto legt een verzameling objecten en cultische voorwerpen uit allerlei godsdiensten aan, die tegenwoordig nog als "Religionskundliche Sammlung" in Marburg te zien is. Mensen die hem ontmoetten, raakten van hem onder de indruk, "meer dan van zijn persoonlijkheid, van een eigenaardige macht en mysterie achter hem, alsof hij een andere wereld toebehoorde. Men voelde het, als hij zweeg", schrijft vergelijkend godsdiensthistoricus Rudolph Boeke. Ondanks alle ontmoetingen leidde Otto een eenzaam leven, op zijn wandelingen slechts vergezeld van zijn hond Flapp. Een enkele keer zong hij in zijn tegen de berg gebouwde woning een lied. Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Otto geeft verder handreikingen die in huidige discussies over bijbeltaal en liturgische liedteksten een rol zouden kunnen spelen. "Hoe komt het", vraagt hij, "dat juist de ouderwetse en inmiddels soms ondoorzichtige uitdrukkingen in bijbel en gezangboek en de 'andere' manier van zeggen in beide, dat zelfs de half of geheel onverstaanbaar geworden cultustaal de vroomheid geen afbreuk doen maar juist vergroten? Is dat ouderwetse liefhebberij of alleen het blijven hangen aan het overgeleverde? Zeker niet. Het komt doordat het gevoel van het mysterie, van het "gans andere", hierdoor opgewekt wordt en zich hieraan vasthecht." Sprookje Er gaat een oud sprookje, dat in allerlei vormen bij veel volken voor komt. Hoofdmotief is het meisje dat of de jongen die alleen achter worden gelaten in een groot kasteel. Van alle kamers krijgt de sprookjesheld de sleutels in handen, op één kamer na. Lezing van "Das Heilige" bepaalt weer eens bij wat we al wisten, maar hier onnavolgbaar geformuleerd vinden: dat er een verborgen kamer is, waaromheen al het menselijk hopen en vrezen zich beweegt. Na lezing van het adembenemende "Das Heilige" blijf je als lezer verbaasd achter over Otto's diepzinnigheid en subtiele inzichten. Deze man brengt het denken voor een moment tot stilstand.

De kleine Johannes 1 € 12,95
De kleine Johannes 1

1e druk zomer 2009, Hardcover, genaaid gebrocheerd; 2e druk oktober 2012, Softcover, genaaid gebrocheerd; 3e druk februari 2017 Softcover garenloos gebrocheerd.NU IN GOEDKOPE PAPERBACKDeze hertaling van De kleine Johannes maakt dit zinnebeeldige sprookje waarin begrippen als natuur, liefde, geluk, verlangen, kennis en dood als personen worden opgevoerd, toegankelijk voor een nieuwe lezerskring. Met deze nieuwe uitgave hopen we dat het bezwaar van Elsbeth Etty (nrc 14-3-2009) dat ‘De kleine Johannes wat taal en stijl betreft zo gedateerd is, dat het zelfs voor doorgewinterde Nederlanders nauwelijks te begrijpen te valt’ is weggenomen. Haar stelling dat ook de thematiek verouderd zou zijn vindt echter geen weerklank. De boekverslagen die scholieren er nog steeds over maken en de vele herdrukken spreken dit tegen.Met vrij eenvoudige ingrepen kon de leesbaarheid worden verhoogd zonder dat dit klank- en kleurrijke natuursprookje aan sfeer verloor.Gedateerde woorden als ‘doch’, ‘dirkjesbos’, ‘altoos’, ‘schreien’, ‘weedom’ etc. zijn vervangen door hedendaagse equivalenten. Zorgvuldig is gekozen voor woorden die passen in de sfeer van het boekje.Op twee plaatsen is een redactionele aanvulling ingevoegd, deze zijn tussen [teksthaakjes] gezet. Het gaat om twee citaten die zijn ontleend aan Jan Ligthart.Hier en daar zijn van één zin twee zinnen gemaakt. De negentiende-eeuwse vervoegingen zijn gemoderniseerd evenals de interpunctie. Het aantal uitroeptekens is wat teruggebracht evenals het woordje ‘maar’. De alinea-indeling is vrijwel gelijk gebleven. De hoofdstuktitels zijn ingevoegd op basis van de studie van Jan Ligt­hart die in deze uitgave in gewijzigde vorm is opgenomen als nawoord.Boekblok 15,5 x 22,5 cm160 pag. + 4 pag. omslagDruk binnenwerk: 1/1 tweezijdig in zwart met afbeeldingenDruk omslag: 4/0 eenzijdig in full colourOmslag voorzien van eenzijdig mat laminaatPapier binnenwerk: 90 grams houtvrij romandruk 2.0 cr/w FSCPapier omslag: 240 grams sulfaatkarton FSCAfwerking: genaaid gebrocheerdMet een nawoord van Jan Ligthart;een redactionele notitie over het 'numineuze' bij Van Eeden en Ligthart;verantwoording door de uitgever;toegift van Jan Ligthart 'In de lente'.TEKST ACHTERPLAT:‘ik zal je iets van de kleine Johannes vertellen.het heeft veel van een sprookje, mijn verhaal, maar het is toch alle­maal echt ge­beurd.’De kleine Johannes is een uniek hoogtepunt in de Nederlandse literatuur. Vertaald in tientallen talen, onderwerp van talloze studies en boekverslagen van scholieren heeft het zichzelf bewezen als een klassiek werk dat met het verstrijken van de tijd zijn glans heeft behouden.Deze hertaling heeft de hindernissen die opgeworpen werden door het negentiende-eeuwse taalgebruik opgeheven.In sprankelende taal worden de ontwikkelingsfasen van de kleine Johannes verbeeld door personages die de natuur, de liefde, het geluk, de kennis, het spirituele en de vluchtigheid van het leven vertegenwoordigen.De herkenbaarheid en de diepte van dit klank- en kleurrijke sprookje is in al haar eenvoud zo schitterend dat het blijft fascineren.Op zaterdag 3 april 2010 is het op de dag af 150 jaar geleden dat Frederik van Eeden werd geboren.Op 1 oktober 2010 is het 125 jaar geleden dat 'De kleine Johannes' voor het eerst in De Nieuwe Gids verscheen.3e druk oktober 2017uitvoering: paperback, garenloos gebrocheerd